Ik schrik om half zes wakker omdat er vlak naast mijn tent iemand bezig is. Ik verwacht Maurits en wil al beginnen te schelden, maar het blijkt iemand van het personeel. “Feeding the donkey”, zegt hij. Ik vind het nogal absurd om dat om half zes naast mijn tent te doen, tot ik zie dat er een kachel wordt aangestoken: een donkey boiler is het houtgestookte systeem dat het water voor de douches verwarmt. Al vraag ik me af wie in dit klimaat een warme douche nodig heeft.
Ik ben in elk geval op tijd wakker voor de zonsopkomst, die de Spitzkoppe opnieuw rood zet. Mijn tent uitkomen, in alle rust koffie maken en naar het eerste licht kijken: voor mij het beste moment van de dag.
We willen vroeg weg om de hitte voor te zijn, maar we moeten ook boodschappen doen voor twee dagen. Gisteren waren we lui en dat blijkt nu onhandig: het winkeltje gaat open wanneer ze er zin in hebben, en dat is niet wanneer wij iets nodig hebben. In het dorp vinden we nog twee kleine winkels. Het assortiment betekent de komende dagen witte bonen in tomatensaus en blikken chakalaka.

Fietseuforie
Het wordt de beste fietsdag tot nu toe. De gravelweg ligt goed, de wind staat in de rug, er rijdt een handvol auto’s, de vliegen houden zich in en het is niet te heet. Maurits begint te zingen op de fiets. Ik ben vooral de fotograaf die elke kilometer omkijkt om het massief nog een keer vast te leggen.
We fietsen door een licht glooiend gebied, omhoog en weer omlaag, nergens steil. Wat opvalt: er zijn geen hekken. Buiten de nationale parken en de conservancies is land hier niet standaard omheind. En nergens zwerfafval.

Op weg naar Brandberg
We delen ook deze etappe op en slapen halverwege in de bush, dus de fietsen zijn weer beladen met tien liter extra water.
Onderweg hopen we eindelijk weer dieren te zien. Sinds Walvisbaai lijkt het uitgestorven; de dierentuin waar we ons in waanden bestaat hier niet. We spreken een lokale boer. Hij legt uit dat wild hier zeldzaam is: het land is te droog en te arm om veel dieren te dragen, en buiten de beschermde gebieden wordt er gejaagd. De mensen hier houden geiten op het schrale land.
Als ze bushmeat kunnen vangen of schieten, dan doen ze dat.

Slapen in de rivierbedding
We maken kamp onder grote bomen in een droge rivierbedding. Er lijkt in de verste omtrek niemand te zijn, maar dat is schijn. Even later komt er iemand aangelopen in een volledig uniform, met “wildlife conservation” op zijn hoed. Hij is verrast ons te zien en verontschuldigt zich voor het verstoren van onze privacy. Het contrast is groot: wij in korte broek en bezweet, hij strak in het pak.
Met die hoed lijkt hij de juiste man voor onze vraag: kunnen we hier dieren verwachten? Zijn antwoord is ontnuchterend.
Er wordt hier veel gejaagd en gestroopt. Voor wilde dieren moeten we verder naar het noorden.
Waar hij vandaan komt is ons een raadsel, waar hij naartoe gaat ook. Hij loopt zijn ronde, zegt hij, en verdwijnt tussen de bomen.
Foto’s uit dit verhaal
Meer foto’s uit Namibië ›




Waar deze dag ligt
Fietsreis door zuidelijk Afrika, nu in Namibië. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›
‹ Vorige aflevering16. Slapen tussen de rotsen van Spitzkoppe
Volgende aflevering ›18. Chakalaka naar Brandberg: ongelijkheid langs de wegSpring naar een andere aflevering
- 14. Langs de koele Atlantische kust naar Henties Bay
- 15. Van Henties Bay naar Spitzkoppe: wind mee over het plateau
- 16. Slapen tussen de rotsen van Spitzkoppe
- 17. Van Spitzkoppe naar Brandberg: de beste fietsdag tot nu toe
- 18. Chakalaka naar Brandberg: ongelijkheid langs de weg
- 19. Op zoek naar olifanten bij de Brandberg
- 20. Door het zand naar Madisa Camp
- Alle 68 afleveringen ›
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.