
Ik verlaat mijn kampplek bij Sisian en begin meteen weer te klimmen. Vandaag rijd ik langs Goris en in de buurt van Tatev, met zijn middeleeuwse klooster hoog boven de Vorotan-kloof, plekken die ik vier jaar geleden uitgebreid heb gezien toen ik hier met een Lada Niva rondreed. Nu heb ik haast, ik wil zo snel mogelijk in Iran zijn, dus ik laat ze links liggen. Op de fiets leeft het landschap trouwens veel meer dan vanachter een autoruit: ik voel, zie, ruik en hoor alles waar ik toen langs zoefde.

Voorbij de klimaatgrens
Na de eerste klim gebeurt er iets goeds. Ik passeer een soort klimaatgrens: de kille wolken en de mist van de afgelopen dagen blijven achter me, en het wordt snel warmer. De jas kan uit, voor het eerst rijd ik zonder lange mouwen. De lucht is blauw, de zon schijnt, en het fietsen wordt ineens een stuk leuker.
En het landschap is indrukwekkend, het ruigste tot nu toe. Ik daal af in de kloven van Syunik, diepe groene ravijnen met rotspilaren en dorpen die tegen de wanden hangen, huizen met rode daken die langs de helling naar beneden lopen. Langs de weg staat een man over de open motorkap van zijn oude Sovjet-auto gebogen, met een doek en wat gereedschap. We maken een kort praatje met een handvol woorden, maar vriendelijkheid en gebaren zijn universeel. Net als de Lada wordt zo’n auto hier in leven gehouden zolang het maar kan.

Zonder eten door de kloof
Toch maak ik vandaag een domme fout. Ik heb te lang gewacht met eten kopen.
Kilometers lang is er niets te krijgen, geen winkel, geen kraam, niets.
Het wordt erger doordat ik hier dicht langs de grens met Azerbeidzjan rijd, waar door de nooit beslechte oorlog om Nagorno-Karabach nog altijd mijnen liggen. Zomaar een veld in lopen om te kamperen is geen optie. Dus moet ik door, veel langer dan ik wil, met een lege maag en bijna lege flessen. Ik ben uitgeput, en het laatste stuk fiets ik vooral op de hoop dat er snel een winkel komt.
Pas in Artsvanik vind ik er een. Ik koop eten en drinken, en kort daarna zet ik de tent op aan de oever van het Artsvanik-reservoir. Na zo’n dag ziet het meer er des te mooier uit, en ik geniet er dubbel van dat ik na de honger toch nog aan het water lig. Het is een wijze les: zorg dat je nooit tekort komt. Ik ben kapot, maar ik heb gegeten en ik kamp aan het water.
Foto’s uit Armenië
Meer foto’s uit Armenië ›




Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Nieuwe verhalen in je mail
Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.
Waardeer je dit blog?
Een kleine bijdrage helpt om de verhalen te blijven schrijven.

