
Van de honderden boeddhistische kloosters die Mongolië ooit telde, overleefden er maar een paar de verwoesting door de communisten, die het boeddhisme slecht vonden voor een land in opbouw: je hebt arbeiders en een groeiende bevolking nodig, en daar zorgen monniken niet voor. Amarbayasgalant Khiid, diep in de Iven-vallei aan de voet van de Büren-Khaan, is een van de drie grote die overbleven, en de eerste bestemming van onze tocht. Onze chauffeur Aamaa, een jonge, gespierde Mongool, gaat de eerste dag gebukt onder een kater en grijpt elke stop aan om bij te slapen. Het busje is een grijze Russische UAZ, een minibus met weinig comfort, waaraan van alles kapotgaat maar dat met een hamer net zo eenvoudig weer te repareren is.
Het land van niemand
De rand van Ulaanbaatar bestaat uit een eindeloze gordel van omheinde erven, elk met een ger of een eenvoudig huisje: een uitgedijd tentenkamp zonder verharde wegen, waar nomaden zich aan de stad hebben vastgezet.
Buiten de stad is het Mongoolse land van niemand; hekken ontbreken en de bewoning dunt razendsnel uit.
Na honderd kilometer verharde weg slaan we af op zand. Op de kale steppe komen we langs een samenscholing van mensen en paarden: een lokale Naadam. Uren wachten we op de paardenraces, tussen het worstelen door, tot plotseling een stofwolk nadert en tientallen paarden met kinderen erop vlak langs ons stuiven.
Het klooster in de Iven-vallei
Bij een breed dal stoppen we bij een ovoo, een heilige steenhoop met kleurige vlaggen, waar we drie keer met de klok mee omheen lopen om de geesten gunstig te stemmen. De weg wordt zo slecht dat er weinig van het begrip overblijft, en zonder vering schudt alles mee. Door het ruige terrein raakt de motor oververhit, zodat we elk half uur moeten stoppen om hem te laten afkoelen. Naast het klooster staan twee gers, waarvan er een onze slaapplaats is. Bij een maaltijd van schapenvlees met rijst en pasta rennen buiten tientallen grondeekhoorns rond. We klimmen de heuvel op, waar het vol edelweiss staat, het nationale symbool dat Patrick als Zwitser meteen aanwijst. Dan barst boven de vallei het onweer los, met felle flitsen en harde klappen, en gaat de meegebrachte vodka rond.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Waar deze dag ligt
Over land naar Singapore, nu in Mongolië. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering15. Voorbereidingen in Ulaanbaatar: een busje voor veertien dagen
Volgende aflevering ›17. Pech onderweg: van de kopermijn van Erdenet naar de SelengaSpring naar een andere aflevering
- 13. Listvyanka: de banja en het diepste meer ter wereld
- 14. Elf uur grens: het ijzeren gordijn naar Mongolië
- 15. Voorbereidingen in Ulaanbaatar: een busje voor veertien dagen
- 16. Naar het klooster Amarbayasgalant, langs een lokale Naadam
- 17. Pech onderweg: van de kopermijn van Erdenet naar de Selenga
- 18. Mörön: basketbal, valse honden en een ger-disco
- 19. Sprinkhanen, wolven en wodka bij het Hövsgöl
- Alle 152 afleveringen ›
Spring naar een andere reis
- Over land naar Singapore 2005–2006
- Roadtrip door Australië 2006
- Terug door Zuidoost-Azië 2006–2007
- Fietsreis van Praag naar de Kaukasus 2010
- Fietsreis door Nieuw-Zeeland 2015–2016
- Over land naar het oosten 2018
- Fietsreis door Zuid-Marokko 2024
- Fietsreis door Senegambia 2025–2026
- Fietsreis door zuidelijk Afrika 2026
- Te voet door Bulgarije 2026
- Te voet door Turkije 2026
- Alle reizen op een rij ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Zonder advertenties
Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen