Op de weg van Newman terug naar de kust stoppen we bij de Wanna Munna Aboriginal-rotsgravures, gemarkeerd met twee witte palen. Het zou een makkelijke twee-wielaandrijving zijn; wij houden het op een moeilijke four-wheel-drive, en de laatste kilometers lopen we. Jammer dat we er niet met de auto komen, want het is een prachtige kampeerplek aan een waterpoel, met rode rotsen vol Aboriginal-tekeningen, ook deze door vandalen aangetast. We snappen waarom zulke plekken nauwelijks worden aangegeven; we kunnen niet meer zien wat origineel is en wat er later is bijgekalkt.
We rijden noordwaarts naar Mount Robinson rest area, een gratis kampeerplek langs de Great Northern Highway, tussen de spinifex en een overdaad aan wilde bloemen aan de voet van de berg. Over de highway pendelen road-trains met vier aanhangers, wel vijftig meter lang, de schakel tussen de mijnen zonder spoorlijn en de bewoonde wereld. Terwijl de rode zon ondergaat en de hemel rondom oranje en paars kleurt, eten we chili con carne en delen we het kampvuur met een echtpaar uit Tasmanië. De man was visser en kwam vaak in het ontoegankelijke zuidwesten van Tasmanië; daar heeft hij naar eigen zeggen meer dan eens de Tasmaanse tijger gezien. Hoe mooi zou het zijn als een uitgestorven gewaand dier nog leeft, ergens waar niemand komt.
Over de Great Northern Highway pendelen road-trains van vier aanhangers, wel vijftig meter lang, tussen de mijnen en de bewoonde wereld.