Toen de eerste Indo-Europese volken zich in het tweede millennium voor Christus langs de zuidelijke Oostzeekust vestigden, spraken zij de voorlopers van het Lets en het Litouws. De Baltische taalfamilie is een van de oudste nog levende takken van het Indo-Europees en bewaart klanken en grammaticale structuren die in de meeste verwante talen al lang zijn verdwenen. Het Litouws geldt onder taalkundigen als bijzonder archaïsch. De Esten zijn geen Balten in taalkundige zin: zij behoren tot de Fins-Oegrische volken die vanuit het oosten de regio bereikten en nauw verwant zijn aan de Finnen aan de overkant van de Golf.
Amber en handelsroutes

De Baltische kust leverde barnsteen, het fossiele hars dat in de Oudheid enorm werd gewaardeerd als sieraad en handelsgoed. Baltisch barnsteen is gevonden in Egyptische graven en in Griekse steden langs de Middellandse Zee. De zogenaamde Barnsteenroute liep van de Baltische kust via de grote rivieren naar de Zwarte Zee en verder het Middellandse Zeegebied in. De lokale bevolking was daarmee al vroeg onderdeel van een continentaal handelsnetwerk, ook al namen zij zelf zelden de rol van lange-afstandshandelaar op zich.
Langs de rivieren Daugava en Nemunas vestigden zich nederzettingen van Baltische stammen: Letten en Lietuviërs in het zuiden, Koersen en Zemgallen langs de kust, Esten en Lijven in het noorden. Het waren geen gecentraliseerde rijken maar losjes verbonden stamverbanden, ieder met eigen stamhoofden en territorium. Een overkoepelend Baltisch of Ests koninkrijk heeft nooit bestaan.
Religie voor de kerstening

De Baltische en Estische volkeren waren tot diep in de middeleeuwen animistisch. De natuur was bezield: bossen, rivieren, stenen en vuren hadden elk hun geesten. De eik gold als heilige boom; heilige bossen, de *romuva*, fungeerden als cultusplaatsen. Litouwen was het laatste land in Europa dat officieel werd gekerstend, pas in 1387 — en dat na decennia van gewapend verzet tegen de kruisvaarders. De Esten en Letten werden eerder gekerstend, maar door geweld, niet door overtuiging. Elementen van de oude religie zijn tot op de dag van vandaag herkenbaar in volksgebruiken rond de zomerzonnewende (*Jāņi* in Letland, *Joninės* in Litouwen), waarbij kampvuren worden gestookt en gekransde vrouwen over het land trekken.
De Baltische stammen en hun buren
In de vroege middeleeuwen lagen de Baltische stammen onder druk van meerdere kanten. Vanuit het oosten oefenden Russische vorstendommen invloed uit; Novgorod en Pskov hadden handelsbelangen langs de Estische en Letse kust. Vanuit het westen arriveerden Scandinavische handelaren en later missionarissen. De Vikingen voeren de Daugava op en lieten sporen na in de Letse handelsnederzettingen.
Litouwen reageerde op de druk van buitenaf door politieke centralisatie. In de dertiende en veertiende eeuw groeide het Groothertogdom Litouwen uit tot een van de grootste staten van Europa, die zich uitstrekte van de Baltische kust tot aan de Zwarte Zee. Dit was de laatste grote heidense mogendheid op het continent — een feit dat de Litouwers tot op heden met enige trots herinneren.
In de bossen van Aukštaitija, het heuvelachtige noordoosten van Litouwen, liggen nog altijd heilige stenen die niemand heeft verplaatst. Ze staan niet op toeristische kaarten.