Voorbij Chernivtsi steken we de brede Dnister over en rijden Podolië in, het golvende boerenland van zwarte aarde dat zich uitstrekt tot aan de Zwarte Zee. Bij Khotyn staat aan de rivier een machtig fort, en in Kamianets-Podilskyi torent een vesting boven een ravijn dat als een gracht om de oude stad ligt. Het zijn de laatste grote bezienswaardigheden voor een paar honderd kilometer; daarna is er vooral het land zelf. We delen de weg een tijd met een Engelse fietsster die ook naar Odessa gaat en daarna door wil rijden naar China, maar die de route door Moldavië neemt. Wij blijven aan de Oekraïense kant.
Het lege land
Het landschap wordt grootschaliger. Graanvelden bedekken de glooiende heuvels van horizon tot horizon, met Italiaanse populieren langs de weg. De dorpen liggen er vaak uitgestorven bij; pas tegen de avond keren de mensen terug van hun akkers, lopend, op de tractor of in een zijspan, en wordt de laatste Lada volgeladen met gras voor de koe. De wegen zijn vaak niet meer dan een herinnering aan asfalt, met lange hellingen over kinderkopjes die de fiets laten rammelen. Onder de zon wordt het asfalt zacht als kauwgom en zuigt het aan de banden.
We zijn in het land van de Sovjeterfenis. In Tomashpil staan we voor een hotel in onvervalste Sovjetarchitectuur, niet als zodanig herkenbaar, met een standbeeld van Lenin op het plein. De hotelbeheerster is streng en allesbehalve blij met ons, tot we vertellen dat we op weg zijn naar Odessa; dan ontdooit ze, en als we haar in het Oekraïens bedanken lacht ze breed. Het is een patroon dat zich herhaalt: het ijs is dik, maar als het eenmaal gebroken is, kan de verhouding niet meer stuk.
Als we vertellen dat we op de fiets naar Odessa gaan, smelt zelfs de meest norse hotelbeheerster.
Gastvrijheid en gouden tanden
De mensen worden hartelijker naarmate we verder naar het oosten komen. Op terrassen drinken we kvas, een licht gegist, donker graandrankje dat in de zomer uit gele tankwagens langs de weg wordt verkocht, en raken we in gesprek met locals die niet begrijpen waarom iemand voor zijn plezier zoveel kilometers fietst. Wie ons begroet met dobry den krijgt een lach vol gouden tanden terug. In een dorp drukken ze ons een fles water in handen die wodka blijkt te bevatten, waarna iedereen zijn tanden bloot lacht om deze beproefde Oekraïense grap.
Het mooiste gebeurt in Murovani Kurylivtsi. Het hotel dat er zou moeten zijn, bestaat niet, en uitgeput weten we het even niet meer. Irina, de eigenaar van de magazin, biedt aan dat we bij haar en haar man Victor mogen overnachten. We kopen nog wat in voor het ontbijt; het beste brood, de beste salami en de beste kaas worden ons aanbevolen, de rest mogen we niet kopen want dat is oud. Een dag die op een deceptie leek uit te lopen, eindigt in een gastenverblijf in hun tuin.
Naar het zuiden, mediterraan
De laatste etappe naar Odessa is 119 kilometer en we maken ons zorgen om de afstand en de leegte op de kaart. Maar het lot is ons gunstig gezind: een harde noordenwind duwt ons met vijfendertig kilometer per uur naar het zuiden. Voorbij Ivanivka verandert het land opnieuw. De vegetatie doet denken aan Zuid-Frankrijk, de huizen hebben dikke, diepblauw geschilderde muren, schapen grazen tegen grijsgroene hellingen. Dan worden de velden weer eindeloos: gele graanvelden onder een diepblauwe hemel, precies het beeld waaraan de Oekraïense vlag is ontleend.
Vanaf een heuvel zien we Odessa liggen aan de Zwarte Zee. De entree is minder fraai: een stoffig, vervallen industrieterrein vol chemische fabrieken, kilometers pijpleiding en lange treinen met chemische lading. Een vrachtwagenchauffeur gebaart dat we hem moeten volgen om niet te verdwalen, en zo bereiken we, met bovenbenen van beton, het centrum. Daar staat Arthur, een Nederlandse Armeniër met een gloednieuwe Mercedes en een gouden ketting, die toevallig een vriend kent die appartementen verhuurt. We twijfelen, fietsen toch achter hem aan, en hebben een uur later een appartement in het centrum.
Het is het landschap van de vlag: gele graanvelden tot aan de horizon, onder een hemel die net zo blauw is.
Praktische informatie
Route: van Chernivtsi via Khotyn en Kamianets-Podilskyi door Podolië naar Odessa, ongeveer 500 kilometer door open steppe en boerenland.
Slapen: in de stadjes een eenvoudig (vaak Sovjet-) hotel voor 200 UAH (ca. €20); op het platteland is er soms niets en is gastvrijheid van bewoners je redding. Een tent meenemen is verstandig.
Eten: magaziny (winkeltjes) in elk dorp voor brood, salami, kaas en cola; restaurants zijn schaars. Drink onderweg kvas. Borsjtsj en pizza duiken overal op.
Beste reistijd: late lente en zomer, maar reken op grote hitte op de steppe; begin vroeg en neem veel water mee.
Onderweg: de wegen zijn slecht, met veel gaten; na regen worden zandwegen onbegaanbaar. Pinnen kan in de grotere plaatsen. Een achteruitkijkspiegel op de fiets is goud waard.
Let op: dit verslag beschrijft een reis uit 2010. Door de oorlog is Oekraïne sinds 2022 niet te bezoeken; de Zwarte Zee en de zuidelijke steppe behoren tot het oorlogsgebied.