Door Tibetaans Gansu: Xiahe, Langmusi en Jiuzhaigou

Published: Updated: 0 comments
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Uit het reisverslag van de grote reis over land, augustus 2005. Geschreven onderweg, in de woorden van mijn toenmalige ik.

Vanaf Dunhuang leggen we in ruim twee weken de route af naar Chengdu: Golmud, Xining, Tongren, Xiahe, Langmusi, Songpan. Mijn verjaardag vieren we onderweg tussen de monniken; een boeddhistisch klooster is zo gek nog niet.

Van Dunhuang gaat de bus naar Golmud, over de rand van de Tibetaanse hoogvlakte, op 2.800 meter. Een troosteloos maar indrukwekkend deel voert door een dood zoutgebied: bar, kaal en wit, met zoutindustrie en weggerotte dorpjes waar mensen in de zoutbende werken. Echte armoede, en het zou me niet verbazen als we ook dwangarbeiders hebben gezien. De hele weg wordt met bezems zand- en gruisvrij gehouden door een leger mensen in oranje hesjes. In de bus draait ondertussen een luidruchtige, foute remake van Rocky, met een bus vol kleine kinderen erbij.

Elke Chinese plaats die we aandoen blijkt leuker en relaxter dan de eerste indruk: altijd goed eten, ook al weten we niet altijd wat, en altijd vriendelijke mensen.

Xiahe en het klooster van Labrang

Vanaf Xining, de hoofdstad van Qinghai, beginnen we de bustocht door de bergen richting Chengdu. De wegen zijn zo mogelijk nog slechter dan in Mongolië: over honderd kilometer doen we vijfenhalf uur. We klimmen gestaag; in Xiahe zitten we op 3.000 meter, wat voor Floor te veel is: een acute aanval van hoogteziekte, die met rust snel wegtrekt. De omgeving is spectaculair, kale bergen en diepe kloven met wild water.

Xiahe is een verrassing: een klein stadje met na Lhasa het belangrijkste kloostercomplex van het Tibetaans boeddhisme, Labrang, waar ruim drieduizend monniken leven. De rest van de ruimte wordt ingenomen door Tibetanen op bedevaart, in hun mooiste kleding met de felste kleuren en sprekende gezichten. In de Tibetaanse wijk is het fijn struinen tussen de lemen huizen tegen de berg. We worden een nonnenklooster binnengevraagd voor een gratis rondleiding langs plekken die normaal voor toeristen dicht zijn, en we logeren in een hotelletje tussen de monniken. Het blonde haar van Floor intrigeert de mensen, net als ons spelletje yahtzee en de opblaasbare wereldbol.

Langmusi en Jiuzhaigou

Vanaf Xiahe rijden we door naar Langmusi, op de grens van Gansu en Sichuan, op 3.300 meter. Dat merk je: kortere adem, minder lucht. Langmusi is een stoffig plaatsje met Tibetanen, moslims en toeristen, omringd door toppen tot 5.500 meter, zonder sneeuw, want de sneeuwgrens begint hier pas op 6.500. In de omgeving liggen warmwaterbronnen, waar we een privé zwavelbad hebben tussen de bergen en de edelweiss.

Met acht man in een verrotte minibus gaan we door naar Songpan, negenenhalf uur afzien, goedgemaakt door marmotten, arenden op de telefoonpalen en gieren langs de weg, over een vlakte van ruim 4.000 meter. In Songpan komen we voor het eerst het Chinese massatoerisme tegen: geen enkele bus maar honderden, in een continue stroom door de smalle straten. We twijfelen daarom over Jiuzhaigou, maar gaan toch.

Jiuzhaigou ligt diep tussen de bergen: drie kloven, 108 meren in de mooiste kleuren, grote watervallen. Het is druk en de entree is fors, ruim dertig euro, maar het is het waard, zeker als je, niet helemaal legaal, een overnachting in het park regelt, zodat je twee dagen op een van de mooiste plekken ter wereld zit. De meeste bezoekers ervaren het park als een pretpark: de bussen stoppen bij de vaste fotopunten, iedereen poseert en is binnen vijf minuten weer weg, waardoor de paden ertussenin juist heerlijk leeg zijn. Vroeg in de ochtend, als de rust nog niet is verstoord, heb je die kleuren bijna voor jezelf.

Van het park gaat de bus verder naar Chengdu. De geplande weg blijkt versperd door een ingestorte berg, en iedereen moet de chauffeur extra betalen; de westerlingen weigeren eerst, want waarom zou je betalen zonder uitleg. De alternatieve route is mooi maar gevaarlijk: over een pas van 4.500 meter, ons record aan haarspeldbochten, met steenlawines en deels afgesloten weg. Over de pas belanden we ineens in een ander klimaat: vochtig en warm, met bamboe, subtropische gewassen, vlinders en palmen. Chengdu zelf is een schok na twee weken in de bergdorpen: veertien miljoen inwoners, hoogbouw, verkeer en vooral winkels. Onze kleren zijn versleten, dus we slaan onze slag: een broek voor zes euro, een jas voor acht, t-shirts voor twee.

Praktische informatie

Route en tijd. Dunhuang – Golmud – Xining – Tongren – Xiahe – Langmusi – Songpan – Jiuzhaigou – Chengdu, 4 t/m 23 augustus 2005, per bus en trein. Ongeveer twee weken; de bergwegen zijn traag (100 km kan vijf uur kosten).

Hoogte. Xiahe ligt op 3.000, Langmusi op 3.300, tussenliggende passen tot 4.500 meter. Hoogteziekte komt voor; bouw hoogte rustig op en plan rustdagen.

Xiahe (Labrang). Belangrijk Tibetaans-boeddhistisch klooster met veel pelgrims. Klein, goed te belopen, hotelletjes bij het klooster.

Jiuzhaigou. UNESCO-natuurgebied, prachtig maar druk en prijzig. Vroeg op pad of (destijds) overnachten in het park geeft de rust terug. Reken op mogelijke wegversperringen door aardverschuivingen op de route naar Chengdu.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›

Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.

DelenWhatsAppE-mailFacebook

Laat een bericht achter


Meer inspiratie