Home AziëTurkmenistanDrie uur grens en een verboden simkaart

Drie uur grens en een verboden simkaart

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Bepakte reisfiets op een omgewoeld zandspoor in de lege vlakte bij Sarakhs, Turkmenistan
Bepakte reisfiets op een omgewoeld zandspoor in de lege vlakte bij Sarakhs, TurkmenistanAlle foto’s uit Turkmenistan ›

Vier kilometer scheiden mijn hotel in het Iraanse Sarakhs van de slagboom, en die vier kilometer zijn te kort om rustig te worden. In mijn tas zit een transitvisum van vijf dagen, met de datum erop waarop ik het land weer uit moet zijn. Dat papier heeft drie afwijzingen gekost en uiteindelijk een uitnodigingsbrief van de consul, en die voorgeschiedenis zit er nu in: één ambtenaar met een slechte ochtend en ik sta hier voor niets. Het alternatief was over Turkmenistan heen vliegen, wat voor mij geen alternatief is.

Het loopt goed af, maar het duurt. Wat de grens vooral bijzonder maakt, is de combinatie van twee dingen die je niet samen verwacht: iedereen wil precies weten wie ik ben en wat ik kom doen, en tegelijk verloopt alles volgens een stramien waar geen persoon meer in zit. Papieren, wachten, een interview, een medische keuring die uit één vraag bestaat, en dan mijn reisschema erbij.

Dat schema is het eigenlijke instrument. Bij de aanvraag heb je per dag opgegeven welke route je rijdt en waar je slaapt, plus de grens waar je binnenkomt en de grens waar je vertrekt, en van geen van die punten mag je afwijken. Wildkamperen mag officieel niet, dus staan er op mijn formulier dorpsnamen waar ik nooit van plan ben geweest te stoppen. Vannacht slaap ik volgens de Turkmeense staat in Tedzhen. De bagagecontrole is grondiger dan de papieren: elke tas leeg, elk tasje open, alles bekeken en teruggepakt. Na bijna drie uur gaat de slagboom omhoog.

Ik kwam net uit Iran; mijn vertrouwen in de mensheid was nog groot.

Meteen erachter, tussen de wachtende vrachtwagens, word ik aangesproken door drie mannen met een aanbod om te wisselen. Wat ze bieden ligt ver boven de officiële koers van de manat, en juist in dat gat tussen staatskoers en straatkoers zit de hele Turkmeense economie gevangen. Ik wil van mijn Iraanse biljetten af en heb geen idee wat dingen hier kosten, dus wissel ik er voor de zekerheid tweehonderd dollar bij, zo’n honderdzeventig euro. De bundel die ik terugkrijg is zo dik dat ze er zelf in verdwalen; een paar minuten later staan ze naast me met excuses over een nul te veel. Ook na die correctie kan ik mijn broekzakken nauwelijks dicht krijgen.

Een marmeren paleis en een lege stoep

Wit marmeren cultuurpaleis met gouden letters aan een verlaten plein in Sarakhs, Turkmenistan

Serakhs is een halve stad. Deze oase is in 1925 door de Sovjetgrens doormidden gesneden, met de ene helft in Iran en de andere hier, en in de elfde eeuw was het samen een plaats van formaat aan de route tussen Merv en Nishapur. Van dat verleden is niets te merken. Wat er ligt is dor, laag en kleurloos, want de woestijn begint hier al.

Des te vreemder is wat er dan opdoemt: een smetteloos wit cultuurpaleis van marmer, een Medeniýet Öýi, met gouden letters, het staatswapen en de vlag, boven een plein waar niemand loopt. Elk district krijgt er zo een, ook een district zonder publiek. Het gebouw gaat uit van duizend bezoekers per dag. De stoep ervoor is leeg.

Boodschappen doe ik bij een winkeltje waar een vrouw achter de weegschaal staat, in donkerblauw met goudkleurig borduursel en een oranje hoofddoek. Ik vraag of ik haar mag fotograferen. Ze stemt toe, maar niet van harte, en het is duidelijk dat het alleen kan omdat er verder geen vreemden bij staan. Veel verder dan mijn handjevol Russische woorden en het hare Engels komen we niet. De twee mannen die ik buiten voor de deur op de foto zet, hebben er geen enkele moeite mee.

Vrouw in donkerblauwe geborduurde jurk achter de weegschaal in een winkel in Sarakhs

De simkaart wordt een ander verhaal. Er is niets wat op een telecomwinkel lijkt, en waar ik het uiteindelijk vraag, blijkt verkopen aan een buitenlander geen optie; de eigenaar geeft me zijn eigen prepaidkaart. Terwijl we samen in mijn telefoon zitten te prutsen komt er iemand binnen bij wie de verkoper zichtbaar schrikt. In vloeiend Engels wordt me gevraagd waar ik die kaart vandaan heb. Ik hoor mezelf heel nuchter vertellen dat ik hem van een vertrekkende reiziger heb gekregen en alleen wil opwaarderen. Paspoort, visum, en ik mag gaan. Ik ben dus vanaf de slagboom gevolgd, en van de verkoper weet ik tot vandaag niet hoe het is afgelopen.

Het Tejen-dal en een checkpoint

Geel bakstenen huis met golfplaten dak naast een hut van rietbundels aan een sloot bruin water

Pas om twee uur ’s middags rijd ik echt noordwaarts, met bijna honderd kilometer voor de boeg. Ik heb een kortere route uitgekozen, een dun lijntje op de kaart dat in werkelijkheid een uitputtingsslag is: asfalt dat uit elkaar valt, dan omgewoeld zandspoor, dan gaten. De weg volgt het dal van de Tejen, de rivier die uit Afghanistan komt en verderop in de Karakum ophoudt te bestaan. Waar de kanalen komen, wonen mensen; twintig meter verderop begint de halfwoestijn. Bij zo’n groene strook staat een geel bakstenen huis met een golfplaten dak naast een hut van rietbundels, met een sloot bruin water ertussen.

Halverwege sta ik voor een checkpoint. De militairen zijn jong, streng en zichtbaar overvallen door een fietser. Hun eerste reflex is me terugsturen, maar via deze weg haal ik de afstand binnen mijn vijf dagen en een omweg kan ik me niet veroorloven. Er wordt gebeld, vermoedelijk met de grens, om te controleren of ik daar werkelijk ben binnengekomen en of mijn route klopt met wat er op papier staat. Ik sta ondertussen in een landschap zonder enig baken en zonder één andere getuige, en dat is het moment waarop tot me doordringt hoe weinig er tussen mij en een probleem staat. Ik mag door.

Tegen de avond zet ik mijn tent op naast de weg, tussen plantages die hun beste tijd hebben gehad. Water heb ik in Serakhs ingeslagen. Terwijl ik in de Turkmeense administratie in Tedzhen lig, lig ik in werkelijkheid in een tentje in het zand, en dat blijft de rest van de week zo.

De volgende ochtend passeert er een kudde schapen langs mijn kamp terwijl ik koffie drink, met twee herders erachteraan. Ze knikken en lopen door. Verderop langs het weggetje heb ik gisteren huizen zien staan, dus afgelegen is deze plek niet, en toch had ik gedacht dat een blonde vreemdeling met een tent tussen hun schapen op zijn minst een vraag zou oproepen. Het is de eerste keer dat ik in dit land word genegeerd; het went nooit helemaal.

De weg blijft slecht genoeg om er iets op te verzinnen. Halverwege de ochtend haal ik mijn hoofdkussen uit de tas, blaas het half op en ga erop zitten, wat maar matig helpt. Pas voorbij Khauz-Khan wordt het wegdek verhard. Langs de weg werken hele ploegen op de akkers en in de plantages, en jongeren worden in open laadbakken aangevoerd. Zij zwaaien wel. De rest kijkt hoogstens op en kijkt dan weer weg, alsof mijn aanwezigheid iets is waar je beter niet bij betrokken raakt. Het is heet, en de laatste kilometers naar Mary bestaan uit het denken aan een kamer met airco.

Bepakte reisfiets op een opgebroken grindweg tussen Sarakhs en Mary in Turkmenistan
Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Praktische informatie

Het visum: een toeristenvisum voor Turkmenistan is relatief eenvoudig te krijgen, maar verplicht je tot een tour met gids en een uitnodiging van een Turkmeense reisorganisatie. Voor een fietser betekent dat hoge kosten en geen vrijheid. Het alternatief is een transitvisum van maximaal vijf dagen, aan te vragen bij het Turkmeense consulaat in Brussel. Die procedure is inmiddels gelijkgetrokken met die voor het toeristenvisum: ook voor transit vraagt de ambassade een uitnodiging van een geaccrediteerd Turkmeens reisbureau, gecertificeerd door de Staatsmigratiedienst. Je hebt er een visum voor het volgende land bij nodig, je geeft een reisplan per dag op inclusief de in- en uitreisgrens, en daar mag je niet van afwijken. Mijn aanvraag werd drie keer geweigerd; via de consul kreeg ik uiteindelijk een uitnodigingsbrief, waarmee het visum in Mashhad binnen één dag rond was. Dit gold in 2018; controleer de actuele regels bij het consulaat voordat je erop plant.

De grens bij Sarakhs: reken op twee tot drie uur voor de inreis. Bagage wordt volledig uitgepakt. Turkmenistan loopt anderhalf uur voor op Iran, dus je verliest ook nog eens anderhalf uur rijtijd.

Geld: pinnen als buitenlander is geen optie, dus je komt binnen met contant geld. De officiële koers en de straatkoers lagen in 2018 een factor uit elkaar, wat het land met straatgeld spotgoedkoop maakte en tegen de officiële koers duur. Wissel niet meer dan je denkt op te maken: manat krijg je buiten Turkmenistan nergens meer kwijt.

Simkaart: een kaart op naam van een buitenlander is er in de praktijk niet, en wie je aan een kaart helpt loopt risico. Ga er vanuit dat je grotendeels zonder internet rijdt; de grote diensten zijn in Turkmenistan geblokkeerd.

Slapen: wildkamperen is officieel niet toegestaan en het opgegeven reisschema vraagt om overnachtingsplaatsen. In de praktijk heb ik alle nachten buiten geslapen zonder dat iemand er iets van zei, met de wetenschap dat het formeel niet mocht.

Water: vul bij in Serakhs. Tussen de geïrrigeerde stroken is er niets, en de kanalen voeren bruin water.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit dit verhaal

Meer foto’s uit Turkmenistan ›

Waar dit verhaal ligt

Plan je eigen reis door Turkmenistan

De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.

Naar de reisgids Turkmenistan ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie