Zes dagen op de St Paul Trail, van Selge naar Eğirdir

Published: Updated: 0 comments

De St Paul Trail is het plan van Mette. Zij had graag de Lycian Way gelopen, tot die te druk werd, en heeft via een Nederlands bureau zes wandeldagen geboekt op de stillere route die vanaf de kust het Taurusgebergte in trekt, naar het meer van Eğirdir. De ene dag lopen we vanaf het pension naar een punt waar we worden opgehaald, de andere dag worden we weggebracht en lopen we terug of verder naar de volgende slaapplaats. De bagage gaat vooruit. Na haar val van deze zomer is dat verstandig. Ik geef toe dat het werkt, al zou ik liever lopen zonder al die transfers.

We beginnen aan de Köprüçay, in de kloof ten noordoosten van Antalya. Overdag drijft er een onafgebroken stroom rafts langs het pension, vol gillende dagjesmensen uit Antalya en Alanya, en jeeps stuiven over de smalle weg door de kloof. ’s Nachts is de rivier zo luid dat de oproep tot gebed er niet bovenuit komt. Wij komen voor het omgekeerde: stilte, en liefst de hele dag geen mens.

Een pad dat er soms is

Bij de ruïnes van Selge begint die stilte. Het theater ligt half ingestort tussen de dennen, en over de omgevallen zitrijen klimmen we als over een hindernisbaan. Daarna gaat het omhoog over verweerde treden die er Romeins uitzien, langs terrasakkers en een paar sobere boerderijen. Dan verandert het gesteente in conglomeraat, oude rivierkeien die aan elkaar zijn gekit en door regen en wind tot zuilen zijn uitgesleten. Ze staan met tientallen tussen de eiken. Adam Kayalar heten ze, mensenrotsen. Ik zie er geen mensen in, wel de voorraadkamer van Obelix.

Zo gaat het zes dagen lang, met telkens een ander gesteente. Na de zuilen bij Selge volgt een kloof waar we over keien en scherpe kalkrichels klauteren, met de rivier steeds aan onze linkerhand en oleanders van meters hoog langs het water. Thuis heb ik er twee in de tuin die al jaren niet hoger willen worden. Achter Kesme, de provincie Isparta in, lopen we over plateaus van kale kalk die de regen tot richels en spleten heeft uitgesleten, met daartussen jeneverbessen die hier bomen zijn. In de kommen waar klei is samengespoeld staan walnotenbomen, soms achter een laag muurtje. Bij Tota Yaylası, op zestienhonderd meter, staan langs de zandwegen oude zwarte dennen met dikke platen schors, scherp afgetekend tegen een lucht die de hele dag regen dreigt en hem pas op de laatste meters laat vallen. Kil is het overal. Begin oktober komt het op deze hoogte niet boven de tien graden, en Zuid-Turkije voelt als Noorwegen op een droge dag.

Een pad bestaat hier zolang er iemand met een verfpot langs is geweest.

De rood-witte strepen staan op rotsen en bomen, maar het pad zelf laat het geregeld afweten. Het verdwijnt onder struiken met weerhaakjes, waar we twee keer vast komen te zitten en met bloedstrepen op armen en benen weer uit komen. Op de plateaus zijn de duidelijke paden juist de verkeerde: die zijn van de herders en gaan ergens anders heen. Zonder de route op mijn horloge waren we hier niet doorgekomen.

Onderweg liggen de resten van wat hier eerder woonde. Bij Tota staan twee stenen bogen van een Byzantijnse kerk tussen de bomen, met losse stenen in het gras waar ik zonder moeite een heel dorp omheen zie. In Adada, een Pisidische stad die al in de tweede eeuw voor onze jaartelling wordt genoemd, is geen andere bezoeker. We lopen vrij tussen tempelmuren en zuilen en gaan zitten op de twintig stenen treden waar de burgers bijeenkwamen, een raadszaal zonder pluche. Ik vermoed dat die vergaderingen kort waren. Daarna loopt een Romeinse weg van grote, platgesleten blokken de kloof uit, recht op de minaret van Sağrak af. Het is niet moeilijk je Paulus hier met een knapzak voor te stellen.

In zes dagen komen we geen enkele andere wandelaar tegen.

Gastheren met een verfpot en een keukenraam

De trail hangt aan elkaar van mensen. Ons pension buiten Çaltepe is van Erdinç, de muhtar, een soort burgemeester van het dorp, die erbij was toen de route werd uitgezet en die zelf de strepen zet die wij de hele dag zoeken. Op zijn erf staan bij terugkomst twaalf elektrische fietsen van een Engelse groep die met vijf begeleiders door de streek slow biked, en personeel schept hun borden vol. Wij eten aan de tafel van Erdinç en zijn vrouw. Erdinç vraagt de gasten uit zulke groepen nooit wat ze vroeger voor werk deden, zegt hij: op de dikdoenerij die dan loskomt, heeft hij geen zin. Dat de markering een nieuwe pot verf verdient, hoeven we hem niet uit te leggen.

In Kasımlar is onze gastheer opnieuw de burgemeester, en zijn vrouw ontvangt ons met thee. ’s Avonds wordt er op het keukenraam geklopt: er schuift een raampje open, geld verdwijnt naar binnen, een gevulde plastic tas komt naar buiten. Na een paar keer snap ik het. Als ik zelf klop, verdwijnt haar lach. Midden in de keuken staan honderden blikken bier opgestapeld, maar na een lange blik haalt ze iets anders uit de koelkast: een blik malt, alcoholvrij. Het halve dorp haalt zijn bier uit deze keuken, alleen de gast uit Nederland niet. Bij het eten schep ik mijn bord twee keer vol, en daarmee is het goedgemaakt.

Het ontbijt staat op een ronde tafel in de televisiekamer, onder een blauw oog tegen de boze blik en een ingelijste Atatürk. Wij zitten met gekruiste benen op het tapijt, de gastvrouw schenkt in, geknield naast de tafel. Als ik zelf naar de theepot grijp, zie ik dat dat haar taak is. Na twee nachten begint het me op de zenuwen te werken: eten op hun tijd, met de televisie aan, terwijl het echtpaar toekijkt. Het is gastvrijheid en ze menen het, maar ik word er ongemakkelijk van.

Wolven en herders

Op de paden ligt wolvenpoep, en in de modder staan sporen waarvan ik niet kan zeggen of ze van een wolf of van een grote hond zijn. Tussen de jeneverbessen bij Adada lopen paarden die niemand meer komt ophalen, yılkı atları, nieuwsgierig en schichtig tegelijk. En op de graslanden van de laatste dag grazen grote kuddes schapen. Twee lichtbruine kangals stormen blaffend op ons af en zijn niet van plan te stoppen, tot een herdersechtpaar een eind verderop ze terugfluit. Merhaba. Teşekkürler.

Een paar kilometer verder gebaart een tweede herder dat we bij zijn tent moeten komen zitten. Terwijl zijn vrouw binnen thee zet, schuiven we aan als oude bekenden. Ze zijn ruim boven de zestig en wonen hier acht maanden per jaar met hun schapen, koeien en drie grote honden, die gaan liggen zodra ze doorhebben dat we geen kwaad willen. Met Google Translate praten we over hun leven, waar ze trots op zijn. Ik vraag naar de wolven. Die komen elke avond, zegt de man, ze lopen huilend om het kamp en grijpen soms een schaap bij de keel. Of ze zelf bang zijn? Ja. Daarom zijn de honden er.

Bij de moskee van Serpil worden we opgehaald. In Eğirdir, op het schiereiland in het meer, eindigen we bij het pension van Ibrahim, die net als Erdinç vanaf het begin bij de trail betrokken is. Na haar val was het de vraag of Mette deze tocht zou halen. Zes dagen en ontelbaar veel keien later verklaren we haar hersteld.

Jeroen Kleiberg

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Praktische informatie

De route: de St Paul Trail loopt in ongeveer vijfhonderd kilometer van Perge bij Antalya naar Yalvaç, met een tweede tak vanaf Beşkonak bij Köprülü Kanyon. Wij liepen zes dagetappes van die tak en de hoofdroute: Selge–Çaltepe (19 km, 500 m stijgen, 1.000 m dalen), Değirmenözü–Çaltepe door de kloof (17 km), Kesme–Kasımlar (14,5 km), Tota Yaylası–Kasımlar (18 km), Yeniköy–Adada–Sağrak (11 km) en Sipahiler–Serpil (14 km). Reken op vijf tot acht uur per dag.

Navigeren: de markering is rood-wit maar onregelmatig, en paden zijn soms overgroeid. Loop met een GPS-track op telefoon of horloge (Mapy.com, Wikiloc), download de kaarten vooraf en neem een powerbank mee. Vlak voor Serpil laten de tracks je iets te ver doorlopen; let op de afslag naar het dorp.

Organisatie: er is nauwelijks openbaar vervoer naar de beginpunten. Wij boekten een wandelweek met transfers en bagagevervoer via een Nederlands bureau; de pensions regelen de ritten onderling.

Slapen en eten: eenvoudige familiepensions en dorpshuizen met halfpension in Karabük, Çaltepe, Kasımlar en Sağrak (daar mogelijk gedeelde badkamer), en een pension in de oude stad van Eğirdir. Lunch gaat op bestelling mee voor 5 tot 10 euro. Winkels zijn er alleen in Kesme, Kasımlar en Serpil, klein en niet altijd open; geldautomaten pas weer in Eğirdir.

Herdershonden: kom nooit tussen een kudde en de honden, houd afstand en loop rustig achteruit. Bij een beet door de huid zo snel mogelijk naar een ziekenhuis voor een behandeling tegen rabiës.

Terug: van Eğirdir rijden bussen in een kleine drie uur naar Antalya, vanaf ongeveer 600 lira (oktober 2026, 1 euro is ongeveer 55 lira). Op vrijdag, zondag en rond feestdagen vooraf boeken.

Beste reistijd: voorjaar en najaar. Begin oktober was het op duizend tot zeventienhonderd meter grauw en rond de tien graden; neem warme kleding en regenkleding mee.

Plan je reis

Sommige links op deze pagina zijn partnerlinks: boek of koop je via zo’n link, dan verdient Bestemmingonbekend een kleine commissie. Jij betaalt niets extra.

Foto’s uit Turkije

Meer foto’s uit Turkije ›

Waar dit verhaal ligt

Plan je eigen reis door Turkije

De reisgids bundelt alle praktische artikelen: vervoer, overnachten, geld en de beste routes.

Naar de reisgids Turkije ›
DelenWhatsAppE-mailFacebook
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Zonder advertenties

Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Laat een bericht achter


Meer inspiratie