De wekker staat om 6.00 uur. We zijn gewaarschuwd voor de bavianen op de camping en het advies is simpel: laat niets in de tent liggen. We kiezen voor zekerheid en halen de tent helemaal weg; alles verdwijnt in het grote washok. We zijn toch de enige gasten, dus dat gebouw is vandaag onze opslagruimte.
De Waterkloof Trail maakt een grote lus door een smalle kloof, klimt daarna naar een hoog plateau en daalt via een andere vallei terug naar het kamp. De route staat bekend als zwaar door de lengte, de hitte en het hoogteverschil, maar juist daardoor komen er relatief weinig wandelaars. De eerste kilometers lopen door de kloof zelf, langs roodbruine rotswanden en rotspoelen met helder groen water vol salamanders, kikkers en kikkervisjes. Bij de laatste poel vullen we onze flessen opnieuw; daarna is er geen water meer op de route.

Sporen van dieren
De Naukluft is leefgebied van de zeldzame Hartmann’s bergzebra, een soort die speciaal is aangepast aan ruig bergachtig terrein, naast bavianen, koedoes, klipspringers, steenbokken en roofdieren als hyena’s en luipaarden. We volgen de gele voetstappen die op stenen zijn geschilderd om de route te markeren; degene die dit bedacht heeft wilde duidelijk geen enkel risico nemen, want er zijn bijna net zo veel gele voetstappen als stenen.
Overal zien we sporen: pootafdrukken van zebra’s en antilopen lopen door het zand, soms bijna alsof ze zelf ook de route volgen. Hier en daar liggen beenderen, sommige duidelijk kapotgebeten, andere poreus geworden door zon en droogte. Ook uitwerpselen liggen overal; sommige hopen bevatten haren en zijn lichtgrijs uitgeslagen, doordat roofdieren ook botten eten en het hoge calciumgehalte de uitwerpselen wit of grijs doet verkleuren wanneer ze opdrogen.

De zebra’s
Pas wanneer we bijna het hoogste punt bereiken, een open hoogvlakte met gras en lage struiken, zien we eindelijk dieren: eerst een paar antilopen in de verte, en dan, nog verder weg, een groep op een lichte verhoging. Met de verrekijker wordt het meteen duidelijk: zebra’s. Ze hebben ons al lang gezien en houden ons vanaf hun heuvel scherp in de gaten.
De temperatuur begint flink te stijgen. Na zeven uur wandelen bereiken we de rotspoelen bij het andere uiteinde van de kloof, waar twee antilopen staan te drinken; ze schrikken van onze aanwezigheid en verdwijnen tussen de rotsen. Sorry daarvoor. Jullie hoeven echt niet weg.

De ranger en de luipaard
Terug op de camping vraagt de ranger meteen of we ook sporen van de neushoorns zijn tegengekomen. Dat verrast ons; we wisten helemaal niet dat hier neushoorns leven. Volgens hem komen er in dit gebied zwarte neushoorns voor, zeldzaam en zelden gezien, maar sporen en uitwerpselen heeft hij gevonden. Hij legt uit hoe je de afdrukken en de grote hopen mest kunt herkennen. Dan valt bij ons het kwartje: die enorme hoop mest die we eerder langs de route zagen, was waarschijnlijk van een neushoorn. We hadden er geen moment bij stilgestaan.
Of dat helemaal klopt weet ik niet zeker, maar het klinkt overtuigend genoeg.
Op onze beurt vertellen we dat we hyenapoep denken te hebben gezien. Hij is nieuwsgierig. Ik leg uit dat die vaak haren bevatten en soms kleine botfragmenten, en dat ze wit of grijs verkleuren door het calcium uit de botten. Of dat helemaal klopt weet ik niet zeker, maar het klinkt overtuigend genoeg. Dan laat de ranger nog iets vallen: hier loopt regelmatig een luipaard rond. Soms ligt het dier boven op de rotsen bij de camping, rustig alles in de gaten te houden.
Die avond zit ik buiten mijn notities uit te werken. Het is pikkedonker; boven mij een fonkelende sterrenhemel zonder een enkel kunstlicht in de buurt. Dan hoor ik plotseling geluid achter me.
Geen luipaard. Het is Maurits. Die is in zijn tent in slaap gevallen.
Meer uit deze serie:
← Een zware dag naar de Naukluft
Meewind naar Solitaire →