In de bus naar Trabzon raken we aan de praat met een jonge leraar Engels, die gaandeweg een fanatiek moslim blijkt: hij praat alleen over het verleden en over wie er schuldig zijn, en liever over dood en ellende dan over iets vrolijks. Verderop zit een Koerdische familie van een man of tien, de moeder geheel in het zwart, de dochters in spijkerbroek en Nikes maar met gesluierd gezicht zodra de vader in de buurt is. Pas in Trabzon durft de vader te vragen waar we vandaan komen, en als we Nederland zeggen, laat hij trots foto’s zien van de Nederlandse vlag en van Arjen Robben. De rit duurt geen acht maar negen en een half uur, driehonderdtwintig kilometer over een zesbaans snelweg langs lelijke betonnen stadjes.
We rijden in de regen Trabzon binnen, een subtropische kust waar het water met bakken uit de hemel komt.
Een havenstad voorbij haar glorie
Na een eerste, stinkende kamer vinden we een koele, rustige kamer bij de christelijke kerk, een oase in deze stad. Trabzon had ooit een reputatie zo groot als die van Istanbul; die tijd is voorbij, en wat rest is een havenstad vol vervallen beton. Toch zijn er twee autovrije winkelstraten die zo in een Nederlandse stad zouden passen. De mensen zijn hier lichter van kleur, met tussen hen blonde Turken, een erfenis van de menging met Russen, en veel jonge vrouwen dragen geen hoofddoek of een met een vrolijke kleur.
Af en toe loopt er een vrouw in een geheel zwarte nikaab, één keer zelfs met handschoenen en bedekte ogen. Wat opvalt, is hoe de Turken zelf reageren.
Wat vooral opvalt, is hoe onvriendelijk de Turken zelf naar de volledige sluier kijken.
Voor veel Turken aan de Zwarte Zee staat de hoofddoek eerder voor de ongelijkheid van de vrouw, en van extremisme moeten ze niets hebben; het zouden vooral Irakezen en Arabieren zijn die er zo bij lopen. Voor drie lira bezoeken we de Aya Sofya, kleiner dan die in Istanbul maar met dezelfde architectuur en fresco’s.
Een kerk zonder priester
Om tien uur vertrekt de goedkoopste bus naar Sümela, vijf lira. Eerst rijden we langs afgravingen en cementfabrieken, daarna wordt de weg spectaculair: in Maçka draaien we de Altındere-vallei in, die zo smal wordt dat het meer een kloof is dan een vallei. We schrikken van een zevental touringcars die de smalle weg blokkeren. Over gladde trappen lopen we naar het klooster, dat op twaalfhonderd meter tegen de rotswand hangt, grotendeels uit de dertiende en veertiende eeuw en wegens restauratie deels gesloten. De fresco’s zijn mooi, maar het grootste deel is gevandaliseerd of gestolen, en zelfs nu krassen mensen nog in de afbeeldingen.
Een plek als dit zou je in stilte moeten beleven, maar de toergroepen laten dat niet toe.
Terug in Trabzon praat ik urenlang met de vrijwilliger van de katholieke kerk, drieëntwintig en buiten de zomer student Civiele Techniek. De kerk functioneert niet meer, vertelt hij: de priester werd een paar jaar geleden vermoord, de bisschop pas zes weken eerder. Christenen hebben in Turkije geen gemakkelijk leven. Hij zou graag in Nederland studeren maar krijgt geen visum, en men stelt hem bij de aanvraag zelfs vreemde vragen. Voor volgend jaar heeft hij Sint-Petersburg gepland, want voor Rusland hebben Turken geen visum nodig. Ik leg uit dat Russen heel anders zijn dan Turken: geen spontane gastvrijheid, geen vreemde die je zomaar een kopje thee aanbiedt. Voor hem zal dat een schok zijn.
Door de theevelden de mist in
Vanaf de otogar nemen we de bus naar Pazar. Langs de kust richting Rize wordt het natter en groener, en de hazelnoten maken plaats voor de beroemde Turkse çay: overal tussen zeeniveau en zeshonderd meter staan de theestruiken, goed voor bijna een miljoen ton per jaar, die de Turken vrijwel helemaal zelf opdrinken. Vanaf Rize begint het flink te regenen; we zijn in het natste gebied van Turkije beland.
Alle wolken van de Zwarte Zee komen hier als regen naar beneden.
In Pazar stappen we in een dolmuş die ons de Kaçkar Dağları in brengt, hier de Hemşin-vallei genoemd. Hoe dieper we de Fırtına-vallei in rijden, hoe sneller het water stroomt. Ayder komt als een anticlimax: een drukke toeristenplaats met te veel hotels, gepropt in een smalle vallei met een stuk of zeven watervallen, vol Turkse vakantiegangers en vrijwel zonder andere toeristen. Door de dichte mist zien we weinig van de bergen om ons heen.
De volgende ochtend gaat om zes uur de wekker; we willen om zeven uur lopen om de meute voor te zijn. Het regent hard. Vanaf Ayder, op dertienhonderdvijftig meter, lopen we door dennenbossen omhoog naar Yukarı Kavrun op tweeëntwintighonderd meter, langs weiden vol bloemen, koeien en watervallen, met de toppen verborgen achter de wolken. Een Turkse familie heeft thee gezet op een kampvuur; twee glaasjes zijn verplicht. Het landschap is mysterieus mooi door de mist, maar de echte toppen, gletsjers en sneeuwvelden van de Kaçkar, met de hoogste top op bijna vierduizend meter, blijven onzichtbaar.
Terwijl wij in de bergen lopen, beginnen ze in het hotel onze deur open te breken.
Terug bij het hotel om half elf blijkt er lichte paniek: omdat we vroeg waren vertrokken, wist niemand waar we waren, en men was net begonnen de deur open te breken. Even later horen we dat de tunnel onder de gletsjer tijdens onze wandeling is ingestort en het hele ijsmassief een paar meter naar beneden is geschoven. Dat hebben we net gemist. Hiermee sluiten we Turkije af; vanaf het uiterste oosten is het nog maar een klein uur naar Batumi, over de grens met Georgië.
Praktische informatie
Bus naar Trabzon: De kustbus is lang; reken op negen uur of meer voor de westkant, mede doordat de bus iedereen vlak bij huis afzet. Trabzon heeft veel hotels die als bordeel fungeren; het gastenhuis bij de kerk is een rustig alternatief.
Sümela-klooster: Neem de eerste, goedkope bus (vanuit Trabzon) en ga vroeg, want toergroepen domineren het beeld. Het klooster is wegens restauratie periodiek deels gesloten en de toegang wordt soms beperkt vanwege steenval; controleer dat vooraf.
Theeregio en Ayder: Vanaf Rize rijden dolmuş-busjes de bergen in. Ayder is in de zomer druk en vol; het is vooral een uitvalsbasis voor wandelingen het Kaçkar-gebergte in.
Wandelen in de Kaçkar: Ga vroeg, neem regenkleding mee en reken op mist; uitzichten zijn niet gegarandeerd. Een gids wordt aangeboden maar is voor de lagere routes niet nodig. De zomermaanden zijn het enige goede wandelseizoen.
Let op: prijzen in dit verhaal zijn van 2010 en achterhaald; reken in euro’s.