Home AziëMongoliëMongolië: het lege land tussen Rusland en China

Mongolië: het lege land tussen Rusland en China

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:
DelenWhatsAppE-mailFacebook

Mongolië ligt ingeklemd tussen twee buren en heeft verder niets. Geen zee, geen derde grens. In het noorden Rusland, in het zuiden China, en daartussen ruim anderhalf miljoen vierkante kilometer steppe, woestijn en berg. Dat is achttien keer Nederland, bewoond door ongeveer 3,5 miljoen mensen. Daarmee is Mongolië het dunst bevolkte soevereine land ter wereld. Wie door de steppe rijdt, merkt dat onmiddellijk: uren achtereen geen dorp, geen hek, geen bord.

Mongoolse herder te paard drijft een kudde over de steppe

Wie er woont

De bevolking is etnisch opvallend homogeen. Ongeveer 96 procent is Mongool, met de Khalkh als veruit grootste groep. In het uiterste westen, rond de provincie Bayan-Ölgii, wonen Kazachen: een moslimminderheid van zo’n vier procent die een eigen taal spreekt en bekendstaat om de jacht met steenarenden. De voertaal is Mongools, sinds de Sovjettijd geschreven in het cyrillische alfabet en niet in het oude verticale Mongoolse schrift, dat nu vooral op kalligrafie en logo’s overleeft.

De helft van alle Mongolen woont in de hoofdstad, Ulaanbaatar. De rest verdeelt zich over provinciesteden en het platteland, waar de nomadische veehouderij nog altijd het bestaan bepaalt. Die tweedeling tussen een groeiende, vervuilde hoofdstad en een vrijwel leeg achterland is het eerste wat een reiziger door krijgt.

Sovjet-betonflats en gerwijken aan de rand van Ulaanbaatar

Geloof, geschiedenis en mijnbouw

Religieus overheerst het Tibetaans boeddhisme, dat ruwweg de helft van de bevolking aanhangt. Daarnaast leeft het oudere sjamanisme door, vaak naast het boeddhisme in plaats van ertegenover. Door zeventig jaar communisme noemt een groot deel van de Mongolen zich tegenwoordig niet-gelovig.

De geschiedenis reikt verder dan het land nu doet vermoeden. In de dertiende eeuw bouwde Chinggis Khan vanuit deze steppe het grootste aaneengesloten landrijk dat ooit heeft bestaan. Daarna volgden eeuwen van verval, twee eeuwen Chinese overheersing onder de Qing-dynastie, en vanaf 1924 een bestaan als tweede communistische staat ter wereld, stevig in de greep van Moskou. Sinds een vreedzame omwenteling in 1990 is Mongolië een parlementaire democratie met een markteconomie.

Die economie draait inmiddels grotendeels op wat er onder de grond zit. Mijnbouw is goed voor ongeveer een kwart van het bruto binnenlands product en het leeuwendeel van de export: koper uit Oyu Tolgoi en Erdenet, steenkool uit Tavan Tolgoi, richting China. De opbrengsten hebben de hoofdstad veranderd en het land rijker maar ook ongelijker gemaakt.

Wat het land voor de reiziger is

Voor de reiziger is Mongolië vooral ruimte. De aantrekkingskracht zit niet in monumenten maar in de leegte zelf, in een landschap zonder afrastering waar kuddes en gers de enige schaalverdeling vormen. Daar komt de nomadische gastvrijheid bij: wie langs een ger rijdt, wordt binnengevraagd voor thee, of hij nu wil of niet. Het is geen comfortabel reisland. De afstanden zijn groot, de wegen slecht en het seizoen kort. Maar weinig plekken geven zo sterk het gevoel dat de mens hier de uitzondering is en niet de regel.

Wie van een heuvel afkijkt, ziet eerder een roofvogel dan een gebouw.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Zelf deze route gereden, of plannen in die richting? Ik lees en beantwoord alles.

Laat een reactie achter ›

Mooi verhaal? ☕ Trakteer me op een koffie.

DelenWhatsAppE-mailFacebook

Laat een bericht achter


Meer inspiratie