De Karpaten in: een week door het Hoetsoelenland

Published: Updated: 0 comments

Bij Ubla, een verlaten grenspost in de bossen, rijden we Oekraïne binnen. Aan de Slowaakse kant is het in een minuut geregeld, aan de Oekraïense kant duurt het langer en is het onduidelijker. De grenswacht is vooral met zichzelf bezig, een olievat braakt zwarte rook, en daarachter begint het grootste land van Europa, waarvan we vrijwel niets weten. De weg wordt meteen smaller, met meer en grotere gaten, en het verkeer valt weg. We fietsen door langgerekte dorpen die armer zijn dan alles wat we in Slowakije zagen.

Pas in Perechyn, een stadje van iets meer dan zevenduizend inwoners, voelt het alsof we echt op reis zijn. Het Cyrillische schrift maakt dat we er niets meer van begrijpen. Achter het station, bij de ingang van een fabriek, staat een oude flappentapper, en met een verse stapel hryvnia zoeken we het enige hotel. Floor regelt met handen en voeten een kamer voor 200 UAH (ca. €20), de fietsen mogen in de sauna. In het hotel is die avond een bruiloft: korte rokjes, hoge hakken en baljurken tot diep in de nacht. Oordoppen in.

Houten huizen en een lappendeken van akkers

Hoe verder we de Karpaten in klimmen, hoe mooier het wordt. De houten huizen zijn uitgevoerd in vrolijke kleuren en afgewerkt met kunstig gezaagde latten. Tegen de groene hellingen liggen de akkers als een lappendeken, ieder lapje met de hand bewerkt. Elk huis heeft een eigen waterput, vaak met een tinnen overkapping die kant-en-klaar op de markt is gekocht. Het weinige verkeer bestaat uit een incidentele Lada en af en toe een Kamaz, het archetype van de Russische vrachtwagen. Oude mannen maaien met de zeis, kromme vrouwtjes in bloemetjesjurk wieden het onkruid. Tot Volovets tellen we al snel een stuk of vier hotels, en een pivo in de binnentuin is genoeg om te besluiten dat we blijven.

Tot dusver vinden we de Oekraïne een van de mooiste landen die we kennen, en we zijn er nog maar net.

Het regent veel. Het slechte weer is begonnen op de dag dat we het land binnenkwamen, vertelt Vitali van het guesthouse in Kolomyia, en het houdt voorlopig aan. We nemen er een rustdag, lopen op slippers door de ondergelopen straten, en wachten het uit.

Hoetsoelen, beschilderde eieren en een markt

Kolomyia is het hart van het Hoetsoelenland, de bergcultuur van dit deel van de Karpaten in het grensgebied met Roemenië. In het Hutsul-museum zien we het houtsnijwerk waar de Hoetsoelen in uitblinken: kisten, uitgesneden panelen, gebruiksvoorwerpen. De kleuren en de geometrische patronen op de klederdracht doen ons denken aan Mongolië. Even verderop staat het Pysanka-museum, ondergebracht in een gebouw in de vorm van een reusachtig paasei. Een pysanka is een ei dat met traditionele motieven is versierd; het woord komt van pysaty, schrijven, omdat de ontwerpen niet geschilderd worden maar met bijenwas op het ei worden geschreven. De collectie telt meer dan tienduizend stuks, allemaal in uiterst precieze patronen.

We fietsen door naar Kosiv voor de wekelijkse Hoetsoelenmarkt, maar zijn te laat: rond twaalven wordt de boel al afgebroken. Het is een aangenaam tijdverdrijf om de uittocht van Lada’s te bekijken, sommige met een tinnen waterputkap op het dak. Ik raak met handen en voeten aan de praat met een handelaar, die zijn telefoonnummer op een briefje van 1 UAH schrijft en me op het hart drukt te bellen als we in de problemen komen. Daar proosten we op met een paar glaasjes wodka.

Uit de bergen, naar Chernivtsi

Op de mooiste dag tot nu toe verandert het land. Er rijden minder Lada’s, paard en wagen verdwijnen uit het straatbeeld, de houten huizen worden schaarser. De Karpaten met hun Hoetsoelencultuur laten we definitief achter ons. Chernivtsi is een grote stad van 260.000 inwoners, met trolleybussen die over de kasseien rijden en een verrassend mooi centrum. De brede, met bomen omzoomde boulevards verraden het rijke verleden onder de Habsburgse monarchie. Het meest in het oog springt de universiteit, een neobyzantijns bouwwerk van de Tsjechische architect Josef Hlávka. In het grote stadspark komt jong en oud samen, op hoge hakken en in korte rokken, en op de terrassen wordt eindelijk weer eens Engels gesproken.

Het oude vrouwtje bij het busstation slaat een kruis voor onze behouden tocht en geeft ons als wisselgeld een handvol zuurtjes.

Praktische informatie

Route: vanaf de Slowaakse grens bij Ubla via Perechyn en Volovets de Karpaten in, en aan de oostkant omlaag via Kolomyia en Kosiv naar Chernivtsi. Een week fietsen door bergland.

Slapen: in de bergstadjes is er altijd wel een eenvoudig hotel of guesthouse, 150 tot 300 UAH (ca. €15 tot €30) per nacht. Kamperen is mogelijk maar campings zijn dun gezaaid; reken op pensions.

Eten: stevige streekkost, vaak in net te kleine porties. Borsjtsj, kasha (geroosterde boekweit), geitenkaas en uitgebakken spek. Buiten de stadjes zijn restaurants schaars; sla proviand in.

Onderweg: grote supermarkten ontbreken, maar elk dorp heeft een magazin of drie. Pinnen kan alleen in de grotere plaatsen. Het Cyrillische schrift en de taalbarrière maken alles trager en avontuurlijker.

Let op: dit is een verslag van een reis in 2010. Door de Russische invasie is Oekraïne sinds 2022 niet te bezoeken; de Karpaten horen nu tot de relatief veiligere maar onbereikbare delen van het land.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie