We staan op voor de zonsopgang boven de Nullarbor, en om tien voor acht zitten we alweer in de auto. We rijden vlak langs de oceaan, met uitzichtpunten op de rand. Hier houdt het continent op: de zuidgrens van de Nullarbor bestaat uit loodrechte kliffen van tachtig meter. Aan de ene kant de bruingroene leegte, aan de andere het azuurblauwe water van de Zuidelijke Oceaan, met Antarctica ergens daarachter. Waar de klif precies ophoudt is niet te zien, dus we houden afstand van de rand; bij storm schijnen hier zelfs auto’s de zee in te kunnen waaien.

Vlak voor de grens gaan de kliffen over in het Hampton Tableland. Bij de grens met West-Australië volgt weer een quarantainecontrole. Dit keer zijn we goed voorbereid, met een tas vol twijfelgevallen en geen versproducten meer. We krijgen complimenten van de grenswacht en hoeven niets af te staan. We zijn in Eucla, de meest oostelijke plaats van West-Australië.
Het verste punt
Ten noorden gaat de Nullarbor onverminderd door en over in de Great Victoria Desert; via een reeks woestijnen kom je 4.000 kilometer verder, zonder enige bewoning, aan de noordkust uit. Dit is de meest afgelegen plek waar we ooit zijn geweest. Eucla ontstond als telegraafstation; de kust bestaat uit hagelwitte zandduinen, al maken agressieve steekvliegen het verblijf onaangenaam. Voor $8 staan we op de camping met het beste uitzicht. Op de laagvlakte beneden zien we ’s middags van alles bewegen: door de verrekijker blijkt het vol te zitten met rode reuzenkangoeroes, die we nog niet eerder zagen. We lopen naar beneden en worden door honderden kangoeroes aangestaard.
Hier houdt het continent op: de zuidgrens van de Nullarbor bestaat uit loodrechte kliffen van tachtig meter.