
Mary komt na twee dagen leegte als een schok van kleur en verkeer. De stad ligt aan de Murghab, een rivier uit Afghanistan die verderop in de Karakum verdwijnt, en die oase verklaart alles: het groen, de bomenrijen, de drukte, en het feit dat hier überhaupt een stad staat. Wat er vervolgens mee is gedaan, verklaart de oase niet. Mary heeft twee gezichten die elkaar niet raken. Het ene bestaat uit vervallen Sovjetbouw, het andere uit spierwitte marmeren nieuwbouw, monumentaal en veel te groot. Op een plein staat een streekmuseum als een paleis, met spitsboogramen en standbeelden, en ervoor een manshoge beschilderde kruik die water uitgiet in een bloembak vol tulpen. Aan de rand van de stad staat een gebouw in de vorm van een reusachtige joert, wit metaal met een blauw ruitpatroon: het culturele centrum. Joert en tapijt zijn hier staatssymbolen, en voor dat tapijt bestaat een eigen nationale feestdag.
De president kijkt overal mee vanaf billboards en portretten. Persoonsverheerlijking is hier geen achtergrondruis maar straatmeubilair, en ik maak me er niet druk om of ik ze fotografeer. Wat me meer bezighoudt is hoe de mensen op mij reageren, namelijk niet.
Niemand doet alsof het vreemd is dat ik hier ben; ik word gewoon genegeerd.
In de telecomwinkel weten ze zich met mij geen raad. Ik vermoed dat er in hun systeem een foutmelding oplicht omdat een toerist helemaal geen geldige kaart hoort te hebben, maar door me van geen kwaad bewust te tonen, krijg ik mijn tegoed toch opgehoogd. In een supermarkt lukt contact beter dan op straat: uit het zicht, tussen de schappen, komen er zelfs een paar gesprekjes van. Tot er iemand binnenkomt en het gesprek als een lamp uitgaat. Het fotootje dat een minuut eerder nog mocht, mag dan opeens niet meer.
Het eerste hotel dat ik via Google Maps vind ligt bij het station en heet Sanjar. Twee mannen helpen me de ingang vinden, waarna het nog moeite kost iemand op te sporen die voor receptionist doorgaat. De kamer is genoeg om me om te draaien: pleisterwerk dat loslaat, water op de vloer, een douche die niet werkt, een wc waar sinds mensenheugenis geen doek langs is geweest en een deur die niet sluit. Voor buitenlanders zevenentwintig dollar, zo’n drieëntwintig euro, voor een kamer die er geen vijf waard is. Om de hoek ligt het Margush en dat blijkt precies het tegenovergestelde: schoon, comfortabel, airco. Met mijn stapel manat kost het bijna niets.
Die avond loop ik naar een pleintje met een klein pretpark, ga het reuzenrad in en kijk uit over witte paleizen, gouden en blauwe koepels en de minaretten van de grote moskee. Beneden verkopen kramen popcorn, ijs en roze suikerspin voor een schijntje, en hier maakt niemand bezwaar tegen mijn camera. Het levendigst zijn de vrouwen in hun lange geborduurde koynek, waarvan ik me steeds meer begin af te vragen of het dragen ervan echt vrijwillig is. Bij een kraam staan er drie te lachen met popcorn in hun handen, en heel even heeft dit kleurloze land kleur.

Een generale repetitie om half zeven

De volgende ochtend haalt lawaai me om half zeven uit bed. Vanuit mijn raam kijk ik uit op het geschiedenismuseum, waar het zwart ziet van de mensen. Beneden staat een agent voor de uitgang. Dat ze de achterdeur zijn vergeten, vind ik eerlijk gezegd het mooiste detail van de hele ochtend. Op de trappen van het museum staan rijen jongens en meisjes in identieke trainingspakken met groene vlaggen en bloemstaven. Fotograferen gaat goed tot het me met gebaren duidelijk wordt gemaakt.
Dat dit een repetitie is voor Wereldfietsdag hoor ik pas later. De Verenigde Naties hadden 3 juni net tot Wereldfietsdag uitgeroepen, mede op voorstel van Turkmenistan, en 2018 was het eerste jaar. Het beeld dat me het langst bijblijft komt niet van de trappen maar van de weg: als ik de stad uit rijd, kom ik kolonne na kolonne fietsers tegen in dezelfde trainingspakken op dezelfde groene fietsen, op de terugweg. Ze houden niet op. Tot ver voorbij de stad blijven ze komen, van heinde en verre aangevoerd voor een feest waar niemand naar heeft staan kijken.
Wit goud en een paspoort in de verkeerde hand

Voorbij Mary staat het land vol katoen, en in dat katoen staan mensen. Hele ploegen, mannen en vrouwen naast elkaar, schoffelend in het volle zonlicht. Ik heb het de dag ervoor ook gezien en het beeld laat zich niet wegzetten als gewone landarbeid: er wordt hier iets georganiseerd wat naar dwang riekt, al kan ik van de fiets af niet vaststellen hoe het precies zit. Katoen heet in Turkmenistan ak altyn, wit goud, en het is de industrie waar de staat op draait; de oogst en het onderhoud gebeuren met de hand.
Bij Bayramaly koop ik eten. Direct langs het asfalt liggen de lemen wallen van het oude Merv, in de middeleeuwen een van de grootste steden ter wereld en in 1221 door de Mongolen van de kaart geveegd. Vanaf de weg is het een uitgesleten aardwal, meer niet. Ik gun mezelf de tijd niet en na Iran, waar ik ruïne na ruïne heb gezien, is de honger daarnaar ook wel verzadigd. Ik ben hier voor de opgave om in vijf dagen dwars door de woestijn het land uit te komen. Pas veel later lees ik wat Merv is geweest, en dan komt de spijt alsnog.
Even verder loopt een jongen langs een groen katoenveld met drie kamelen voor zich uit, een volwassen dier en twee jongen. Ik stop, fotografeer en maak een praatje van handen en voeten. Dat praatje kost me een halfuur later bijna mijn paspoort.

Wat me aanhoudt is een gewone auto zonder enig kenteken van gezag, met twee mannen erin. Ze vragen naar mijn papieren en ik geef ze, wat achteraf de enige echte fout van deze vijf dagen is. Er is een probleem, zeggen ze, en ik moet betalen. Om dat te onderstrepen rijden ze een stuk door met mijn paspoort in de hand van de bijrijder.
Als ik mijn paspoort kwijtraak, heb ik een serieus probleem.
Achter een auto aan rennen is geen plan, maar het is wat er gebeurt. Wat wel werkt is een biljet van tien dollar naar binnen wapperen: in de seconde verwarring die dat oplevert grijp ik mijn paspoort terug. Ze zijn te verbouwereerd om te reageren en ik ben weg. Het loopt goed af en de les is duidelijk genoeg: je paspoort geef je niet uit handen, daar heb je kopieën voor.
In de heetste uren is doortrappen zinloos. Bij het woestijndorpje Ravnina zit ik het uit bij een wegrestaurant, waar de vrouw die er werkt het bijzonder vindt dat ik er ben. Vooral haar kinderen zijn nieuwsgierig, en via hen ontstaat er iets van contact met haar. Ik zit lang buiten in de schaduw tot ze voorstelt binnen te komen zitten, waar het koeler is. Een portret mag ik maken, maar de gordijnen gaan dicht en ik moet beloven dat de foto nooit online komt. Dat is dit land in één afspraak: gastvrijheid die alleen achter gesloten gordijnen bestaat.
Daarna wordt het er niet beter op. De tegenwind staat vol op de neus, het land is dor en herhaalt zichzelf, en het asfalt breekt open in brokken die aan kasseien doen denken. Pas als de zon zakt en het zand goud wordt, knapt de dag op. Ik zoek een plek waar het zand makkelijk begaanbaar is, rijd een eind van de weg af en zet mijn tent tussen de saksaul, het knoestige struikje dat met zijn wortels het zand vasthoudt en zowat de enige plant is die het hier volhoudt. Pasta met tonijn. Het is er volkomen stil, tot er om de paar uur een trein voorbijkomt, ook midden in de nacht: rijen verlichte ramen die door het zwart schuiven, op weg naar of van Turkmenabat, de stad waar ik zelf naartoe onderweg ben.

Praktische informatie
Slapen in Mary: het Sanjar bij het station is vergane Sovjetglorie en de buitenlandersprijs van ongeveer $27 (circa €23) is er niet aan besteed. Het Margush om de hoek is comfortabel, schoon en heeft airco, en werd in manat afgerekend voor een fractie daarvan. Vraag altijd eerst de kamer te zien.
Merv: de lemen wallen liggen bij Bayramaly, ongeveer dertig kilometer oostelijk van Mary, direct langs de M37. Het is UNESCO-werelderfgoed en verdient meer dan de blik vanaf de weg die ik eraan heb gegeven. Wie op een transitvisum reist, moet er bewust een halve dag voor inruimen of het bewust laten schieten.
Controles onderweg: houd rekening met mensen die zich als politie voordoen zonder herkenbaar te zijn. Toon een kopie en geef het origineel niet af; zonder paspoort heb je geen onderhandelingspositie meer. Een praatje langs de weg kan de aanleiding zijn.
Eten onderweg: de naharhana’s en pompstations langs de M37 zijn de enige plekken voor water, thee en schaduw. Tussen Bayramaly en de Karakum liggen ze nog redelijk dicht bij elkaar; daarna wordt het schaars.
Fotograferen: in de openbare ruimte lukte het meestal wel, ook bij de presidentsportretten. Binnen in winkels en bij mensen thuis ligt een portret gevoelig, en een toezegging om iets niet te publiceren is er niet voor niets.
Plan je reis
- Overnachten in Turkmenistan: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in Turkmenistan: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in en rond Mary, Turkmenistan: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Turkmenistan ›




Waar dit verhaal ligt
Bekijk de volledige kaart van Turkmenistan ›
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Turkmenistan ›
Turkmenistan | Beeldverhaal15 juni 2018
Turkmenistan | Big Brother7 juni 2018
De grens uit, en de anticlimax4 juni 2018Plan je eigen reis door Turkmenistan
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.