Home AfrikaGambiaTerug in Gambia: checkpoints, chimpansees en de rivier stroomafwaarts

Terug in Gambia: checkpoints, chimpansees en de rivier stroomafwaarts

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

De hoteleigenaar in Vélingara is spraakzaam en belezen, en geeft antwoord op de vragen van de dag ervoor. Veel bedelende kinderen hier horen bij een maraboet, een religieus leraar: ze bestuderen de koran en worden geacht dagelijks om geld of eten te vragen om bij te dragen. Wat wij als schrijnende armoede zien, is onderdeel van een diepgeworteld religieus en sociaal systeem. Dat maakt het niet minder ongemakkelijk, maar het helpt begrijpen wat we zien. In de stad worden we benaderd door kinderen met lege chocopasta-bakjes; delen we een zakje chips, dan werkt dat als een magneet en staat de volgende groep er meteen. Dweilen met de kraan open.

Brede Gambia-rivier met mangrove-oevers, groene beboste eilanden en baobabs in open savanne

De grens terug over: een ander decor

De grensovergang naar Gambia is opnieuw ontspannen. We fietsen aan, leveren onze paspoorten in en wachten op een bankje achter een busje vol vrouwen in kleurige jurken. Er is een extra stap: een gezondheidscontrole met temperatuurmeting, waarbij ik blij ben dat Mette ’s ochtends preventief een paracetamol nam. Daarna volgt een praatje met de douanier over onze indruk van Gambia. Er wordt gelachen.

In Senegal ging alles met de hand in een groot boek, als administratie uit een andere tijd; in Gambia worden paspoorten gescand, foto’s genomen en vingerafdrukken vastgelegd.

Voor het eerst deze reis wordt ook het gelekoortsboekje echt gecontroleerd. We slapen in het Triple K Hotel in Basse, waar de deuren niet in de kozijnen passen, de klinken er zo af te trekken zijn en de airco niets doet. Niemand maakt zich druk; voor een tientje per nacht hebben we dat recht ook niet verdiend. Er is een zwembad, en terwijl Mette leest, werk ik aan een tafel bij het water, naast lokale bewoners die het net zo gebruiken: financieel adviseurs die in Excel zitten. Ik moet toevallig zelf een Excel-rapport afmaken. Even zijn we collega’s.

Bij het ontbijt in oost-Gambia, koffie en een omelet met friet, merken we hoe anders het hier voelt. Het landschap is ruiger en vuiler dan in Senegal, met plastic overal, en sociaal is het traditioneler: meer gesluierde vrouwen, sterk gezag van ouderen. Bijna elk kind wil iets, en meestal is dat een pen. Wie geen Engels heeft geleerd, steekt een hand op en roept iets onverstaanbaars; negeren maakt het alleen luider. Engels is de landstaal en de schooltaal, en wie het niet spreekt, is meestal nooit naar school geweest. Langs de weg verdwijnt de begroeiing, gekapt voor brandhout, en de oprukkende Sahel laat zich al voelen. Na ruim zestig kilometer bereiken we Bansang, met uitzicht op de Gambia-rivier, waar we Renzo en Pieternel uit Deventer treffen.

Over de rivier naar de chimpansees van Kuntaur

Chimpansee aan de groene waterkant van een eiland in de Gambia-rivier bij Kuntaur

Overal wordt hout gekapt: stapels brandhout langs de weg, karren vol houtskool getrokken door ezels. We zagen het in Senegal al, maar hier lijkt het structureler, voor velen een van de weinige manieren om iets te verdienen. Er wordt soms over Senegambia gesproken alsof het één land is; historisch klopt dat deels, maar al fietsend voelt het verschil enorm, bestuurlijk en economisch twee werelden. Onderweg passeren we voortdurend checkpoints van politie, leger en douane. Elk voertuig wordt aangehouden; als fietsers zwaaien we en mogen we door.

Om Kuntaur te bereiken moeten we de Gambia-rivier over: eerst via een brug naar Janjanbureh, in elke gids een hoogtepunt zonder dat ons duidelijk wordt waarom, en dan een korte oversteek per boot. Aan de oever staan de ronselaars klaar: de veerboot zou niet gaan, we moeten opschieten. We doen wat altijd werkt, handen schudden, rustig praten, laten merken dat we geen haast hebben, en zonder onderhandelen zakt de prijs van dertig naar vijfentwintig dalasi per persoon, zo’n dertig eurocent. Onze fietsen gaan op het dak van een gammele boot; er kunnen meer mensen in dan comfortabel is, maar we krijgen zwemvesten.

Kuntaur is arm en rommelig, maar de lodge ligt aan het water met uitzicht op de groene eilanden van het River Gambia National Park. Op die eilanden leven chimpansees, sinds de jaren zeventig uitgezet door een rehabilitatieproject dat in beslag genomen dieren opving; bezoekers mogen er niet aan land. Zoals elke toerist gaan ook wij het water op. We vangen een glimp van een nijlpaard, niet spectaculair maar echt. Dan, aan de waterkant, zitten chimpansees. Voor het eerst van mijn leven.

De magie wordt professioneel onderbroken.

Precies op dat moment stapt de ranger in onze boot om de parkbijdrage te innen. En voor smalltalk, veel smalltalk: first time in Gambia? how you like Gambia? De chimpansee zit rustig in beeld terwijl de vragen doorgaan. Even later vaart de boot verder, de ranger tevreden, de chimpansee weg. Gelukkig heb ik de foto’s nog.

Met de wind mee naar Tendaba en de Bao Bolong

Kolonie roze flamingos met pelikanen in de Bao Bolong Wetland Reserve in Gambia

We fietsen over de noordoever van de Gambia-rivier, en eindelijk zit alles mee: na weken beuken tegen de wind gaan we nu als de brandweer. Het landschap is open savanne met groepen baobabs; het verkeer bestaat uit ezelkarren met brandhout, rijst of houtskool, vaak met een paar kinderen erop. Niet iedereen gaat naar school; het analfabetisme onder volwassenen ligt hier rond de helft. We missen de Senegalese snotneuzen die niets van ons wilden behalve een high five: hier zet, zodra we ongezien denken te zijn, altijd wel een kind het alarm aan, en rent even later een groep met uitgestoken handjes achter ons aan.

Omdat het zo voorspoedig gaat, rijden we door tot Kauren River Camp, eenzaam op een heuvel met een weids uitzicht over de rivier. Beneden in het knooppuntdorp is het druk en stoffig; hierboven is alleen wind, vogelgeluid en ruimte. Bij vloed duwt de zee het water ver landinwaarts, bij eb stroomt de rivier krachtig terug richting oceaan, en dat verklaart waarom de mangroven honderden kilometers landinwaarts staan. De volgende dag fietsen we bijna negentig kilometer verder westwaarts. Gambia staat bekend als vlak, en met een hoogste punt van zo’n vijftig meter klopt dat, maar langs de rivier duiken verrassend veel korte, steile klimmetjes op, waar Mette af en toe een duwtje krijgt. We passeren het drukke Farafenni, waar fietsen een slalom is tussen vrachtwagens, ezelkarren en minibusjes met geiten op het dak, en steken de tolbrug over, gratis voor fietsers maar een drempel voor wie geen geld heeft.

In Tendaba nemen we de grootste hut, met woonkamer, slaapkamer en badkamer, voor 3.000 dalasi per nacht, zo’n 38 euro met ontbijt. Bij het inchecken groet Maria ons. De registratie hapert als Mette wil tekenen; dat is duidelijk mijn taak. Op de vraag hoe dat zit: he pays, but you are boss! Bij het zwembad blijken twee meisjes alleen te mogen zwemmen als er een volwassene bij is. Als ik een zwembroek aantrek, is dat het signaal. Mette blijft er bewust bij, en wat volgt is een uur van spetteren en gelach; de dag ervoor spreek ik met een van hen af dat we de volgende ochtend zwemles geven.

De ochtend erna staan er vier meisjes klaar. De kleinste, een jaar of zeven, kan niet zwemmen maar straalt van plezier; de anderen beweren het te kunnen en spartelen vooral. We gaan terug naar de basis: schoolslag, rugslag, ademhaling, terwijl het lodgepersoneel geamuseerd toekijkt. Later vertrekken we per boot naar de Bao Bolong Wetland Reserve. Een man biedt de tocht eerst aan voor twintig euro per persoon; via de beheerder wordt het 2.200 dalasi, zo’n 28 euro voor drie uur met boot en gidsen. We varen tussen mangroven, open velden en dode boomstammen; krokodillen leven hier wel, maar laten zich niet zien. We meren aan en lopen over droge grond naar een lagune, waar een kolonie grote roze flamingo’s staat, met pelikanen ernaast.

Mijn telelens ligt in de boot, want ik had op baobabs gerekend, niet op flamingo’s. Lekker handig weer, Jeroen.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Praktische informatie

Route en afstand: van Vélingara de grens over naar Basse, dan langs de Gambia-rivier via Bansang, Janjanbureh en Kuntaur, en over de noordoever westwaarts naar Kauren River Camp, Farafenni en Tendaba. De wegen zijn grotendeels verhard; op de terugweg naar het westen staat de wind vaak mee.

Grensovergang Senegal–Gambia: relaxed maar met meer stappen dan heen: gezondheidscontrole met temperatuurmeting, een gele-koortsboekje-check en digitale registratie. Houd het boekje bij de hand.

Over de rivier: bij Janjanbureh/Kuntaur steek je de Gambia-rivier over per lokale veerboot (ongeveer 25 dalasi per persoon). Laat je niet opjagen door ronselaars; rustig blijven drukt de prijs vanzelf.

River Gambia National Park: de chimpansees leven op afgeschermde eilanden en zijn alleen vanaf een boot te zien; aan land gaan mag niet. Reken op een parkbijdrage, ter plekke te voldoen.

Bao Bolong Wetland Reserve: boottochten vertrekken vanaf Tendaba; regel ze via de lodge in plaats van via losse aanbieders (ongeveer 2.200 dalasi voor drie uur). Neem een groothoek mee, niet alleen een telelens.

Slapen: het aanbod loopt van vervallen (Triple K, Basse, ca. €10) tot eenvoudig maar prettig aan het water (Kauren River Camp; Tendaba, hut ca. €38 met ontbijt).

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie