De gevaarlijkste weg van de reis, naar Alaplı

Published: Updated: 0 comments

We kloppen ’s ochtends op de hut waarin de kinderen van de eigenaar slapen, want wij willen ontbijt en zij zijn daarvan de dupe. Vader komt pas om negen uur afscheid nemen. Hij vindt dat zijn kinderen meer moeite moeten doen voor een andere taal; zelf spreekt hij goed Engels. Hij is moslim, zegt hij, maar van de sociale kant: man en vrouw zijn gelijk, en van hoofddoeken moet hij niets hebben, laat staan van de regerende AKP. Aan de kust hoor je dat vaker, het binnenland denkt er anders over. Voor alles samen hoeven we maar vijfenzestig lira te betalen; voor het kamperen niets.

Klimmen langs waterbuffels

Om Akçakoca te bereiken klimmen we de eerste twintig kilometer flink, met een paar nare stukken van bijna twintig procent. Het is heet en extreem vochtig. We steken kleine rivieren over die in de Zwarte Zee uitmonden, met waterbuffels in de monding en vissersboten ernaast. We worden beloond met een dorpje waar nog enkele huizen half van steen en half van hout staan, uit de Ottomaanse tijd; de meeste zijn intussen ingestort of vervangen door beton. De heuvels zijn ruig en groen, en met de hoge luchtvochtigheid lijkt het wel fietsen in een regenwoud.

Van Akçakoca naar Alaplı volgt de slechtste weg tot nu toe. Ooit moet dit een prachtige kustweg zijn geweest, maar er rijdt nu veel te veel verkeer overheen, inclusief zware vrachtwagens, en er lopen drie grote projecten tegelijk: de pijpleiding wordt door tunnels in de bergen gelegd, de weg wordt verbreed en de kust wordt verstevigd met een betonnen muur. We rijden waar mogelijk over de gravelstrook naast de weg. De Turken vinden fietsers geweldig en toeteren enthousiast, wat op een rustige weg leuk is, maar hier schrikken we ons elke keer kapot van zo’n vrachtwagenclaxon.

Op een levensgevaarlijke weg schrik je je elke keer kapot van een vrachtwagen die enthousiast naar je toetert.

Levend en wel bereiken we Alaplı, waar kamperen niet kan en een hotel ook weleens prettig is. Floor onderhandelt de prijs naar zeventig lira. We kijken het laatste half uur van de WK-kwartfinale Nederland–Brazilië, waarin Oranje met 2–1 de halve finale haalt. De volgende dag lassen we een rustdag in. Aan het ontbijtbuffet staat wel vulling voor de yoghurt klaar maar geen yoghurt; als ik om melk vraag, levert dat eerst verbazing op en een schaaltje chocokorrels, waarna de jongere bediende naar de winkel snelt voor een pak melk. We lunchen in een lokantası en kijken Duitsland–Argentinië, dat de Duitsers met 4–0 winnen. Waar in Oekraïne elke post op de rekening apart werd uitgesplitst, krijg je hier altijd één totaalbedrag, brood en water inbegrepen, en de thee van de eigenaar.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie