China beslaat zoveel breedte- en hoogtegraden dat het vrijwel elk landschapstype herbergt dat op het noordelijk halfrond voorkomt. De ruwe regel is een trapsgewijze daling van west naar oost: van het hooggebergte en plateau in het westen, via uitgestrekte bekkens en woestijnen, naar de laaglanden en rivierdelta’s aan de oostkust. Een overlandroute van noordwest naar zuid doorkruist die treden in omgekeerde volgorde van wat de hoogtekaart suggereert, en levert daardoor een opeenvolging van sterk verschillende landschappen op.

Woestijn en droog noorden
In het noordwesten overheerst de droogte. De Gobi strekt zich uit over de grens met Mongolië, en kleinere woestijnen als de Tengger schuiven tot tegen de Gele Rivier aan. Hier bepalen zand, grind en steppe het beeld, met landbouw alleen waar irrigatie water aanvoert. Bij Shapatou raken de duinen van de Tengger letterlijk aan de oever van de Gele Rivier, een grens tussen dor en vruchtbaar die in één blik te vatten is. Het is een landschap van uitersten, met hete dagen en koude nachten en weinig daartussen.
Het dak en zijn randen

Naar het zuidwesten toe loopt het land op naar het Tibetaans hoogplateau, met afstand het grootste hooggebergteplateau ter wereld. Het gebied ligt grotendeels boven de 3.000 meter en bestaat uit eindeloze graslanden, kale bergruggen en koude meren. Het plateau voedt de grote rivieren van Azië, die hier ontspringen. Aan de oostrand, in Sichuan, valt het land steil terug en versnippert het in diepe valleien en beboste bergen, zoals rond Jiuzhaigou.
Karst en het groene zuiden

Verder zuidelijk verandert het gesteente en daarmee het landschap volledig. In Guangxi en delen van Yunnan staat kalksteen die door miljoenen jaren regen is uitgesleten tot de bekende karstpieken: steile, kegelvormige heuvels die uit vlakke rijstvelden oprijzen, doorsneden door rivieren als de Li bij Yangshuo. Het is een vochtig, subtropisch landschap van grotten, ondergrondse rivieren en groen dat het hele jaar door staat. Hoe verder zuidwaarts, hoe weelderiger de begroeiing en hoe dichter het waternetwerk.
Laaglanden en rivieren
Het dichtstbevolkte China ligt in het oosten, in de laaglanden en delta’s van de grote rivieren. De Jangtsekiang en de Gele Rivier hebben hier door de eeuwen heen vruchtbare vlakten afgezet waar de meeste mensen wonen en de meeste landbouw plaatsvindt. Dit is het China van de grote steden en de uitgestrekte velden, ver van het ruige westen. Voor de reiziger vormt de overgang van plateau naar laagland de duidelijkste breuk: van leegte en hoogte naar drukte en water, vaak binnen een paar dagreizen.
De scherpste grens van het land is niet politiek maar fysiek: de duinrand van de Tengger die zonder overgang stopt op de oever van de Gele Rivier.
Plan je reis
- Overnachten in China: vergelijk accommodaties ›
- Trein- en bustickets in China: bekijk routes op 12Go ›
- Activiteiten en excursies in China: bekijk op GetYourGuide ›
Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.
Verder in de reisgids China
Alle gidsartikelen ›Introductie en plaatsen
Achtergrond
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.