Voor 78 RMB (€8) kopen we een kaartje voor de bus van negen uur naar het 525 kilometer zuidelijker gelegen Golmud, een rit van negen uur. Het busstation is al een belevenis: Dunhuang is een oude handelsplaats aan de Zijderoute, en dat zie je aan de karaktervolle koppen van islamitische Oeigoeren en boeddhistische Tibetanen, die met enorme balen handelswaar zitten te wachten, diep gehurkt en rokend.

De Zijderoute in gezichten
De eerste kilometers rijden we langs de duinen, die overgaan in bergen. Op 2.800 meter breken we erdoorheen, een desolate leegte in, waar af en toe een plukje gras tussen het gruis groeit. Regelmatig passeren we ploegen wegwerkers in oranje overall, met bezems, die deze vitale toegangsweg naar Tibet zandvrij houden. Aan de zuidelijke horizon verschijnen de eerste witte toppen. Halverwege stoppen we voor een plaspauze bij een gehucht, waar het toilet alle voorstellingsvermogen tart, met de keukens van de restaurantjes er pal naast.
Dode zoutvlakten
Een kleine honderd kilometer voor Golmud rijden we door zoutgebieden.
De aarde is dood en wit; alles staat in het teken van de zoutwinning, en het landschap is volledig kapotgemaakt.
Fabrieken verwerken het zout, ertussen liggen grote hopen en kuilen, en in een dorpje vullen de bewoners hun dagen met het handmatig afgraven ervan, sjouwend met loodzware zakken door grauwe straten zonder een sprietje groen. Wij zien het comfortabel door het raam, waarin een gewelddadige Chinese Rambo draait, wat het contrast alleen groter maakt.
Verder in de serie
‹ Vorige aflevering36. Een begraafplaats die door het zand wordt opgeslokt3 augustus 2005
Volgende aflevering ›38. Golmud: wachtkamer voor de nieuwe spoorlijn naar Lhasa5 augustus 2005Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.