De wekker gaat om 4.45 uur. We willen vroeg slapen, maar dat lukt nauwelijks. De wind jaagt de hele nacht over de camping en we trekken de buitentent zo strak mogelijk om het zand buiten te houden. Net wanneer we onze ogen sluiten, beginnen de honden op het terrein naast ons te blaffen. Hard en onafgebroken. Dat betekent twee dingen: andere dieren zullen we vannacht niet horen en slapen wordt lastig. Blaffende honden zijn misschien wel het grootste probleem van de fietser. Of is het toch de wind?

Zonsopkomst in de duinen
Wanneer de wekker gaat, waait het nog steeds. Koffie met zand. Heerlijk. Precies op tijd worden we opgehaald. De fietsen passen niet in de truck. Geen probleem. Er wordt gebeld. Vijf minuten later staat er een tweede voertuig en kunnen de fietsen alsnog mee. Proactief handelen kunnen de Namibiërs wel. Onze chauffeur rijdt stevig door over de donkere weg richting Sossusvlei. Hij wil dat we vóór de andere bezoekers bij het einde van de vallei zijn, zodat we de zonsopkomst vanaf een hoge duin kunnen meemaken zonder de drukte.
Een half uur voor zonsopkomst bereiken we de parkeerplaats aan het einde van de vallei, zo’n zestig kilometer verder. Hier stroomde ooit water, al is dat inmiddels lang geleden. De wind is hard. Eigenlijk is het een zandstorm. Zorgelijk is dat de wind precies uit de richting komt waar wij straks weer naartoe moeten fietsen. Maar misschien draait hij nog. Of gaat hij liggen. Dat gebeurt hier tenslotte vaker.

We lopen een hoge duin op. Het zand is nog gelig in het schemerlicht. De lucht kleurt langzaam oranje terwijl de zon opkomt. We volgen de kam van de duin omhoog, de makkelijkste route. De wind blaast voortdurend zand over de rand. Zo worden de duinen gevormd.
Door de constante werking van de wind verplaatst het zand zich langzaam door het landschap. De grote duinen in dit gebied zijn zogenaamde sterduinen: enorme zandbergen met meerdere armen die vanuit één punt in verschillende richtingen lopen. Ze ontstaan op plekken waar de wind uit verschillende richtingen waait.

De magie van Deadvlei
We bereiken een hoog punt met uitzicht op de witte vlakte van Deadvlei, nog vóór zonsopkomst. De zon werpt haar eerste oranje licht over het zand. Onze schaduwen worden lang en scherp op de helling achter ons. Langzaam licht de kleipan op. We staan alleen boven op de duin. Beneden zien we een grote groep toeristen die haastig foto’s maakt van wat Deadvlei zo bijzonder maakt. De witte vlakte is een oude kleipan waar ooit water stond. Toen het water verdween, stierven de bomen die er groeiden. Door de extreme droogte zijn de stammen nooit vergaan. Ze staan er nog steeds: zwartgeblakerd door de zon, als verstilde silhouetten tegen de witte klei en de rode duinen. Wij wachten nog even. Het juiste moment van licht en schaduw moet nog komen.
Wanneer de eerste groepen vertrekken en er geen nieuwe mensen aankomen, weten we dat het moment daar is. We rennen van de duin naar beneden. Even zijn we weer kind. Deadvlei is magisch. We fotograferen tot onze vingers pijn doen. Licht, schaduw, geel, rood en zwart. De zandstorm voegt een extra laag toe aan het landschap. Van boven zagen we nog oryxen door het duingebied trekken. Nu zijn ze verdwenen.

Terug door de storm
Wanneer het licht hard wordt en de hitte begint op te bouwen, keren we terug naar de fietsen. Ondertussen komt de massa bezoekers op gang. Busjes, 4×4’s en rijen mensen trekken richting Deadvlei. Te laat. De magie van het vroege uur is al voorbij. De wind is intussen niet gaan liggen. Integendeel. Hij is alleen maar harder geworden. Windkracht acht, recht van voren.
De chauffeur vindt ons knettergek dat we dit stuk willen fietsen. Misschien heeft hij gelijk. Maar het landschap is zo indrukwekkend dat we het toch proberen. De eerste kilometers gaan moeizaam. Vijf kilometer en een uur later hebben we er tien. Het is bloedheet, topzwaar en oorverdovend luid door de wind. Wind is vervelend. Tegenwind is afschuwelijk. Stormwind tegen is pure horror.

We wisselen elkaar af aan kop om de wind voor de ander te breken. Vijftien kilometer. Twintig kilometer. Het landschap blijft spectaculair: rode duinen links en rechts van de weg. Na dertig kilometer weten we dat we nog dertig kilometer moeten. Dan verschijnt achter ons de auto waarmee we zijn gekomen. Hij stopt en de chauffeur stapt uit. Eigenlijk geeft hij ons geen keuze: instappen. Het waait veel te hard en de temperatuur loopt op tot 37 graden.
Hij heeft gelijk. Dit is geen gevecht dat we vandaag hoeven te winnen.
Op de terugweg lijkt de rit ineens op een safari. Struisvogels, springbokken, oryxen en jakhalzen steken de vlakte over.
Wat een dag.
8 comments
Fantastisch dat jullie dit alles mogen zien en ervaren! En ook fantastisch dat ik mee kan genieten en huiveren en leren!
liefs van mam
Je bent mijn beste lezer.
Hier je één na beste lezer 😉
Mooi verslag, ik krijg er een goed beeld bij.
Ik ben afwisselend jaloers en opgelucht dat ik daar nu niet met jou ben.
Een prachtig vervolg van een bijzondere reis gewenst!
Jij bent dan weer mijn grootste fan en meer
Wat een spectaculaire en avontuurlijke dag was dit zo te lezen! Super grappig dat die chauffeur jullie tegen jezelf in bescherming nam 😄
Op een enkele uitzondering na lijkt elke dag hier wel spectaculair en avontuurlijk. Fijn dat je meeleest
Ook ik lees mee! Was er ruim 20 jaar geleden en leuk om het geheugen weer wat op te frissen 😅. Geniet!
Wat leuk Audri. Ik ben benieuwd wat je allemaal herkent van mijn verhalen en of het mooie herinneringen terug brent. Groet, Jeroen