Het Nederlandse reisadvies ontraadt de grensgebieden met Rusland ten strengste, en daarmee vallen op papier precies de hoge bergen af waarvoor we naar Georgië zijn gekomen. In een homestay in Kutaisi draait dat beeld. De eigenaar is bijna boos dat ons het noorden wordt afgeraden, gebieden die volgens hem volstrekt veilig zijn, en de medereizigers die net uit Svaneti terug zijn, hebben er zonder problemen gewandeld. We besluiten te gaan.
Door de Enguri-kloof de bergen in
De marsjroetka waarvan de taxichauffeurs in Zugdidi ons willen doen geloven dat hij niet bestaat, vertrekt pas als alle plaatsen bezet zijn. De eerste dertig kilometer rijden we door vlak, subtropisch land vol palm- en bananenbomen, met een stoffige, vochtige lucht die aan Laos doet denken. Dan komen we bij een lang stuwmeer met heldergroen water, het dal wordt smaller en de bergen hoger. De weg verslechtert tot smalle tunnels waarin rotsblokken moeten worden ontweken, en stukken waar de rijbaan met metalen roosters is verbreed, tientallen meters boven het kolkende water van de Enguri.
Hier van de weg raken betekent een zekere, snelle dood, dus we gaan ervan uit dat onze chauffeur nog niet dood wil.
Na vier uur zien we de eerste toppen van vier- en vijfduizend meter met eeuwige sneeuw en grote gletsjers. Tussen de bergen liggen dorpen met houten huizen en stenen torens. In Mestia, op vijftienhonderd meter, hebben we een kamer in Nino’s homestay, waar iedereen samen eet van een hoeveelheid die niemand op krijgt. Voor het eerst hebben we het gevoel dat we echt op reis zijn.
Mestia als basiskamp
Mestia is de meest relaxte plek van de reis, en we maken er een basiskamp van. De klassieke dagwandeling is de Cross Peak, een klim van zo’n negenhonderd meter naar het kruis dat op tweeduizendzeshonderd meter boven het dorp staat. We passeren tientallen torens uit de negende tot dertiende eeuw, gebouwd om de dorpsbewoners te huisvesten in tijden van oorlog, en klimmen over los gravel langs weiden met hooibergen, kippen, zwijnen en koeien.
Nergens ter wereld, op Mongolië na, hebben koeien zo’n mooi leven.
Boven de boomgrens verschijnt Mt. Ushba, twee steile besneeuwde pieken die als een paar hoektanden naast elkaar omhoogsteken. De grote wandeling is de vijfentwintig kilometer naar de Chalati-gletsjer, de eerste die we ooit zien. De rivier komt uit een tunnel in het ijs, hoger dan ikzelf, en de muur van ijs is tientallen meters hoog; we horen de gletsjer rommelen en kraken, en constant valt er een beetje puin naar beneden. Een andere dag klim ik naar de televisietoren boven Mestia, deels meeliftend in een Sovjet-Kamaz-truck die over een veel te smal bospad dendert, met aan de top een panorama van driehonderdzestig graden vol gletsjers.
Ushguli en het afscheid
Met een gedeelde jeep rijden we voor honderdvijftig lari zevenenveertig kilometer over een onverharde weg naar Ushguli, een groep van vier gehuchten op ruim tweeduizend meter en een van de hoogste bewoonde plaatsen van Europa. Links doemt de witte massa van Mt. Shkhara op, met 5.068 meter de hoogste berg van Georgië. In de smalle straten lopen we door de modder en de mest van vrij rondlopende varkens, koeien en stieren, tussen tientallen leisteen torens waarvan de voet van sommige van vóór het christendom dateert. Mannen maaien met de zeis het hooi voor de lange winter. ’s Middags klim ik zonder doel de bergen in, achter de paadjes van het vee aan, tot ik op ruim drieduizend meter tot mijn middel in een bloemenzee sta die schittert in wit, rood, blauw, paars, roze en geel.
Het afscheid van de bergen is even bijzonder als de aankomst. Vanaf het geïmproviseerde vliegveld van Mestia, een gemaaide grasvlakte met zeven Kamaz-trucks en een houten keet, vliegen we met een veertig jaar oud Sovjet-toestel naar Tbilisi. We delen het met een ziek kind op een brancard, want dit vliegtuig is ook de ambulance van de vallei. Laag scheren we over Mestia, zien de torens en de rivier verdwijnen, en links liggen alle toppen en gletsjers waar we die week tussen liepen, nu van bovenaf.
Naast me laat iemand op zijn gps zien dat we om Zuid-Ossetië heen vliegen, omdat we daar uit de lucht geschoten zouden kunnen worden.
Praktische informatie
Hoe er komen: Svaneti is bereikbaar met de marsjroetka vanaf Zugdidi (opstapplaats vanuit Kutaisi of per trein) naar Mestia, of met het propellervliegtuigje vanaf Natakhtari bij Tbilisi naar Mestia. Van Mestia naar Ushguli gaat een gedeelde jeep over een ruwe, onverharde weg.
Slapen: Homestays in Mestia en Ushguli, in 2010 rond de 50 lari (ca. €25) per persoon inclusief drie maaltijden. Reserveren is in het hoogseizoen verstandig.
Eten: De homestays serveren halfpension, doorgaans overvloedig, met kaas, brood, groente en wijn. Lunchen onderweg kan alleen in Mestia zelf.
Beste reistijd: Juli tot september, wanneer de hoge paden sneeuwvrij zijn. Buiten die maanden ligt er sneeuw en zijn de wandelingen niet te doen.
Nog weten: Op hoogte is de inspanning merkbaar. Bronnen langs de paden zijn door het vrij grazende vee niet altijd veilig om uit te drinken, dus neem voldoende water mee. Ushguli is afgelegen; er is weinig tot geen medische voorziening.
Plan je reis
- Overnachten in Georgië: vergelijk accommodaties ›
- Trein-, bus- en vliegtickets in Europa: vergelijk op Omio ›
- Activiteiten en excursies in Georgië: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Bekijk de volledige kaart van Georgië ›
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.