Om te profiteren van de lage prijzen in de Woolworths van Carnarvon slaan we groot in: blikgroenten, pastasaus, thee, koffie, koekjes, wijn. In afgelegen gebieden zijn producten onderhevig aan afstandsinflatie. Veel mensen werken in plaatsen als Port Hedland en Karratha vanwege de hoge salarissen, “chasing the dollar”, maar de kosten van leven liggen er minstens twee keer hoger; een huis huren in Karratha kost al snel $1.000 per week, dus de werkers wonen noodgedwongen massaal op de camping, met weinig plek voor reizigers. Na het tanken voor $111,51 gaan we eindelijk op weg.
Aan het einde van de weg slaan we de dirtroad “beachroad” in, langs een ruige, felblauwe zee. We rijden door een kilometerslange zone van caravans, tenten en golfplaten schuren, waar vrij gekampeerd mag worden; bijna alles is bezet. We vinden nog net een plekje langs de zandweg, waar het naar pis stinkt. De hotdogs smaken er niet minder om.
Het rif
Holly en Phil hadden ons al verteld dat je hier fantastisch kunt snorkelen. De zee is ruig, de golven breken met veel geweld op het rif, maar in het beschutte deel zwem ik tussen koraal met fluorescerend paarse, felrode en pikzwarte vissen. Het hoogtepunt is een school van letterlijk duizenden geel-wit gestreepte vissen tussen het koraal. Terug bij het kamp vinden we een veel betere plek in een duinpan, breken in recordtijd af en staan er vijf minuten later, net voordat een camper komt aanrijden. Dan wordt het donker, met alleen het ruisen van de zee.
Wat ik anders alleen op Discovery zie, zwemt nu voor mijn ogen: duizenden geel-wit gestreepte vissen tussen het koraal.