Home AfrikaNamibiëNog 42 km

Nog 42 km

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

In Namibië lijkt ruimte onbeperkt, maar vrijheid wordt begrensd door water. We vertrekken vroeg van Steinheim; de tent is snel opgebroken, de tassen zitten strak in hun haken. Vandaag liggen er negentig kilometer gravel voor ons, met Nauams Farm als enige zekere tussenstop.

Voor vijftig kilometer fietsen drinken we al snel drie liter; vandaag dragen we ieder 4,5 liter, genoeg voor de rit, het koken en de eerste koffie morgenochtend. Beekjes of meren zijn er niet, en water wordt daarmee een logistiek vraagstuk dat elke dag opnieuw begint. Langs de weg staan hekken die de grenzen van de farms markeren, met ertussen een smalle strook dicht begroeid met doornstruiken. Het land lijkt leeg, maar is verdeeld en beheerd. Je slaapt waar water is.

Gravel en rugwind

De eerste vijftig kilometer verlopen verrassend soepel: lichte rugwind, een brede gravelweg en weinig verkeer. Het landschap golft zacht over het centrale plateau, waar koedoes tussen de struiken staan en groepen oryx rustig door het gras lopen. In twee dagen zien we hier meer groot wild dan we in Nederland in jaren tegenkomen.

De zon klimt hoger. We bevinden ons net boven de Kreeftskeerkring en rijden op ruim 1.800 meter; het licht is fel, de lucht droog en schaduw zeldzaam. De bomen verdwijnen langzaam uit het landschap en maken plaats voor lage struiken. Gisteren was ik te laks met zonnebrand; vandaag zie ik eruit als een kreeft.

Wind verandert alles

Na zestig kilometer verlaten we de C26, die uiteindelijk naar Walvisbaai aan de Atlantische kust loopt en een route is die we later zullen volgen. Wij slaan af naar de D1265. Bij het kruispunt staat een bord naar Nauams Farm: nog 42 kilometer. In Namibië krijgt een boerderij een eigen verkeersbord; er is simpelweg niets anders om naar te verwijzen.

Vrijwel direct verandert de dag. De wind draait en komt nu recht van voren, hard, terwijl de gravel losser wordt, het wasbord dieper en het terrein begint te klimmen. Wat eerder een ontspannen rit leek, verandert in zwaar werk. Het landschap blijft groots: rode zandgrond, eindeloze vlaktes en bergen die nauwelijks dichterbij lijken te komen. Afstanden gedragen zich hier anders dan in Europa; wat dichtbij lijkt, blijkt vaak uren rijden.

De wind raast constant in onze oren en we praten nauwelijks. Tegen zeven uur ’s avonds, een half uur voor zonsondergang, bereiken we Nauams Farm, waar we eerder via WhatsApp hadden gevraagd of we konden kamperen; dat voorkomt dat je na een lange dag voor een gesloten hek staat. De camping ligt een kilometer van de ingang, we zijn de enige gasten, en de kleine winkel verkoopt precies wat we nodig hebben: water, bier en cola, alles ijskoud. We koken pasta met tonijn terwijl de zon achter de rode rotsen verdwijnt.

We wilden rustig beginnen met deze reis. Dat idee is verdwenen in de tegenwind.


Meer uit deze serie:
← Het einde van het asfalt
Afdalen naar de Namib →

Laat een bericht achter


Meer inspiratie