Home AfrikaNamibiëFietsen in Namibië: Wandelen tussen de zebra’s

Fietsen in Namibië: Wandelen tussen de zebra’s

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

De wekker staat om 6.00 uur. Vandaag lopen we de achttien kilometer lange Waterkloof Trail. Omdat het overdag snel heet wordt, willen we vertrekken zodra de zon opkomt. We zijn gewaarschuwd voor de bavianen op de camping. Het advies is simpel: laat niets in de tent liggen. We kiezen voor zekerheid en halen de tent helemaal weg. Alles verdwijnt in het grote washok bij de camping. We zijn toch de enige gasten, dus dat gebouw is vandaag onze opslagruimte.

De Waterkloof Trail

De Waterkloof Trail is een van de bekendste wandelingen in het Naukluft-gebied. De route maakt een grote lus door een smalle kloof, klimt daarna naar een hoog plateau en daalt via een andere vallei weer terug naar het kamp. Onderweg passeer je rotsformaties, kleine waterpoelen en stukken savanne waar wilde dieren leven. De route staat bekend als zwaar door de lengte, de hitte en het hoogteverschil, maar juist daardoor komen er relatief weinig wandelaars.

De eerste kilometers lopen door de kloof zelf. Tussen roodbruine rotswanden liggen meerdere rotspoelen met helder groen water. Het water zit vol salamanders, kikkers en kikkervisjes. Gisteren konden we hier nog even afkoelen. Vandaag vullen we bij de laatste poel onze flessen opnieuw. Daarna is er geen water meer op de route.

Sporen van dieren

De Naukluft staat bekend om de zeldzame Hartmann’s bergzebra, een zebra-soort die speciaal is aangepast aan het leven in ruig bergachtig terrein. Daarnaast leven hier onder andere bavianen, koedoes, klipspringers, steenbokken, verschillende antilopen en roofdieren zoals hyena’s en luipaarden. Daarom hebben we bewust voor de langste wandeling gekozen. Hoe verder je loopt, hoe kleiner de kans dat je andere mensen tegenkomt, en hoe groter de kans op dieren.

In de ochtend is het heerlijk koel. Overal klinkt het vrolijke gekwetter van vogels en het monotone geluid van kikkers uit de poelen. We volgen de gele voetstappen die op stenen zijn geschilderd om de route te markeren. Degene die dit bedacht heeft wilde duidelijk geen enkel risico nemen: er zijn bijna net zo veel gele voetstappen als stenen. Overal zien we sporen van dieren. Pootafdrukken van zebra’s en verschillende antilopen lopen door het zand. Het lijkt soms bijna alsof ze zelf ook de route volgen. Hier en daar liggen beenderen van dieren die eerder onderdeel waren van een compleet karkas. Sommige zijn duidelijk kapotgebeten, andere zijn poreus geworden door zon en droogte.

Ook uitwerpselen liggen overal. In alle vormen en maten. Sommige hopen bevatten haren en zijn lichtgrijs uitgeslagen. Dat komt doordat roofdieren vaak ook botten eten. Het hoge calciumgehalte uit die botten zorgt ervoor dat de uitwerpselen wit of lichtgrijs verkleuren wanneer ze opdrogen.

De zebra’s

Pas wanneer we bijna het hoogste punt bereiken, een open hoogvlakte met gras en lage struiken, zien we eindelijk dieren. Eerst een paar antilopen in de verte. En dan, nog verder weg, een groep dieren die op een lichte verhoging staat. Met de verrekijker wordt het meteen duidelijk: zebra’s. Precies de dieren waar we op hoopten. Ze hebben ons al lang gezien. Vanaf een veilige afstand houden ze ons scherp in de gaten. Waarom ze ons anders zo strak aankijken vanaf die heuvel is moeilijk te verklaren. Onze dag kan nu al niet meer stuk. Een lange wandeling door een leeg landschap zonder wegen of gebouwen, en dan ook nog zebra’s

De temperatuur begint inmiddels flink te stijgen. Na zeven uur wandelen bereiken we de rotspoelen bij het andere uiteinde van de kloof. Twee antilopen die hier rustig stonden te drinken schrikken van onze aanwezigheid en verdwijnen tussen de rotsen. Sorry daarvoor. Jullie hoeven echt niet weg.

De ranger en de luipaard

Terug op de camping is de ranger nieuwsgierig hoe het is gegaan en wat we onderweg hebben gezien. Hij vraagt meteen of we ook sporen van de neushoorns zijn tegengekomen. Dat verrast ons, want we wisten helemaal niet dat hier neushoorns leven. Volgens hem komen er in dit gebied zwarte neushoorns voor, al zijn ze zeldzaam. Zelf heeft hij er nog nooit een gezien, maar sporen en uitwerpselen wel. Hij legt uit hoe je de afdrukken en de grote hopen mest kunt herkennen. Dan valt bij ons het kwartje. Die enorme hoop mest die we eerder langs de route zagen, was waarschijnlijk van een neushoorn. We hadden er geen moment bij stilgestaan.

Op onze beurt vertellen we dat we denken hyenapoep te hebben gezien. Dat maakt hem nieuwsgierig. Hoe herken je eigenlijk uitwerpselen van roofdieren? Ik leg uit dat die vaak haren bevatten en soms kleine botfragmenten. Wanneer ze opdrogen kleuren ze vaak wit of grijs door het calcium uit de botten die de dieren eten. Of dat helemaal klopt weet ik niet zeker, maar het klinkt overtuigend genoeg.

Na dit gesprek laat de ranger nog een laatste detail vallen. Volgens hem loopt er hier ook regelmatig een luipaard rond. Soms ligt het dier boven op de rotsen bij de camping, rustig alles in de gaten te houden.

Wanneer het donker wordt zit ik buiten mijn notities van de dag uit te werken. Het is pikkedonker. Boven mij hangt een fonkelende sterrenhemel zoals je die alleen hier ziet, zonder een enkel kunstlicht in de buurt. Verder is het stil. Dan hoor ik plotseling geluid achter me. Ik krijg een hartverzakking en schrik zo hard dat ik bijna van mijn stoel val.

Geen luipaard. Het is Maurits. Die is in zijn tent in slaap gevallen.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie