Op de fiets langs de Zwarte Zee: van Istanbul naar Alaplı

Published: Updated: 0 comments

We verlaten Istanbul zoals we het binnenkwamen, over het water. Vanaf de kade nemen we de Bosporus-boot naar Anadolu Kavağı op de Aziatische oever, vijftien lira en de fietsen zonder probleem mee. Het is een drukke toeristentour, maar voor ons is het de aanloop naar het echte werk. We eten eerst verse vis, en dan wijst de man van het restaurant ons de weg naar Şile. Was het maar zo simpel: meteen buiten het dorp wacht een helling van zeventien procent, en geen van de plaatsnamen op de borden staat op onze kaart.

De plaatsnamen op de borden komen op geen van onze kaarten voor.

Bij de eerste afslag besluiten we, omdat we geen idee hebben waar we zijn, maar rechtdoor naar Riva te rijden. Aan zee blijkt dat we hemelsbreed hooguit tien kilometer hebben afgelegd. Geen ramp: het is een mooie plek met een camping, zicht op zee voor vijfentwintig lira, en buren die twee Tsjechen uit Praag blijken, hier voor een bruiloft. Het is een kleine wereld, want ze kennen precies de streek rond Boží Dar waar wij vrienden hebben.

Zonder thee zitten kan niet

De volgende dagen worden bepaald door één ritueel. In het eerste dorp na Riva worden we meteen aan een tafel met vriendelijke mannen uitgenodigd. Geen vrouw te bekennen, maar dat Floor een vrouw is lijkt niet uit te maken; ook haar hand wordt geschud. We krijgen çay en moeten meedelen in brood, kaas, olijven en honing. Een gesprek lukt nauwelijks, tot iemand met moeite wat Duits ophoest.

Zonder thee zitten kan in Turkije eenvoudigweg niet.

Op een picknickplaats schuift Temel aan, die economie studeerde in Azerbeidzjan. De Turkse economie staat er slecht voor, vertelt hij, en veel mensen zijn niet blij met de islamitische partij aan de macht. Hij wil ons met de auto naar Şile brengen, wat nu juist tegen het idee van fietsen indruist. Het landschap is intens groen en doet verdacht veel aan Maleisië denken, met varens, loofbos en honderden vlinders over het asfalt. Minder fraai is de aanleg van een grote pijpleiding, vermoedelijk voor olie uit de Kaukasus, die het landschap volledig openrijt.

Het geld moet ergens vandaan komen, maar het landschap betaalt de rekening.

In Ağva, mooi gelegen tussen twee rivieren, lassen we een rustdag in. Op de camping is een twaalfjarige jongen uit Afghanistan onder de hoede van vader en zoon genomen; vol trots laat hij zijn boomhut zien, die zijn slaapkamer is. Aan een terras aan de natuurlijke haven begrijp ik hoe het hier werkt: bestel je iets, dan komt de thee uit het ene tentje, het eten uit het tweede, de drank uit een derde, en de hele dag gaan er theeglaasjes door de straten.

Niemand weet precies wie bij wie hoort, maar de theeglaasjes vinden altijd hun weg.

De kapper en het krediet

In Kandıra, na de rustige dorpen, belanden we in een buzz van bedrijvigheid. In een lokantası, waar je als bij een buffet kiest uit klaargemaakte gerechten, eten we rijst, bonen, gevulde paprika en gebakken aubergine. Tegenover het theeterras zit een kapper, en het is tijd voor de kapper. Na een uur wachten krijg ik een behandeling van drie kwartier: tondeuse, knippen, föhnen, wassen, scheren, oorharen verwijderen met brandende watten, en een gezicht vol geurend spul.

Ik kom eruit als een glimmende, hippe Turk. Dat treft, want we zijn in Turkije.

Op de camping van Kefken nodigen twee vrouwen die er een winkeltje runnen ons uit voor de thee, leren ons een eindeloos ingewikkelde Turkse variant van Rummikub en zetten köfte van de barbecue voor met patat, salade, meloen en veel brood. Er is even discussie of we wel mogen betalen. De volgende dag, bij de supermarkt, worden we in het Nederlands aangesproken: Naziye, wier dochter met een Amsterdammer is getrouwd, vertelt dat een gemiddeld Turks inkomen rond de zevenhonderd euro per maand ligt en dat er vooral op krediet wordt geleefd. Zelfs een koffie bij Starbucks krijg je op afbetaling.

De gevaarlijkste weg

Navigeren blijft een opgave. Het land wordt in hoog tempo volgebouwd; de hoofdwegen zijn druk en snel, terwijl de rustige binnenwegen waar je als fietser op uit bent moeilijk te vinden zijn. Door veel te vragen en steeds hetzelfde antwoord te krijgen, komen we op stille landbouwwegen waar midden op het asfalt een schildpad oversteekt.

Een schildpad steekt de weg over, het traagste reisgezelschap dat denkbaar is.

Tussen Akçakoca en Alaplı volgt de slechtste weg tot nu toe. Ooit een prachtige kustweg, nu vol zware vrachtwagens, met drie projecten tegelijk: de pijpleiding gaat door tunnels, de weg wordt verbreed en de kust wordt met beton verstevigd. We rijden waar mogelijk over de gravelstrook ernaast. De Turken vinden fietsers geweldig en toeteren enthousiast, wat op een rustige weg leuk is, maar hier laat elke vrachtwagenclaxon ons opschrikken. Levend en wel bereiken we Alaplı, net op tijd voor het laatste half uur van de WK-kwartfinale, waarin Oranje met 2–1 van Brazilië wint.

Praktische informatie

Navigeren langs de kust: De borden komen vaak niet overeen met de kaart, en bij splitsingen ontbreken wegwijzers. Vraag veel en vaak de weg; je krijgt doorgaans hetzelfde antwoord. Houd er rekening mee dat de hoofdwegen breed, druk en snel zijn, terwijl de mooie route over de kleine binnenwegen loopt.

Verkeer: Het stuk tussen Akçakoca en Alaplı is door wegwerkzaamheden en zwaar vrachtverkeer berucht; fietsers wijken uit naar de gravelstrook. Plan zware kuststukken zo mogelijk buiten de spits.

Kamperen en gastvrijheid: Langs de kust liggen volop campings, vol met Turkse vakantiegangers en grotendeels gesloten buiten de zomer. Reken op voortdurende uitnodigingen voor thee en eten; een uitnodiging aannemen kost makkelijk een ochtend.

Eten: De lokantası, waar je uit klaargemaakte gerechten kiest, is goedkoop en gevarieerd. Je krijgt doorgaans één totaalbedrag, met brood, water en de thee van de eigenaar inbegrepen.

Let op: prijzen in dit verhaal zijn van 2010 en achterhaald door de inflatie; reken in euro’s.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie