Home EuropaTurkijeDe man die zijn vrouw vergat

De man die zijn vrouw vergat

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Bruine paarden tussen oude jeneverbessen en een omgevallen stam op een open plek in het bos
Vrij lopende paarden tussen de jeneverbessen, op weg naar Adada.

Twee nachten in dit pension, en de plek begint enigszins op mijn zenuwen te werken. Ik hou van vrijheid en autonomie, en hier heb ik geen van beide. De kleine slaapkamer is de enige plek om je terug te trekken. Eten doen we in de zitkamer, op hun tijdstip en met de televisie aan, terwijl de gastheer en de gastvrouw toekijken hoe we zitten te eten. Om acht uur ontbijt, ook in de zitkamer, met onze gastvrouw op de grond naast de tafel om de thee in te schenken. Ze bedoelen het goed en dit is gastvrijheid, maar ik word er erg ongemakkelijk van.

Ik ben dan ook blij dat we vertrekken. Helemaal mijn eigen gang gaan doe ik nog niet. Dit is een wandelreis waarbij we niet de hele trail lopen, maar zoveel mogelijk hoogtepunten pakken. Een auto brengt ons naar het begin van de wandeling, en onze bagage gaat door naar de volgende accommodatie. Goed geregeld, dat wel, maar niet helemaal mijn ding. Ik ben toch meer van het liedje van Ramses Shaffy, Laat me, laat me m’n eigen gang maar gaan.

Paarden tussen de jeneverbessen

Het is de op een na laatste wandeldag, en ook vandaag is het koud en grauw. Maar ook nu houden we het droog. De route laat vandaag paden überhaupt links en rechts liggen. Hoe we door het jeneverbesbos komen, mogen we zelf uitzoeken, tussen bomen met prachtig kromme stammen en paarden die er vrij rondlopen. Het zijn middelgrote dieren die twijfelen tussen nieuwsgierigheid en angst voor het onbekende, en ons van gepaste afstand tussen de bomen door aanstaren. Waarschijnlijk zijn het yılkı atları, paarden die door hun eigenaars zijn losgelaten en vrij in de bergen leven. Omdat we dwars door de begroeiing struinen, vertrappen we bij elke stap tijm en oregano, en de geur komt met ons mee.

Op een open veld zien we een ouder echtpaar kruiden en paddenstoelen verzamelen. Hun rode scootmobiel met een zitje achterop staat geparkeerd op een onverhard pad. Even later zien we de man alleen wegrijden. Wacht, je vergeet je vrouw. We zijn opgelucht als hij terugkomt en niet veel later met zijn vrouw achterop vertrekt. We zwaaien vriendelijk gedag.

Stenen zitrijen van de antieke vergaderplaats in Adada, met rechts de ruïne van een toren en een wandelaarster ernaast, onder een bewolkte lucht

Raadszaal van steen

Vandaag lopen we naar Adada. Het was een stad in Pisidië, zoals dit berggebied tussen de kust en de Anatolische hoogvlakte in de oudheid heette. Adada wordt al in de tweede eeuw voor onze jaartelling genoemd, en onder de Romeinen bouwde de stad tempels voor de keizers. Wat me het meest verbaast, is hoe achteloos het er allemaal bij ligt en staat. Er is niemand. We lopen rond tussen restanten van tweeduizend jaar oud, en op de vergaderplaats naast de agora kunnen we gewoon gaan zitten: twintig stenen treden, waar duizend mensen konden zitten bij de openbare stadsvergaderingen. Het lijkt op de raadszaal van een gemeente, de opzet is precies dezelfde. Alleen zit je daar op pluche en hier op steen. De vergaderingen zullen toen kort hebben geduurd.

In het wachthuisje ontmoeten we Ramazan. Hij is de bewaker van Adada en de enige die hier nog aan het werk is. Hij lijkt onze overnachting in Sağrak te regelen. Zijn domein is een volgepropt hokje, waar we thee drinken en zien dat hij camerabeelden van het terrein heeft. Mocht je hier tussen de ruïnes nodig moeten plassen, dan is dat iets om rekening mee te houden. We krijgen zijn nummer en moeten hem bellen als we bij de moskee in Sağrak zijn.

Oude Romeinse weg van grote afgevlakte kalksteenblokken langs een beboste helling, met een wandelaarster in de verte en uitzicht over het dal

Wij moeten nog vijf kilometer, over een pad dat we eerst niet kunnen vinden. Het begint achter het theater. We passeren nog veel meer restanten van vroegere glorie. Het pad door de kloof verandert in een oude Romeinse weg, geplaveid met grote, afgevlakte blokken. Daarover lopen we de kloof uit en de vallei in, recht op Sağrak af, waarvan de minaret al boven de bomen uitsteekt. Over deze stenen zie ik Paulus ons zo tegemoet komen, met zijn knapzak over de schouder. Bij de moskee worden we opgehaald, niet door Ramazan maar door een andere man. Wat die met Ramazan te maken heeft, komen we niet te weten. Goed geregeld, dat wel.

Jeroen Kleiberg

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Foto’s uit Turkije

Waar deze dag ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook

Verder in de serie

Naar het reisoverzicht ›
Oude zwarte dennen met kromme stammen en kale takken op een berghelling, met beboste bergruggen en laaghangende wolken op de achtergrond‹ Vorige aflevering16. Wie de thee schenktVolgende aflevering ›Verschijnt binnenkort
Aflevering 17 van 17 · Reis door Bulgarije en Turkije100% gelezen van de reeks
Spring naar een andere aflevering
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Zonder advertenties

Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Laat een bericht achter


Meer inspiratie