
De wekker staat om zes uur. Vandaag lopen we de Waterkloof Trail, achttien kilometer, en omdat het overdag snel heet wordt willen we weg zodra de zon opkomt.
We zijn gewaarschuwd voor de bavianen op de camping. Het advies is simpel: laat niets in de tent liggen. We kiezen voor zekerheid en halen de tent helemaal leeg; alles verdwijnt in het grote washok. We zijn toch de enige gasten, dus dat gebouw is vandaag onze opslagruimte.
De trail maakt een grote lus door een smalle kloof, klimt naar een hoog plateau en daalt via een andere vallei terug naar het kamp. Hij staat bekend als zwaar door de lengte, de hitte en het hoogteverschil, en juist daarom hebben we hem gekozen. Hoe verder je loopt, hoe kleiner de kans dat je mensen tegenkomt en hoe groter de kans op dieren.
De eerste kilometers gaan door de kloof zelf, langs roodbruine rotswanden en poelen met helder groen water vol kikkers en kikkervisjes. Bij de laatste poel vullen we onze flessen. Daarna is er geen water meer op de route.

Sporen
In de ochtend is het koel. Overal klinkt gekwetter van vogels en het monotone geluid van kikkers uit de poelen. We volgen de gele voetstappen die op de stenen zijn geschilderd om de route te markeren. Degene die dat bedacht heeft wilde geen enkel risico nemen: er zijn bijna net zo veel gele voetstappen als stenen.
Dieren zien we niet, sporen des te meer. Pootafdrukken van zebra’s en antilopen lopen door het zand, soms bijna alsof ze zelf ook de route volgen. Hier en daar liggen beenderen, sommige duidelijk kapotgebeten, andere poreus geworden door zon en droogte. En overal uitwerpselen, in alle vormen en maten.

De zebra’s
Pas als we bijna het hoogste punt bereiken, een open hoogvlakte met gras en lage struiken, zien we eindelijk iets bewegen: eerst een paar antilopen in de verte, en dan, nog verder weg, een groep op een lichte verhoging. Met de verrekijker wordt het meteen duidelijk. Zebra’s, precies de dieren waar we op hoopten. Ze hebben ons allang gezien en houden ons vanaf hun heuvel scherp in de gaten.
De temperatuur begint flink te stijgen. Na zeven uur lopen bereiken we de rotspoelen aan het andere uiteinde van de kloof, waar twee antilopen staan te drinken. Ze schrikken en verdwijnen tussen de rotsen. Sorry daarvoor. Jullie hoeven echt niet weg.

De ranger en de luipaard
Terug op de camping vraagt de ranger meteen of we sporen van de neushoorns zijn tegengekomen. Dat verrast ons; we wisten niet eens dat hier neushoorns leven. Volgens hem komen er zwarte neushoorns voor, zeldzaam en zelden gezien, maar hij vindt regelmatig sporen en mest. Hij legt uit hoe je die herkent. Dan valt het kwartje: die enorme hoop die we onderweg zagen was er waarschijnlijk een. We hadden er geen moment bij stilgestaan.
Op onze beurt vertellen we dat we hyenapoep denken te hebben gezien. Hij is nieuwsgierig. Ik leg uit dat die vaak haren bevat en soms botfragmenten, en wit of lichtgrijs verkleurt door het calcium uit die botten.
Of dat helemaal klopt weet ik niet zeker, maar het klinkt overtuigend genoeg.
Dan laat de ranger nog iets vallen: hier loopt regelmatig een luipaard rond. Soms ligt het dier boven op de rotsen bij de camping, rustig alles in de gaten te houden.
Die avond zit ik buiten mijn notities uit te werken. Het is pikkedonker, boven mij een sterrenhemel zonder een enkel kunstlicht in de buurt. Dan hoor ik plotseling geluid achter me.
Geen luipaard. Het is Maurits. Die is in zijn tent in slaap gevallen.
Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Namibië ›




Waar deze dag ligt
Fietsreis door zuidelijk Afrika, nu in Namibië. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.

