De dagen op Cat Ba lijken op elkaar, en dat is de bedoeling: wakker worden in een bed met uitzicht op honderden bootjes, fruit en broodjes kopen en de dag op het strand doorbrengen. We liggen in de schaduw, want de zon is fel en Floor verbrandt zelfs daar. Het water is kalm en warm, en ik zwem voor het eerst in maanden weer echte afstanden; langs de vloedlijn komen krabbetjes uit hun holletjes, en op een strook van driehonderd meter liggen vier mensen. Bij ons vaste restaurant kost de Tiger Beer na een knipoog weer 10.000 in plaats van 15.000 dong, en de eigenares noemt me een funny guy.
De groep komt eerder
Aan het eten zien we een oranje rugzak voorbijkomen op een klein meisje: Phil, Yan en Jennifer zijn eerder dan verwacht uit Hanoi gekomen, nadat ze hun visum hadden verlengd. Ik krijg meteen een scooter aangeboden om ze achterna te gaan en haal ze in voor ze een ander hotel in lopen.
Voor we het weten zitten we weer met z’n vijven, en het plan voor een eigen boot is geboren.
Floor en ik huren een motor voor USD 5 om het eiland te verkennen, ter grootte van Texel, met twee wegen en nauwelijks verkeer, langs mangroven en visfarms die de tyfoon flink heeft toegetakeld. Met de hoteleigenaar, een oud-visser, bespreken we het huren van zijn houten vissersboot met kapitein en kok voor twee nachten. Twee Duitsers, Carmen en Daniël, in een moordend tempo van Bangkok via Cambodja hierheen gereisd, sluiten aan, waardoor de totaalprijs op USD 160 komt, zo’n USD 23 per persoon, veel goedkoper en relaxter dan een georganiseerde tocht. In het restaurant staat een fles met een cobra waarvan de kop dertig centimeter dik is; we wisten niet dat ze zo groot werden.
Verder in de serie
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.