Home AziëTurkmenistanDe grens over naar Turkmenistan

De grens over naar Turkmenistan

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
Bepakte reisfiets op een omgewoeld zandspoor in de lege vlakte bij Sarakhs, Turkmenistan
Bepakte reisfiets op een omgewoeld zandspoor in de lege vlakte bij Sarakhs, TurkmenistanAlle foto’s uit Turkmenistan ›

Vijf dagen. Zo lang is mijn transitvisum geldig, en in die vijf dagen moet ik de ruim vijfhonderd kilometer naar Oezbekistan overbruggen. Het alternatief was vanuit Mashhad over Turkmenistan heen vliegen, en dat is geen alternatief. Ik wil fietsen. Er zijn reizigers die de afstand te ver vinden en ander vervoer regelen, maar ik heb mijn visum en ik wil er zelf doorheen. Aan de grens bij Sarakhs, een kilometer van mijn hotel, sta ik toch gespannen te wachten. Ik héb dat visum, maar of het ook genoeg is merk ik pas als de slagboom omhooggaat. Turkmenistan laat niet zomaar iemand binnen: mijn aanvraag is drie keer afgewezen voor het via een omweg alsnog lukte, en dat zit er nu in. Eén ambtenaar met een andere stemming is genoeg om er alsnog niet door te komen.

Het klopt wel. Wat me bijblijft is de mengeling van formaliteit en nieuwsgierigheid. Iedereen wil weten wie ik ben en wat ik kom doen, en tegelijk gaat alles volgens een vast stramien: papieren, wachten, een interview, mijn reisplan er nog eens bij. En dan de bagage. Tas voor tas, tasje voor tasje, alles wordt uitgepakt, bekeken en weer ingepakt. Bij de visumaanvraag heb ik een route per dag moeten opgeven met de plaatsen waar ik zou slapen. Omdat wildkamperen hier officieel niet mag, heb ik gewoon dorpen langs de weg genoemd waar ik helemaal niet van plan ben te stoppen. Op papier slaap ik vannacht in Tedzhen. Bijna drie uur later mag ik door.

Vlak achter de slagboom, tussen de stilstaande vrachtwagens, houden drie mannen me aan. Of ik geld wil wisselen. Ik ken de officiële koers van de manat, en wat zij bieden is daar een veelvoud van. Lastig is het wel: ik wil mijn overgebleven Iraanse biljetten kwijt, maar omdat ik geen idee heb wat de dingen hier kosten, wissel ik ook maar tweehonderd dollar, zo’n honderdzeventig euro. Ik krijg er zo’n stapel voor terug dat het tot verwarring leidt, ook bij henzelf. Als ik alles heb weggestopt komen ze me achterna, vol excuses: er is een rekenfout gemaakt, een nul te veel. Ik had zoiets al vermoed. Ook na de correctie hou ik een dikke bundel over.

Ik kwam net uit Iran; mijn vertrouwen in de mensheid was nog groot.

Vrouw achter de weegschaal in een winkel in Sarakhs, Turkmenistan

Een simkaart en een stille

De grens heeft tijd gekost, het wisselen ook, en ik moet nog boodschappen doen en een simkaart zien te vinden. Daarvoor fiets ik Sarakhs in, wat geen aangename plek is om rond te rijden. Dor, leeg, geen greintje groen, want hier begint de woestijn al. En dan staat er ineens, spierwit en smetteloos boven een verlaten plein, een marmeren cultuurpaleis: een Medeniýet Öýi, met gouden letters, het staatswapen en de nationale vlag. Het is gebouwd alsof er dagelijks duizend mensen naar binnen gaan. Op het plein ervoor loopt niemand.

In de winkel waar ik mijn boodschappen doe, staat een vrouw achter de weegschaal, in een donkerblauwe jurk met goudkleurig borduursel en een oranje hoofddoek. Ik vraag haar zelf om een portret. Van harte gaat het niet. Ze is duidelijk bang om op de foto te gaan, en het is dat er verder geen vreemden bij staan, anders had ze het niet gedaan. We komen niet verder dan een paar Russische woorden die ik ken en de paar woorden Engels die zij kent. De twee mannen die ik buiten voor de deur fotografeer spreken iets beter Engels; die vinden het niet erg om te poseren.

Marmeren cultuurpaleis Medeniyet Oyi aan een leeg plein in Sarakhs, Turkmenistan

De simkaart is een groter gedoe. Ik zoek iets wat voor een telecomwinkel kan doorgaan. Een kaart kopen lukt niet, maar de man die de winkel drijft verkoopt me uiteindelijk zijn eigen prepaidkaart. We zijn nog met mijn telefoon bezig als er iemand binnenkomt die ik maar voor een stille hou. De verkoper schrikt zichtbaar. In het Engels wordt me gevraagd hoe ik aan die simkaart kom. Ik heb net genoeg tegenwoordigheid van geest om heel nuchter te vertellen dat ik hem heb gekregen van een reiziger die Turkmenistan uit ging, en dat ik hem nu alleen wil opwaarderen. Of het helemaal geloofd wordt weet ik niet. Mijn paspoort en visum worden gecontroleerd, en ik mag verder. Blijkbaar word ik al die tijd in de gaten gehouden. Ik hoop dat het voor de verkoper ook goed afloopt.

Bakstenen huis en rieten hut bij een sloot aan de rand van de zandwoestijn in Turkmenistan

De sluipweg naar het noorden

Pas in de middag kom ik echt op weg naar het noorden. Ik heb een kortere route uitgezocht, een lijntje dat ik op mijn gps en op de kaart zie lopen, maar dat in werkelijkheid een zware weg blijkt. Asfalt dat langzaam uiteenvalt, dan een omgewoeld zandspoor, dan weer wat gaten. Het gebied is troosteloos: de rand van de zandwoestijn, dor en droog en leeg. Alleen bij een geïrrigeerd stuk staat een geel bakstenen huis met een golfplaten dak naast een hut van rietbundels, met daartussen een sloot bruin water.

Ergens onderweg stuit ik op een checkpoint. Jonge militairen, streng, verbaasd en wantrouwend dat hier iemand op de fiets aan komt rijden. Hun reflex is me terug te sturen, maar via deze weg red ik de afstand in de gestelde tijd; een omweg wil ik niet. Er wordt gebeld, waarschijnlijk met de grens, om te checken of ik daar echt ben binnengekomen en of mijn route klopt met wat ik heb opgegeven. Na Iran, waar iedereen open en hartelijk was, voelt dit onaangenaam. Ik realiseer me hoe alleen ik hier sta, met rondom niets dan stof en zand. Als deze jongens iets kwaads in de zin hadden, zou niemand het merken. Ik mag door.

Tegen de avond zet ik mijn tent op langs de kant van de weg, tussen wat plantages lijken te zijn die hun beste tijd hebben gehad. Water heb ik genoeg in Sarakhs ingeslagen. Mijn eerste nacht in Turkmenistan slaap ik dus gewoon in mijn tentje, terwijl ik op papier in Tedzhen lig. Wat ik na deze eerste dag op het slechte wegdek vooral heb, is een zitvlak dat murw staat.

Verhaal uitgelezen? Een kleine bijdrage helpt de verhalen op weg te houden.





Foto’s uit dit verhaal

Meer foto’s uit Turkmenistan ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Waardeer je dit blog?

Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.





Laat een bericht achter


Meer inspiratie