
Op de weg terug naar Sofia, via Plovdiv, staat in de bergen langs de bochtige weg om de paar kilometer iemand met een paar zakken aardappelen. Beneden in de vlakte staat er niemand meer. Steeds een oudere Bulgaar, steeds dezelfde aardappelen, steeds dezelfde twee zakken. De een verkoopt vanuit een open achterklep, de ander zit onder een parasol. Wie hier koopt weet ik niet, want een paar kilometer verderop staat de volgende met precies hetzelfde aanbod.
Tussen Smoljan en Plovdiv staan de grote hotels leeg. Ze vergaan in hun eigen tempo tot ruïne. Daartussen gebouwen waaraan ooit is begonnen en die nooit zijn afgemaakt, en bedrijfsterreinen waar niets meer draait. Buiten Sofia oogt Bulgarije als een land in verval, al is het vooral het verval van de dertig jaar hiervoor.
Wie iets kan, werkt elders
De huizenblokken en appartementencomplexen zijn niet opgeknapt zoals je ze in Polen en Roemenië wel ziet, en daar is een reden voor: de vaklui zitten in het buitenland. Bulgarije haalt tegenwoordig bouwvakkers en koks uit Oezbekistan en Nepal, wat je even moet laten bezinken voor een land met de laagste lonen van de Unie. Daar staat tegenover dat er inmiddels meer Bulgaren terugkomen dan er vertrekken.
Sinds 1 januari rekent Bulgarije in euro’s, en de euro krijgt de schuld van alles wat duurder is geworden. In de cijfers is dat een fractie van een procent, eenmalig in januari, maar in de portemonnee voelt het anders. Draaglijk is het doordat bijna iedereen zijn eigen huis heeft, meestal zonder hypotheek, en bijna de helft van de huiseigenaren er nog een tweede heeft staan. Een klein inkomen knelt dan minder.
Honderden rollators
Op het vliegveld van Antalya moeten we eerst langs de rollators. Het zijn er honderden, uit toestellen die vlak na elkaar uit heel Europa binnenkomen, en ze blokkeren de hele gang naar de paspoortcontrole. Van gebouwen die vanzelf instorten naar mensen die dat op eigen kracht proberen te voorkomen. Over een jaar of vijftig rijden wij ergens in die rij mee.
Daarachter begint een andere wereld. Antalya ligt aan een brede baai met kliffen die recht in zee vallen, en in het zuidwesten staat het Taurusgebergte, met de Tahtalı op 2.365 meter boven de kust. De stad bruist, ruikt en beweegt. Overal bedrijvigheid.
Twee uur vliegen scheelt vijftig jaar onderhoud.
Over de flank van die Tahtalı loopt de Lycian Way, ruim vijfhonderd kilometer van Fethiye naar Geyikbayırı, twintig kilometer buiten Antalya. Mette had hem graag gelopen, tot hij te populair werd. Wij gaan de andere kant op, het gebergte ten noorden van de stad in, en lopen een deel van de St Paul Trail: vijfhonderd kilometer van Perge naar Yalvaç bij het Eğirdirmeer, van zeeniveau tot 2.200 meter, ruiger en veel stiller.
Kaleiçi
Ons hotel staat midden in de oude stad aan de Hesapçı Sokak, een drukke straat vol terrassen, cafés en restaurants, met uitzicht op de Kesik Minare, de afgeknotte minaret bij een Romeinse tempel die eerst kerk werd en daarna moskee. Die oude stad is er alleen voor toeristen. Binnen de oude stadsmuur liggen smalle kronkelstraten vol terrassen, boetieks en souvenirwinkels, met de Hadrianuspoort als doorgang en de minaretten erboven. In de vitrines ligt Turks fruit in stapels, aan het spit draait kebab, de geuren komen je tegemoet. Gele taxi’s zoeken hun weg door straten die daar niet voor gemaakt zijn. Op een paar plekken kijk je van een hoogte uit over de oude haven, met vissersbootjes tussen de rondvaartboten die tot de laatste stoel bezet zijn, en daarachter de bergen. Authentiek is het niet, toeristisch wel, maar na Bulgarije doet die levendigheid goed.
Opvallend is dat het vooral Turken zijn, te horen op straat en op de terrassen. Ik had Russen, Duitsers en Engelsen verwacht. De Duitsers en Engelsen liggen in de hotels langs de kust, en de Russen zitten aan de andere kant van de stad: over de wijk Konyaaltı wordt hier gekscherend gezegd dat het Moskou aan de Middellandse Zee is geworden. Turken zijn ontspannen mensen, dus druk is het wel maar vervelend niet.

In de oude stad liggen, zitten en lopen overal katten. In vensterbanken, op tafels, op stoelen, en in de vitrines tussen de koopwaar door. Het blijft niet bij de oude stad, want de rest van Antalya zit er net zo vol mee. Klein en groot, rood, gevlekt, zwart-wit, mager, dik, versleten, uitgemergeld. Wij noemen het Poessiestan.
Er zijn er zoveel dat je het ruikt. Niet vaag, maar onmiskenbaar: hele straten ruiken als een kattenbak. Tegelijk wordt er goed voor ze gezorgd. Op de stoep staan overal bakjes met voer en water, en in de parken staan kattenhuisjes met vaste voederplekken. Niemand lijkt eigenaar, iedereen voert.
Het schrift kunnen we hier weer lezen. We zeggen merhaba en teşekkür ederim, en daar houdt ons Turks voorlopig op.

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.
Jeroen
Foto’s uit Turkije
Meer foto’s uit Turkije ›




Waar deze dag ligt
Te voet door Turkije, nu in Turkije. Bekijk de hele route ›
Verder in de serie
Naar het reisoverzicht ›Spring naar een andere aflevering
Spring naar een andere reis
- Over land naar Singapore 2005–2006
- Roadtrip door Australië 2006
- Terug door Zuidoost-Azië 2006–2007
- Fietsreis van Praag naar de Kaukasus 2010
- Fietsreis door Nieuw-Zeeland 2015–2016
- Over land naar het oosten 2018
- Fietsreis door Zuid-Marokko 2024
- Fietsreis door Senegambia 2025–2026
- Fietsreis door zuidelijk Afrika 2026
- Te voet door Bulgarije 2026
- Te voet door Turkije 2026
- Alle reizen op een rij ›
Eens per maand in je inbox
Waar ik onderweg was, wat er nieuw is op de site en één verhaal uit het archief. Geen reclame, afmelden kan altijd.
Zonder advertenties
Deze website draait zonder advertenties en zonder sponsor. Vind je de verhalen en gidsen de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.
Jeroen

