In de zomer van 1989 werd duidelijk dat de Sovjet-Unie haar greep op Oost-Europa verloor. In Polen won Solidarność de verkiezingen; in Hongarije ging het IJzeren Gordijn letterlijk open. In de Baltische Staten liep de spanning al maanden op. Massale zangfeesten werden herdenkingsbijeenkomsten; verboden liederen klonken openlijk. Op 23 augustus 1989, precies vijftig jaar na de ondertekening van het Molotov-Ribbentrop-pact, vormden ongeveer twee miljoen mensen een mensenketen van Vilnius via Riga naar Tallinn. Zeshonderd vijftig kilometer, drie landen, één aaneengesloten lijn.
De Baltische Weg

De actie heette *Baltijas ceļš*, *Baltijos kelias*, *Balti kett* — de Baltische Weg, in drie talen. Het was een geweldloos protest van ongekende schaal: bijna een derde van de totale bevolking stond die avond op straat of langs de wegen. De internationale aandacht was enorm. De beelden van mensen die hand in hand stonden in de schemering werden wereldwijd uitgezonden.
De Sovjet-Unie reageerde verbolgen maar deed niets. Gorbatsjovs beleid van *glasnost* en *perestrojka* had de ruimte gecreëerd voor de demonstratie; militair ingrijpen op deze schaal was politiek onmogelijk geworden. Het moment markeerde het begin van het einde van de Sovjet-aanwezigheid in de Baltische Staten.
Onafhankelijkheidsverklaringen en bloedige reactie
In maart 1990 verklaarde Litouwen als eerste zijn onafhankelijkheid. Moskou reageerde met een economische blokkade en een ultimatum. In januari 1991 stuurde Moskou speciale troepen naar Vilnius. Bij de aanval op de televisietoren op 13 januari werden veertien mensen gedood. Rijen burgers hadden zich als menselijk schild opgesteld rond strategische gebouwen; de beelden van tanks tegenover ongewapende mensen gingen de wereld over.
In augustus 1991, tijdens de mislukte coup tegen Gorbatsjov in Moskou, erkenden Estland en Letland onmiddellijk hun onafhankelijkheid opnieuw. Binnen dagen volgde internationale erkenning. Op 6 september 1991 erkende de Sovjet-Unie de onafhankelijkheid van alle drie. In december 1991 hield de Sovjet-Unie op te bestaan.
Opbouw en integratie

De eerste jaren van onafhankelijkheid waren economisch zwaar. De overgang van plan- naar markteconomie verliep met grote sociale kosten: inflatie, werkeloosheid, verarming van de bevolking. Estland koos voor een radikale shocktherapie met een vaste wisselkoers en lage belastingen; het land herstelde snel en groeide in de jaren negentig uit tot een van de snelst groeiende economieën van Europa.
In 2004 traden alle drie de landen toe tot de Europese Unie en de NAVO. Die toetreding was voor de Baltische bevolking niet alleen economisch maar ook strategisch: met het NAVO-lidmaatschap was een terugkeer van Russische overheersing formeel uitgesloten. Na de Russische annexatie van de Krim in 2014 en de grootschalige invasie van Oekraïne in 2022 groeide het gevoel van urgentie rond die defensiegarantie opnieuw.
Op het plein voor het parlementsgebouw in Vilnius liggen de namen van de veertien mensen die op 13 januari 1991 bij de televisietoren zijn gedood. Sommige zijn gezonken in de keien, maar de letters zijn bijgehouden.