Om tien over negen sta ik weer aan Floors bed. Gelukkig weet ik nog waar ik haar gisteren heb achtergelaten; je vriendin kwijtraken in een ziekenhuis zou wat lullig zijn. Ze ligt op een zaal met alleen bejaarden en kan wel wat gezelschap gebruiken. Ze heeft enorme honger en dorst, dus het is maar goed dat ik druivensuikersnoepjes naar binnen heb gesmokkeld. Elk uur worden temperatuur en bloeddruk opgenomen. Verder gebeurt er niets.
Pas om drie uur kan de echo worden gemaakt, vlak nadat er in één keer vier glazen water moeten worden gedronken, terwijl dat eerder juist niet mocht. Het waarom blijft onduidelijk. De uitslag: het is geen blindedarmontsteking, maar wat het wel is, weet men niet. In elk geval mag er weer gegeten worden.
Het verdrag dat de rekening redt
Intussen hebben we ons op advies geregistreerd bij Medicare, het Australische ziekenfonds. Nederland en Australië hebben de afspraak dat je over en weer kosteloos gebruik kunt maken van de zorg. Zonder dat verdrag hadden we waarschijnlijk een paar duizend dollar moeten voorschieten.
Floor wordt pas na de lunch van de volgende dag ontslagen, zogenaamd om te zien of ze wel goed eet. Onzin, want met haar eetlust is niets mis. Om twee uur mogen we eindelijk weg. Van het mooie weer hebben we niets gemerkt, drie dagen binnen, en Floor is zwak van het liggen. We zijn vooral blij dat we zonder andere mensen weer op ons eigen veldje in Belair kunnen staan. Een hotel is om te herstellen echt niet nodig, vinden we nu.
Nederland en Australië hebben de afspraak dat je over en weer kosteloos gebruik kunt maken van de zorg; zonder dat verdrag had dit een paar duizend dollar gekost.