We verwarren de vertrektijd van de trein met de openingstijd van het loket en staan te vroeg op het station, waar eerst geweigerd wordt ons kaartjes voor de trein van 12.05 uur te verkopen. Pas als we geen aanstalten maken te vertrekken, kan het ineens wel. We betalen 12.000 dong (ca. €0,60) per kaartje voor de slow train, laagste klasse: houten banken en tralies voor de ramen, waarschijnlijk tegen zwartrijders die door de ramen klimmen. We rijden over een gietijzeren brug de brede Red River over, die in China ontspringt en zo veel sediment uit de Himalaya meevoert dat het water roodbruin is. De delta is een van de dichtstbevolkte landbouwgebieden van het land. Slow is hier ook echt slow: met hooguit twintig kilometer per uur sukkelen we door een aaneengesloten stedelijk gebied, met stops bij vrijwel elk huis.
Het spoor loopt vlak langs de voordeuren, dwars door winkelstraten, want Vietnam is één lange openluchtmarkt.
De “foreigner security”
Buiten het station in Haiphong word je meteen aangeklampt door een man op een scooter die zich voordoet als “foreigner security”, compleet met een pasje. Het is een truc om commissie te vangen van een hotel, of om je een onnodige taxi aan te praten via een grote omweg. We sturen hem weg, eerst vriendelijk, dan minder vriendelijk. In het hotel praten ze ons aan dat we snel kaartjes voor de boot van morgen moeten kopen, want de loketten sluiten en de boten zitten vol. We lopen langs de kade, vergelijken de loketten en grappen over de prijzen, tot een verkoper ons het beste compliment geeft dat je in Vietnam kunt krijgen: you are intelligent. We kopen kaartjes voor de boot van 6.20 uur voor 65.000 dong (ca. €3,25) per stuk.
Verder in de serie
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.