Trabzon is de grootste stad aan de oostelijke Zwarte Zee-kust van Turkije, met ruim driehonderdduizend inwoners. De stad ligt op een helling die direct uit zee oprijst, in een vochtig, groen klimaat dat sterk afwijkt van het droge binnenland. In de bergen ten zuiden van de stad ligt het Sümela-klooster, tegen een steile rotswand.
Een havenstad voorbij haar bloei
Trabzon, in de oudheid en de middeleeuwen bekend als Trebizonde, was eeuwenlang een belangrijke havenstad aan de oostelijke uitloper van de zijderoute. Het was de hoofdstad van het keizerrijk Trebizonde, een Byzantijns nastaatje dat na de val van Constantinopel in 1204 ontstond en pas in 1461 door de Ottomanen werd veroverd. Uit die periode resteert onder meer de Hagia Sophia van Trabzon, een Byzantijnse kerk met fresco’s, later moskee en museum.
De glorie van de havenstad is voorbij. Wat rest is een drukke, functionele provinciestad met een centraal plein, de Atatürk Alanı, als ankerpunt. De omgeving leeft van thee, hazelnoten en visserij. In de zomer trekt Trabzon bezoek uit de Arabische wereld, aangetrokken door het koele, groene klimaat dat zo verschilt van het Midden-Oosten.
Het klooster aan de rotswand
Het Sümela-klooster ligt ongeveer vijftig kilometer ten zuiden van Trabzon, in het Pontisch gebergte. Het is een Grieks-orthodox klooster, gesticht volgens de overlevering in de vierde eeuw, en gebouwd tegen een vrijwel verticale rotswand op enkele honderden meters boven het dal. De ligging is spectaculair: het gebouwencomplex lijkt aan de berg vastgeklemd, vaak half in de mist die in dit natte klimaat veel voorkomt.
Het klooster werd in 1923 verlaten, tijdens de bevolkingsuitwisseling tussen Griekenland en Turkije, waarbij de orthodoxe Griekse bevolking van de regio naar Griekenland vertrok. Sindsdien is het een onbewoond monument, een kerk zonder priester. De fresco’s in de rotskapel zijn deels beschadigd, maar nog herkenbaar. Het klooster is een populaire bestemming en kan in het hoogseizoen druk zijn; de toegang wordt periodiek beperkt vanwege restauratie en steenval.
Het natte noordoosten
Trabzon en omgeving behoren tot de natste streken van Turkije. De hellingen zijn dichtbegroeid en groen, doorsneden met theevelden die tot hoog tegen de bergen oplopen. Het is een ander Turkije dan dat van de droge zuidkust en het binnenland: koeler, regenachtiger en uitgesproken in zijn eigen regionale cultuur.
Het klooster klemt zich vast aan een rotswand in de mist, leeg sinds de Grieken vertrokken: een kerk zonder priester boven een dal vol thee.