Home AziëChinaEen rustdag in Xiahe op 3.000 meter

Een rustdag in Xiahe op 3.000 meter

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

In Xiahe logeren we in het Friendship Hotel, binnen het tempelcomplex, met kleine kamers rond een binnenplaats, een gat in de grond als toilet en een bak koud water als douche, voor 10 RMB per persoon. Het is het goedkoopste en tegelijk een van de bijzonderste hotels die we hebben gehad: de lokale dokter houdt er praktijk, dus komt er een bonte stoet Tibetanen langs, velen met huidproblemen door de felle zon op deze hoogte.

Tibetaanse moeder en twee kinderen in kleurrijke kleding poseren voor groene berghellingen bij Xiahe
China, Xiahe - Het gezin poseert graag voor de foto

Op een regenachtige dag huren we fietsen om de omgeving te verkennen. Onderweg komt ons een dikke rookwolk tegemoet, en nieuwsgierig rijden we erop af: een deel van het klooster staat in brand, vermoedelijk doordat een monnik in bed lag te roken. Tientallen monniken proberen het vuur met emmertjes water te blussen, wat weinig zoden aan de dijk zet; pas als de brandweer komt, wordt erger voorkomen.

Yahtzee met de monniken

Het potje yahtzee dat we op de binnenplaats spelen trekt de aandacht van de monniken die hier ook verblijven; ze hebben nog nooit een dobbelsteen gezien. Het spel met een van hen verloopt moeizaam, want hij is drukker met sms’en. Ook de mp3-speler en een opblaasbare wereldbol blijken goede manieren om contact te maken, terwijl ons Chinese taalboekje nutteloos is, omdat deze Tibetanen geen Chinees lezen.

Hoogte en appels

Op 3.000 meter verbrand je zonder zonnebrand meteen, en hoewel de zon warm is, voelt de lucht koel. Floor heeft last van duizeligheid en een dichte neus, de eerste tekenen van hoogteziekte; acclimatiseren is de enige remedie, zeker nu we nog hoger gaan. Dus doen we het rustig aan, met een uitgebreid ontbijt voor 15 RMB en veel tijd op een dakterras met uitzicht over het complex en de kale bergen. Van daaraf proberen we te begrijpen wat we zien.

Rokende, bierdrinkende, sms’ende monniken: van hun restricties trekken ze zich opvallend soepel weinig aan.

We vragen ons af wat een monnik de hele dag doet, en hoe hij aan zijn geld komt. Aan bedelaars geven we principieel niets, maar we kopen wel een kilo appels om uit te delen, en dat blijkt een gouden greep. De volgende ochtend word ik dertig, gevierd tussen de monniken: een ontbijt van gebakken eieren met kaas, en een gang naar de kapper, die met mijn vreemde, niet-piekerige haar geen raad weet.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





DelenWhatsAppE-mailFacebook
Advertentie

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie