De Privoz-markt en de stranden van Odessa

Published: Updated: 0 comments

Met Judy lopen we ’s ochtends naar de Privoz, de grootste markt van Odessa. Het is struinen langs baboesjka’s in felgekleurde schorten: groente en fruit, bloemen, vlees, kleren, schoenen, elektronica, alles wat je kunt bedenken staat er. Koffie bestellen is lastig, want de serveerster is bezig met haar spiegeltje. Op een ander terras slaat de service juist door en wordt het tweede biertje al gevraagd voordat het eerste leeg is. Net buiten het terrein staan de armste mensen hun bezit te verkopen: twee oude leren tassen, twee flessen melk.

Op weg door de stad passeren we een begraafplaats, en die ziet er heel anders uit dan een Nederlandse. De graven zijn omgeven door zware gietijzeren hekken, die elke familieplek tot een eigen, afgesloten kamertje maken. Op vrijwel elke steen staat een foto of een in het graniet geëtst portret van de overledene, vaak jong gestorven, afgebeeld zoals hij of zij was, hier en daar met de medailles uit het Rode Leger erbij. Waar een Nederlandse zerk een naam en twee jaartallen geeft, kijkt de dode je hier recht aan.

Vijf kilometer strand

Verder naar het zuiden is het zo’n vijf kilometer lopen naar Arcadia Beach. De gebouwen worden hoger en nieuwer; hier leeft de stad pas echt. Waar je in de binnenstad nauwelijks een hotel vindt, rijden hier de trams af en aan langs strandarchitectuur, club na club en restaurant na restaurant, over verschillende niveaus tegen de helling gebouwd. Het water is verrassend blauw, de stranden klein en wit. De zee is in werkelijkheid zwaar vervuild, wat niemand ervan weerhoudt massaal het water in te gaan. Het publiek is jong en hip, en het kijken gaat twee kanten op: iedereen paradeert net zo schaamteloos als hij kijkt. De bikini’s zijn zo klein dat je je afvraagt of ze nog nodig waren, de mannen lopen in strakke speedo’s. Ik bestel inktvisringen en krijg een kunstig opgemaakte gevulde inktvis voor 70 UAH, misschien wel het lekkerste dat ik in dit land heb gegeten. Verderop op Otrada is het rustiger: dat is het strand van het oudere publiek.

De kok wordt speciaal van het strand gehaald, waar hij aan het vissen is, om onze spiesen te bakken.

Op Langeron, het laatste terras van de wandelroute, worden we door een uiterst vriendelijke serveerster naar een tafel gebracht en krijgen we direct dekens tegen de zeewind. De sjasliek is de beste van Odessa, en samen zijn we nog geen 80 UAH per persoon kwijt. Het is donker als we teruglopen over de Prymorsky Boulevard, waar skateboardende jongeren langs oudere echtparen op bankjes flaneren.

De volgende dag is het centrum een drukte van bruidsparen, witte limousines en Russische toeristen; het weekend is begonnen. ’s Avonds zijn we opnieuw bij hetzelfde restaurant, waar de serveerster Tanja ons al herkent. Aan tafel leren we Judy beter kennen. Ze is negenendertig en wacht hier op haar boot naar Georgië; zonder ooit eerder een fietsreis te hebben gemaakt is ze, na de zelfdoding van haar man, aan een reis om de wereld begonnen. Later trekken we door naar Arcadia, de uitgaanszone van het land: vijf grote clubs, entree van 50 UAH voor vrouwen tot 150 UAH voor mannen, witte interieurs en Griekse zuilen. Op het podium tegenover ons terras moeten gespierde mannen in onderbroek en schaars geklede vrouwen het publiek vermaken. We kijken vooral naar wie er voorbijkomt en laten ons om drie uur ’s nachts door een taxi terugbrengen, wat dankzij Judy’s Russisch maar 45 UAH kost.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie