Na vijf uur komen we om twee uur ’s middags aan in Tongren. Op het busstation raken we aan de praat met twee Chinezen uit Shanghai en een derde die er onduidelijk bij hoort. Samen nemen we een vierpersoonskamer voor 25 RMB (€2,50) per persoon; dat we met z’n vijven zijn, lossen de Chinezen op door het bed om de beurt te gebruiken, een simpele oplossing voor een onnodig complex gemaakte situatie. De televisie komt van pas: met een kabeltje sluiten we de camera aan om onze foto’s te sorteren.

Monniken met mobieltjes
Tongren, in het Tibetaans Rebkong, is toeristischer dan gedacht; de nabije kloosters Sengeshong, Gomar en Rongpo trekken ook Tibetaanse en andere boeddhistische bezoekers. In de smalle straatjes van de Tibetaanse wijk, met lemen huizen tegen de heuvel, zijn de monniken in paarsrode gewaden een vast onderdeel van het straatbeeld.
Een glimmende motor door de stoffige steegjes, een monnik met een mobieltje aan het oor.
Met onze blonde haren vallen we op, en een glimlach levert een nog bredere lach op. Graag zouden we de mensen fotograferen, maar dat zomaar doen vinden we onbeschoft; we zouden het zelf ook niet willen. ’s Avonds eten we tofupannenkoeken gevuld met schapengehakt, terwijl aan de tafel naast ons vijf mensen gezamenlijk van een vol tafelblad eten, precies zoals wij ook een keer willen bestellen.
Verder in de serie
‹ Vorige aflevering41. De bus naar Tongren, het Tibetaanse land in8 augustus 2005
Volgende aflevering ›43. Naar Xiahe: 107 kilometer in vijfenhalf uur9 augustus 2005Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.