Om zes uur gaat de wekker; we willen om zeven uur lopen om de meute voor te zijn. Het regent hard, want al dat water van de watervallen moet ergens vandaan komen. Iedereen in het volle hotel slaapt nog als wij vertrekken met brood, chocopasta en Nescafé. Ayder ligt op dertienhonderdvijftig meter, en door dichte dennenbossen lopen we gestaag omhoog, langs watervallen die van de steile wanden storten, tot een restant van een gletsjer waar de kolkende rivier onderdoor gaat.
We komen een Turkse familie tegen die thee heeft gezet op een kampvuur; twee glaasjes zijn verplicht. Op onze kaart laten we zien waar we heen willen, Yukarı Kavrun op tweeëntwintighonderd meter, en ze zijn verbaasd dat wij precies weten waar we zijn. We liften mee met een minibus vol Turken met een gids, tot de auto boven de boomgrens vastrijdt in de modder; dan gaan we te voet verder, anderhalf uur langs groene weiden vol bloemen, koeien en watervallen, met de toppen verborgen achter laaghangende wolken.
In Yukarı Kavrun biedt een gids zich aan voor honderd lira voor een wandeling van vijf uur, overdreven voor een tocht waarop je door de mist toch niets ziet. Na een matige lunch van muhlama, een fondue van kaas met roomboter, volgen we zelf een bergrivier omhoog. We komen de Turkse groep weer tegen, die het tempo van een kudde bejaarden aanhoudt en ons maar een stelletje geschiften vindt. Het landschap is mysterieus mooi door de mist, die elke minuut verandert; we zitten tegen de drieduizend meter, maar de echte toppen, gletsjers en sneeuwvelden van de Kaçkar, met Mt. Kaçkar als hoogste op bijna vierduizend, blijven onzichtbaar. Als de regen en de mist dichter worden, keren we terug en schuilen we in een met een houtkachel verwarmde hut.
Terwijl wij in de bergen lopen, beginnen ze in het hotel onze deur open te breken.
Op de terugweg, twaalf kilometer naar beneden, komen delen van de toppen vrij en zien we de woeste kammen en ijsvelden. Terug bij het hotel om half elf blijkt er lichte paniek: omdat we vroeg waren vertrokken, wist niemand waar we waren, en men dacht dat we waren vertrokken zonder de sleutel in te leveren. Zonder reservesleutel en inmiddels overtuigd dat we niet terugkwamen, waren ze net begonnen de deur open te breken. Even later, bij een echtpaar dat twee maanden per jaar op de berg een theehuisje runt, horen we dat de tunnel onder de gletsjer tijdens onze wandeling is ingestort en het hele ijsmassief een paar meter naar beneden is geschoven. Dat hebben we net gemist; het moet een mooi spektakel zijn geweest.