Perth uit met Emiel en Heidi: de Pinnacles bij zonsondergang

Published: Updated: 0 comments

We komen onze tent uit, en uit de tent ernaast kruipen Emiel en Heidi. Na een jaar drinken we weer koffie samen, en het is bizar hoe snel alles weer als vanouds voelt. Heidi weet alles van vogels, dus alles wat vliegt krijgt meteen een naam. We regelen eerst nog wat: Floor haalt haar laatste loon op, we kopen snorkels en voor drie dollar een schaakspel, en bij toeval lost een apotheker het gedoe met Floors zoekgeraakte Medicarepas zo vriendelijk op dat we er weer helemaal zin in hebben. ’s Middags picknicken we in Kings Park, met uitzicht over de Swan River en het central business district. Floor en Emiel praten zich warm over wat hier stedenbouwkundig goed en fout gaat. Voor het eerst in maanden ouwehoeren we in onze eigen taal, en stiekem maakt dat een beetje verlangend naar Nederland.

Perth uit, de bush in

De volgende ochtend is het passen en meten tot alles in de Holden zit; een tweede auto huren zou onbetaalbaar en vooral ongezellig zijn. Op de bandjes die we van Emiel en Heidi kregen begint Drive van REM, en we tanken voor het laatst relatief goedkoop. De eerste dertig kilometer uit Perth is suburb na suburb, langs de hoofdweg een Amerikaans drama. Welcome to suburbia. Dan houdt de urban sprawl op, gaat de weg door productiebos van naaldbomen, en wordt het land droger. We lunchen op het gras aan zee in Lancelin. Eigenlijk wilden we over een gravelroad door de duinen naar de Pinnacles, maar met de overbeladen auto kiezen we voor de hoofdweg. Emiel en Heidi beginnen te begrijpen wat bush betekent.

De Pinnacles bij zonsondergang

Cervantes is de toegang tot de Pinnacles, dertig kilometer verderop. Vrij kamperen is er verboden, dus de matige dorpscamping is de enige optie, en daar blijven we niet langer dan nodig. Heidi bedenkt dat we de Pinnacles beter meteen kunnen bezoeken, bij zonsondergang, zodat we morgenvroeg weg kunnen. In een woestijn met zicht op de Indische Oceaan staan tienduizenden kalkstenen pilaren tot vijf meter hoog, door de wind in de bizarste vormen geblazen. Er loopt een zandweg doorheen waarover je met de auto langs de formaties rijdt; die weg gaat ten koste van de magie. We blijven tot het donker wordt. De westelijke horizon kleurt rood, de oostelijke loopt van donkerblauw naar zwart, de kleuren worden intenser, blauw wordt blauwer, bruin bruiner.

De maan steekt zo tegen de donkerblauwe hemel af dat een foto, met de pilaren op de voorgrond, net zo goed van Mars zou kunnen komen.

Helemaal in het donker rijden we terug, niet harder dan veertig, want overal langs de weg staan roo’s. We zien er zoveel dat Emiel en Heidi hun lol op kunnen. Op de camping warmen we de hele kip uit Perth op de barbecue op. Emiel stond erop bier te halen, dus het wordt VB.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie