De grens over naar een rijker land

Published: Updated: 0 comments

Met een motor met zijspan rijden we naar het busstation, en met een overvolle jumbo naar de grens, vijftig kilometer verderop. De overgang is een eitje: het is een plek waar iedereen zomaar overheen loopt, en we moeten zelfs vragen waar we onze verplichte stempel halen. Voor Thailand hebben we geen visum nodig, en dertig dagen verlengen is simpel: je gaat een uurtje naar Maleisië en je krijgt er bij terugkeer dertig bij.

We moeten zelf vragen waar je een stempel haalt, anders sta je zo in Thailand.

Een ander soort land

Meteen voelt het anders. De jumbo’s zijn van betere kwaliteit dan in Laos, het vervoer is goedkoper, er rijden dure auto’s over nieuw asfalt, en langs de weg is volop bedrijvigheid: dit is het eerste land sinds het begin van de reis dat niet communistisch is of is geweest. In Ubon Ratchathani komt er meteen baht uit de pinautomaat, voor het eerst in tijden, en we trekken het maximum van 15.000 baht (ca. €300). We kunnen weer van alles kopen: scheermesjes, deodorant, zonnebrand. ’s Avonds worden we bijna gegrepen door een hond met rabiës, wat goed afloopt. De stad zelf heeft weinig te bieden; we liggen vroeg op bed en horen militairen door de straten marcheren.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie