Home AziëTurkmenistanMijn paspoort terug

Mijn paspoort terug

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Rijen jongeren in identieke trainingspakken met groene vlaggen op de trappen van het museum in Mary
Rijen jongeren in identieke trainingspakken met groene vlaggen op de trappen van het museum in MaryAlle foto’s uit Turkmenistan ›

Om half zeven word ik in mijn hotelkamer wakker van een hoop lawaai. Vanuit mijn raam kijk ik uit op het geschiedenismuseum van Mary, waar het een drukte van jewelste is. Ik wil van dichterbij kijken, maar als ik beneden kom staat er een agent voor de uitgang. Dat men de achteruitgang is vergeten vind ik eerlijk gezegd wel iets moois: zo kan ik alsnog mijn gang gaan. Op de trappen van het museum staan rijen jongens en meiden in identieke trainingspakken, met groene vlaggen, een generale repetitie voor iets. Ik maak foto’s tot me duidelijk wordt gemaakt dat dat niet de bedoeling is.

Wat me nog meer bijblijft, komt pas als ik zelf de stad uit rijd. Kolonnes fietsers, allemaal in dezelfde trainingspakken en op dezelfde groene fietsen, keren huiswaarts na de repetitie. Ik kom ze tot ver voorbij Mary tegen. Ze zijn van heinde en verre aangevoerd voor een fietsfeest waar geen mens naar heeft staan kijken.

Ploegen mensen schoffelen in een katoenveld bij Mary, Turkmenistan

Voorbij Merv

Buiten de stad liggen de velden vol katoen, en overal staan mensen te schoffelen, mannen en vrouwen, hele ploegen tegelijk. Ik zag het gisteren ook, en het beeld laat me niet los: ik vermoed een vorm van collectieve, opgelegde arbeid, iets wat naar dwangarbeid neigt, al weet ik niet hoe het precies zit. Katoen is hier het witte goud, en de staat oogst het met de hand.

Bij Bayramaly doe ik boodschappen. Vlak naast de weg liggen de lemen wallen van het oude Merv, ooit een van de grootste steden ter wereld aan de Zijderoute. Wat ik ervan zie is een lange, uitgesleten aardwal langs het asfalt. Ik heb er weinig tijd voor, en na alle ruïnes in Iran ontbreekt me ook de zin om uitgebreid te gaan kijken; ik ben hier niet voor de geschiedenis, ik ben hier voor de uitdaging om in vijf dagen dwars door de woestijn het land uit te komen. Iets verderop, langs een groen katoenveld, drijft een jongen drie kamelen voor zich uit, een volwassen dier en twee jongen. Ik stop, maak foto’s en maak een praatje. Het is een klein, vriendelijk moment.

Jongen drijft drie kamelen langs de weg bij een groen katoenveld in Turkmenistan

Niet lang daarna word ik staande gehouden door een auto die op geen enkele manier als politie te herkennen is. Twee mannen. Ze willen mijn paspoort zien, en ik maak de fout het te geven. Ze bekijken het, zeggen dat ik een probleem heb en dat ik moet betalen. Dan rijden ze een stukje verder, om hun woorden kracht bij te zetten.

Als ik mijn paspoort kwijtraak, heb ik een serieus probleem.

Dat besef jaagt me achter de auto aan. Ik zie dat de bijrijder mijn paspoort in zijn hand houdt. Ik grijp een biljet van tien dollar, wapper daarmee naar binnen, en in de verwarring die dat geeft ruk ik mijn paspoort uit zijn hand. Ze zijn zo verbouwereerd dat ik ermee wegkom. Het loopt goed af, maar ik heb een belangrijke les geleerd: geef nooit zomaar je paspoort uit handen, daar heb je kopieën voor. Ik heb het sterke vermoeden dat ze me alleen hebben aangehouden omdat ik met mensen langs de weg stond te praten.

Opengebroken asfalt in brokken op de weg door de Karakum, Turkmenistan

Siesta bij Ravnina

Tegen het heetst van de dag is het simpelweg te warm om door te trappen. Bij het woestijndorpje Ravnina stop ik bij een wegrestaurant om te eten en te drinken. De vrouw die hier werkt vindt het bijzonder dat ik er ben. Vooral haar kinderen zijn nieuwsgierig naar me, en via hen ontstaat er iets van een band, ook met haar. We praten wat, voor zover dat gaat. Ik zit lang buiten in de schaduw, tot ze vraagt of ik niet liever binnen wil zitten, waar het koeler is. Een portret mag ik maken, maar de gordijnen gaan dicht, en ik moet beloven dat de foto nooit op internet komt.

Na de siesta wordt het er niet aangenamer op. De tegenwind staat er nu vol op, het landschap is dor en eentonig, en het wegdek breekt open in brokken die aan kasseien doen denken. Mijn zitvlak doet na drie dagen constant pijn. Ik ben blij als de zon begint te zakken en het zand goud kleurt.

Tent tussen de duinen van de Karakum bij avondlicht

Ik wil tussen de duinen slapen. Waar het me uitkomt zoek ik een makkelijke doorgang door het zand, weg van de weg, tot ik een plek vind tussen de saksaul, het knoestige woestijnstruikje dat met zijn wortels het zand vasthoudt en zowat de enige plant is die het hier uithoudt. Ik zet mijn tent op en kook pasta met tonijn. Het is er volkomen stil, tot er met tussenpozen van een paar uur een trein voorbijkomt, ook diep in het donker van de nacht. Rijen verlichte ramen schuiven door het zwart, met daarachter de passagiers, op weg naar of van Turkmenabat, dezelfde stad waar ik zelf naartoe onderweg ben. In het donker steek ik mijn hand op naar een machinist die me niet kan zien.

Passagierstrein doorkruist de lege vlakte van de Karakum in Turkmenistan
Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Foto’s uit dit verhaal

Meer foto’s uit Turkmenistan ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie