We staan vroeg op voor de bus van acht uur naar Xiahe, en omdat we denken gereserveerde plaatsen te hebben doen we het rustig aan. Bij het station staat een al afgeladen bus; we krijgen de laatste twee plekken, helemaal achterin, gelukkig aan het raam. Buiten het zicht van het station mag een rennende meute alsnog instappen, tot de bus niet voller kan, en zijn we blij met onze plek, weg van het gedrang en de krukjes in het gangpad.

Achterin met uitzicht
De weg voert door een kaal berglandschap dat op Mongolië begint te lijken, al zijn de hellingen hier steiler en de valleien smaller. De bus zit vol mooie mensen in mooie kleding; sinds Tongren lijken we in een andere wereld. Halverwege stopt de bus voor een plaspauze, de vrouwen naar links, de mannen naar rechts; ondanks het massale gezeik ruikt de lucht fris naar wilde bloemen.
De gids met een oom met een hotel
De weg is grotendeels onverhard.
In gebieden als deze zegt afstand weinig: 107 kilometer kost ons vijfenhalf uur.
In Xiahe blijkt het aardige meisje dat de hele rit naast ons zat niet alleen “student”, maar ook parttime gids, met grootse plannen: vanmiddag paardrijden, morgen een four-wheel-drive de graslanden in, en toevallig heeft haar oom een hotel met kamers voor een mooi prijsje. Eigenwijs als we zijn, en gewaarschuwd door zulke aantrekkelijke aanbiedingen, nemen we vriendelijk maar duidelijk afscheid en trekken ons eigen plan.
Verder in de serie
‹ Vorige aflevering42. Rebkong: monniken en mobieltjes in Tongren8 augustus 2005
Volgende aflevering ›44. Het Labrang-klooster van Xiahe10 augustus 2005Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.