Door de bergen naar Amasra: het einde van de fietsreis

Published: Updated: 0 comments

De klim naar Ormanlı is steil, en Floor had al geen goed gevoel bij het magere ontbijt van tomaat, komkommer en feta. Onderweg bedenken we van alles om het fietsen lichter te maken, tot en met de aanschaf van zo’n geinig boerentractortje met een bak achterop. In een lokantası rekenen een Duitse Turk en een leraar Engels ons voor dat zo’n ding gebruikt nog minstens tweeduizend euro kost en dat je er de stad niet mee in mag. Te duur en te onpraktisch, al vinden ze het hilarisch dat we het overwogen.

Fietsen levert nu eenmaal de betere reis en de betere gesprekken op.

Na de lunch doen Floors benen het weer. Na een pittige klim blokkeert een half gekantelde vrachtwagen de smalle bergweg; hij kon de bocht niet maken. We kruipen er zelf onderdoor, omstanders geven de tassen onder de wagen door, en de fietsen schuiven we eronderdoor. In een dorpje dat niet op de kaart staat biedt een Duitse Turk ons een overnachting aan. Kadir en Mediha zijn hier in Güneşli geboren en werken al dertig jaar bij Düsseldorf; op het balkon kijken we uit over het dal, de mooiste plek waar we tot nu toe in Turkije zijn geweest.

Door de kloof naar Safranbolu

Na een pas en een afdaling naar het verrassend hippe Devrek, waar het meloentijd is en de vrachtwagens vol meloenen worden uitgeladen, volgt de mooiste rit tot nu toe. We rijden door een steeds smaller dal langs de Yenice-rivier.

Uit de luidsprekers van de moskee klinkt iets wat verdacht veel lijkt op: let op, twee fietsers in aantocht.

Waar de kloof het smalst is, gaat de weg door een vijftiental tunnels, onverlicht en pikkedonker, de langste ruim negenhonderd meter, met diep onder ons de rivier in een canyon.

Vijftien onverlichte tunnels, de langste ruim negenhonderd meter, en alleen onze koplampen wijzen de weg.

Daarna komen we plotseling aan in het vieze, drukke Karabük, een staalstad waar de fabrieken hun rook uitspuwen en voor de poort oproerpolitie tegenover een luidruchtige menigte staat. Doorfietsen lijkt het beste. Om in het oude Safranbolu te komen dalen we af in een kloof vol Ottomaanse huizen, deels hout, deels steen, een UNESCO-locatie. Het bijzondere is dat er in deze toeristenplaats vrijwel geen toeristen zijn, terwijl het hoogseizoen is. De oude woonhuizen mogen vanwege de UNESCO-regels niet tot hotel worden omgebouwd, dus heten ze geen hotel maar konak, herenhuis.

Officieel zijn het geen hotels maar konak, want een UNESCO-woonhuis verbouwen mag niet.

Bij een late lunch praten we uren door met een Duitse Turk die Europees recht studeert. Hij legt uit waarom veel Turken zich door Europa niet serieus genomen voelen: waarom mogen Bulgarije en Roemenië wel toetreden en Turkije niet? Volgens hem is het politiek, en zit de angst voor zeventig miljoen moslims en massale migratie erachter. ’s Avonds komt Safranbolu tot leven, met een imam die een genot is om naar te luisteren en lampen die een voor een de kloof beschijnen.

De Zwarte Zee onder ons

We mogen pas weg na twee verplichte kopjes thee, want vandaag willen we naar Amasra. Eerst klimmen we naar een pas van duizendveertig meter, de wolken in. Tien kilometer voor Bartın stoppen we voor thee en wordt ons met gebaren gevraagd of we honger hebben. We lopen mee een zaaltje in en krijgen kip, rijst, gevulde druivenbladeren en baklava voorgezet; het blijkt een besnijdenisfeest. De zaal stroomt vol met mannen, en even later nemen de vrouwen, allemaal met hoofddoek, in een aparte ruimte plaats. Floor zit als enige vrouw tussen zestig Turkse mannen, en ik vermoedelijk als enige onbesneden man. Betalen hoeft nergens.

Na Bartın is het nog zestien kilometer, en opnieuw fors klimmen.

Floor beschimpt vloekend de helling waar maar geen einde aan lijkt te komen.

De beloning is er: vanaf enkele honderden meters hoogte zien we de Zwarte Zee onder ons liggen, een rauwe kustlijn zonder stranden, alleen loodrechte kliffen die het einde van Turkije vormen. Over scherpe haarspeldbochten dalen we af naar het vissersplaatsje Amasra, op een smalle rotspunt met een oud fort. Het stadje is lelijk, alleen beton, zij het in vrolijke kleuren, maar er zijn veel plekken om rustig te zitten. De imam van Amasra nomineer ik bij dezen voor de trofee slechtste imam van het decennium: te lange pauzes en knettervals, om vier uur ’s ochtends, vijf minuten lang.

Van de fiets af

Na een koele rit door het binnenland naar het strand van Çakraz, tussen rode rotsen, kijken we ’s avonds naar de WK-finale. Alle Turken zijn voor Nederland, maar Oranje verliest in de verlenging met 1–0 van Spanje. De kater van die avond valt samen met een grotere beslissing. Na ruim drieduizend kilometer hakken we de knoop door waar we al langer omheen draaien: het fietsen werkt voor ons samen niet meer. Voor mij is trappen het beste deel van de reis, voor Floor is het dat nooit geweest, en zo trekken we elke dag aan een touw dat de verkeerde kant op staat.

Na ruim drieduizend kilometer besluiten we samen dat het fietsen erop zit.

Naar huis gaan is geen optie, de fietsen achterlaten beperkt ons te veel, dus worden het de rugzakken; voor het verschepen moeten we in Ankara zijn. Terwijl Floor in de tent slaapt, klim ik over de rode rotsformatie naast het strand en kom ik aan de achterkant uit in een volledig verlaten baai met hagelwit zand onder een rode klif. Rood, wit en azuurblauw, een combinatie die niet verveelt. Het is een vreemd rustige avond voor een dag waarop we zoveel hebben besloten.

Praktische informatie

Bergpassen: Tussen de kust en Safranbolu liggen passen tot ruim duizend meter, met hellingen die plaatselijk richting twintig procent gaan. De luchtvochtigheid maakt klimmen zwaar; stilstaan is bijna erger dan doortrappen. Drinkwater tap je onderweg uit natuurlijke bronnen bij de dorpen.

Tunnels in de Yenice-kloof: Op de route naar Karabük liggen vijftien onverlichte tunnels, de langste ruim negenhonderd meter. Goede fietsverlichting en reflectie zijn hier geen luxe maar noodzaak.

Safranbolu overnachten: Slapen in een gerestaureerde konak in de oude stad is de moeite waard. Buiten het weekend en het hoogseizoen is het er stil, met meer hotels dan bezoekers.

Amasra: Bereikbaar over een pas van ruim duizend meter vanaf Bartın; per bus eenvoudiger dan op eigen kracht. Een pansiyon (familiepension) is de gangbare overnachting; let op de waterdruk.

Fiets verschepen: Wie de fietsreis afbreekt, kan de fietsen vanuit Ankara naar huis laten verschepen via een transporteur. Reken op stevige kosten.

Let op: prijzen in dit verhaal zijn van 2010 en achterhaald; reken in euro’s.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie