
Ik wil vandaag kilometers maken. Iran is het doel en ik wil er snel zijn, dus ik leg mezelf een lange dag op, ook al ben ik nog moe van gisteren. Het worden er ruim honderdveertig, mijn grootste dag tot nu toe.
De ochtend begint langs het Sevanmeer. Een visser vaart in een groene boot het stille water op, aan de overkant liggen besneeuwde bergen, en aan de oever bloeien witte struiken tussen het riet. Wat me bijblijft is het geluid: overal vogels.
Daarna de hoogvlakte op. Langs de veldwegen staan oude auto’s weg te roesten, een hele rij half-ingegraven cabines, oranje, blauw, geel, als erfafscheiding of als dump. Bij een bron stop ik voor water. Dat doe ik altijd bij zulke punten, net als de mensen hier, want drinkwater hoef je in Armenië nooit te kopen. Er ligt een zwerfhond, en ik geef hem te drinken.
Daarna loopt hij urenlang met me mee.

Een hond die niet meer weggaat
Armenië zit vol zwerfhonden, en deze heeft besloten dat hij bij mij hoort. Dat heeft een keerzijde. Hij wil me beschermen, en elke andere hond langs de weg ziet de vreemde indringer en komt blaffend op ons af. Ik krijg er dus honden bij in plaats van minder. Pas in een lange afdaling, waar ik eindelijk tempo kan maken, raak ik hem kwijt. Het voelt een beetje als verraad, maar een hond meenemen naar Iran is geen plan: hoe kom je er samen een grens mee over?

Over de pas en de karavanserai
Hoger op kom ik bij de Vardenyats-pas, ruim tweeduizend meter hoog. Net erover staat de Orbelian-karavanserai, een laag stenen gebouw uit de veertiende eeuw waar ooit karavanen op de zijderoute schuilden voor de nacht. Ik stap af en kijk er rond. Op de pas staat een man met een oude blauwe Lada als rijdende winkel: potten honing, flessen zelfgestookte oghi, kettingen en koelkastmagneten op een plank, een kist sinaasappels. We raken aan de praat en ik maak een portret van hem. Even verderop vraag ik een ouder echtpaar of ik ze mag fotograferen, bij een beschilderd stenen schrijntje. Ze vinden het een eer.
Dan begint de afdaling. Haarspeldbocht na haarspeldbocht door grijsrode, kale bergen, met een wegdek vol gaten waardoor ik de remmen ingedrukt moet houden. Beneden ligt Vayots Dzor, droger en ruiger dan het noorden, de bergen worden roder en hoger.
Aan het eind van de dag stop ik bij een winkeltje voor wat biertjes en eten. Met eten op zak kan ik zelf een slaapplek zoeken. Ik vind er een uit het zicht, met uitzicht over het dal, en zet de tent op. Op het kooktoestel maak ik pasta met tonijn, mijn vaste maaltijd. Ik ben kapot van de pas en de kilometers. Boven de rotsrand komt de maan op.
Foto’s uit Armenië
Meer foto’s uit Armenië ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.

