Na een laatste roti pisang bij onze vaste Indiër rijden we via Temerloh en Jerantut naar de Taman Negara. Het eerste stuk is prachtig, over bergen die nog met primaire jungle zijn begroeid, tot in Genting Highlands net het grootste hotel ter wereld is geopend, ruim zesduizend kamers bovenop een bestaand pretpark. Daarna is het weer palmolie tot de horizon, en dat Europa die olie als biodiesel “schoon” noemt, is wrang als je ziet dat er jungle voor wijkt. In Jerantut missen we de bus naar Kuala Tahan, dus nemen we noodgedwongen de boot, en belanden zo precies waar we niet willen zijn: tussen een toergroep.
Elke liter biodiesel komt hier neer op een stuk gekapte jungle, en Nederland is na China de grootste afnemer.
Een verlaten huisje in de jungle
De drie uur over de junglerivier zijn mooi, met apen in de bomen, een handvol felblauwe ijsvogels en zelfs twee waterbuffels die bovenkomen na het grazen op de bodem, maar tussen alle blanken voelt het te toeristisch. Aan de aanlegplaats staat iemand van een resort ons op te wachten met het idee dat we eerst gezellig een drankje doen, tassen maar op de boot laten; we pakken onze spullen en verdwijnen. Het guesthouse van vorig jaar zit vol, en juist daardoor komen we uit bij een verlaten guesthouse in de jungle, waar we elk een bamboe bungalow met veranda en koude douche krijgen voor 25 RM (ca. €5,50). We eten aan een drijvend restaurant zonder andere blanken, uitkijkend over het water en de groene jungle.
In deze serie: Terug door Zuidoost-Azië
- 15. In Malacca klitten de toeristen samen
- 16. Malacca van de achterkant
- 17. Van Kuala Lumpur de jungle in
- 18. Rustdag op een stijgende rivier
- 19. Een nacht in de jungle
Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.
Laat een reactie achter ›Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.