
Uit het reisverslag van de grote reis, deel Australië, januari–februari 2006. Geschreven onderweg, in de woorden van mijn toenmalige ik: na acht maanden over land vanuit Deventer beginnen Floor en ik hier aan een tweede leven, met werk en een auto.
Op vrijdag 13 januari landen we in Melbourne, na afscheid van Azië, waar we zeven maanden zaten. Op het vliegveld staan Sarah en Mike ons op te wachten, Australiërs die we in 2003 op de Love Parade in Berlijn ontmoetten en met wie we contact hielden. Bij hen kunnen we voorlopig logeren, riant en gezellig.
Melbourne, hoofdstad van Victoria, is een waanzinnige stad. Zo’n 3,5 miljoen inwoners, maar uitgesmeerd over ongeveer het oppervlak van half Nederland. De zon schijnt veel, de mensen zijn vriendelijk, en er is ruimte te over. In één week zaten we al vaker op het strand dan in tweeënhalve maand Thailand en Maleisië: de stad ligt rond een grote baai en heeft bijna tachtig kilometer strand. Ons hitterecord sneuvelt meteen, met 45 graden en een gloeiende föhn uit het noorden, terwijl rond de stad bushfires branden waar geen Australiër zich druk om lijkt te maken.
En waar vind je nou een zeeleeuw op het strand? In Melbourne dus, waar er zomaar een ligt te relaxen die het strand kennelijk aangenamer vindt dan Antarctica.
Van reizigers naar werkende mensen
De eerste week besteden we nuttig: werkvisum, een sofinummer en een Australische bankrekening. En we gaan naar een cricketwedstrijd, Australië tegen Zuid-Afrika in een vol stadion. Na acht uur is het al afgelopen, en de spelregels hebben we nu wel door, maar interessant kun je het niet noemen: het grootste deel van de tijd gebeurt er niets. No worries, mates.
Onze hele reis van Nederland over land door Azië naar Australië, acht maanden, heeft nog geen 8.000 euro gekost, waarmee we alles konden doen wat we wilden. We hebben blijkbaar weinig nodig om tevreden te zijn, dus er is genoeg over voor een auto. Maar het geld gaat hard, en dat terwijl Australië goedkoper is dan Nederland. Dus aan het werk, wat in de zomer nog lastig zoeken is: tientallen telefoontjes en e-mails met onze Engelstalige cv’s, tot we na tien dagen worden gebeld om als data-entrymedewerkers te beginnen.
Zelden hadden we zo’n saaie baan. Floor tikt gegevens van energiecontracten over, ik verplaats gegevens van het ene document naar het andere, werk dat een programmeur zo zou automatiseren. Maar het bedrijf is relaxed en het betaalt goed: met deze ongeschoolde baan verdienen we netto meer dan toen we in Nederland begonnen. Iedereen op kantoor is netjes gekleed, dus ook wij tikken in geleende nette kleren gegevens in de computer. Het valt op dat het hier op het gebied van kostenbeheersing en productiviteit jaren achterloopt op Nederland, maar wij zijn niet gekomen om serieus te werken, dus klagen doen we niet.
Een auto en een tent
Melbourne is te groot voor het openbaar vervoer alleen; wil je hier iets, dan heb je een auto nodig. Maar om een auto te kopen heb je alweer een auto nodig om die te gaan bekijken, dus met Mike rijd ik langs de aanbiedingen. Het wordt een Holden Commodore Executive stationwagon uit 1992, een echte Australische bak, groter nog dan onze oude Bluebird, met airco en zelfs cruise control, voor 2.500 euro inclusief keuring. Het idee: hiermee rond Australië, en de auto meteen als slaapplaats voor als kamperen niet uitkomt. Gedaan met het in- en uitpakken van rugtassen; we kunnen weer spullen kopen die er niet in passen, van matras tot stoelen.
We logeren nog bij Sarah en Mike, maar na drie weken willen we iets eigens, en zij hun ruimte terug. Accommodatie voor korte termijn is duur. We huren één nacht een kamer in een oud Victoriaans huis, komen tot de conclusie dat het gedoe wordt met de huisbaas, en verkassen naar een camping in het groen vlak bij ons werk, voor 26 dollar per nacht. Kamperen voelt beter, want het benadrukt dat we nog steeds op reis zijn. We hebben werk, een huis op wielen en een auto, en forensen elke dag naar kantoor: eigenlijk niet zo anders dan in Nederland, alleen met beter weer, mooiere stranden en ruimte zat.
Praktische informatie
Route en tijd. Melbourne (aankomst, werk, auto), 13 januari t/m 25 februari 2006. Startpunt van de rondreis door Australië.
Werken (working holiday). Met een working-holidayvisum, een tax file number en een Australische bankrekening kun je aan de slag. In de zomer (jan–feb) is werk zoeken lastiger; ongeschoold werk (data-entry, plukwerk) betaalt naar Nederlandse maatstaven goed.
Vervoer. Een auto is in het uitgestrekte Melbourne vrijwel noodzakelijk; een tweedehands stationwagon (destijds rond 2.500 euro) doet dienst als vervoer én slaapplek. Kamperen is goedkoper en prettiger dan kortlopende huur.
Plan je reis
- Overnachten in Australië: vergelijk accommodaties ›
- Activiteiten en excursies in Australië: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Meer uit deze reis
Alle verhalen uit Australië ›
Uluru, Kakadu en het einde in Darwin11 december 2006
De Kimberley en werken in de Bungle Bungles10 september 2006
Ningaloo, Karijini en de mijnen van de Pilbara27 juli 2006Plan je eigen reis door Australië
De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.