Estland, Letland en Litouwen liggen aan de oostelijke oever van de Baltische Zee, ingeklemd tussen de Poolse grens in het zuiden en de Finse Golf in het noorden. Samen zijn ze iets groter dan Groot-Brittannië, maar hebben ze gezamenlijk minder dan zes miljoen inwoners. Het zijn kleine landen, dunbevolkt en grotendeels bebost, die na vijftig jaar Sovjet-bezetting in 1991 opnieuw onafhankelijk werden en sindsdien een koers richting Europa zijn gevaren.
Drie landen, drie talen
De Baltische Staten delen een geschiedenis, maar zijn taalkundig geen eenheid. Litouws en Lets zijn Baltische talen, een aparte tak van de Indo-Europese taalfamilie die verwant is aan het Slavisch maar er duidelijk van verschilt. Estisch hoort bij een volledig andere taalfamilie: het Fins-Oegrisch, verwant aan het Fins en het Hongaars. Een Lett verstaat een Litouwer niet, en een Est verstaat geen van beiden. Engels is in alle drie de landen breed geaccepteerd als communicatietaal, zeker in de steden en bij de jongere generatie.
De bevolkingssamenstelling kent een complicatie die teruggaat op de Sovjet-periode. In Estland is circa twintig procent van de bevolking Russischtalig, geconcentreerd in de steden en in het noordoosten van het land, bij de grens met Rusland. In Letland ligt dat aandeel nog hoger. In Litouwen is de Russische minderheid kleiner, maar is er een aanzienlijke Poolse gemeenschap in het zuiden rondom Vilnius.
Van Duits ridderorde tot Sovjet-unie

De middeleeuwse geschiedenis van de Baltische kustvlakte werd grotendeels bepaald door de Duits-Baltische adel en de Lijflandse Orde, een tak van de Teutoonse ridderorde die in de dertiende eeuw vanuit het westen de regio veroverde en christianiseerde. De lokale bevolking werd gedwongen lijfeigen. De steden, waaronder Riga en Tallinn, groeiden uit als Hanzesteden en droegen die architectuur nog steeds met zich mee.
Na eeuwen van wisselende heerschappij — Pools-Litouwse Unie, Zweedse overheersing, Russisch tsarenrijk — werden alle drie de landen in 1918 onafhankelijk, als directe uitkomst van de chaos na de Eerste Wereldoorlog. Die onafhankelijkheid duurde tot 1940, toen de Sovjet-Unie ze annexeerde op basis van het geheime protocol bij het Molotov-Ribbentrop-pact. Na de Duitse bezetting van 1941 tot 1944 volgde opnieuw Sovjet-bestuur, tot de Baltische Weg in augustus 1989 een mensenketen van twee miljoen mensen van Vilnius tot Tallinn vormde. Twee jaar later erkende Moskou de onafhankelijkheid.
Klein formaat, grote ambities

Alle drie de landen zijn lid van de Europese Unie en de NAVO, beide sinds 2004. Estland staat bekend om zijn digitale infrastructuur: het land voerde als een van de eerste ter wereld elektronisch stemmen en digitale overheidsdiensten in. Letland heeft de grootste stad van de drie, Riga, met ruim zeshonderdduizend inwoners en een uitgebreid Art Nouveau-kwartier dat op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat. Litouwen is demografisch het grootste van de drie en heeft de meest uitgesproken katholieke traditie, zichtbaar in de kerken van Vilnius en in de bedevaartplaats Šiauliai.
Voor reizigers geldt dat de Baltische Staten compact genoeg zijn om in één reis te combineren, maar elk land specifiek genoeg om apart te bezoeken. De afstanden tussen de hoofdsteden zijn te overbruggen per bus of trein; de binnenlanden en kusten vragen om een auto of fiets.
In het noordoosten van Estland, bij het Peipusmeer op de grens met Rusland, spreken de meeste mensen uitsluitend Russisch. Het is een van de plekken waar de kaart van Europa zijn randen toont.