Home AfrikaSenegalEen vissersdorp te veel

Een vissersdorp te veel

by Jeroen Kleiberg
Published: Updated:

Kafountine staat in reisgidsen als een van de hoogtepunten van de Casamance: een belangrijk vissersdorp, zeker de moeite waard. De nacht ervoor verloopt onrustig. De honden van Abené hebben collectief besloten dat blaffen nachtwerk is; overdag liggen ze te slapen. Waarschijnlijk zijn er ook vlooien in het spel. Rond het middaguur fietsen we de vijftien kilometer naar Kafountine. Eerst door de stoffige hoofdstraat van Abené, waar alles onder een dikke laag rood stof ligt, dan via een onverharde route langs huizen, erfjes en dieren die hetzelfde stof dragen.

Kleurrijke vissersboten aan de kust.

Het vissersstrand van Kafountine

De weg wordt richting Kafountine alleen maar drukker. Al kilometers voor het dorp: werkplaatsen, motorreparaties, half ontmantelde vrachtwagens en een eindeloze reeks kleine winkeltjes. Er zijn blanke bezoekers, maar nauwelijks hotels of restaurants die uitnodigen om te stoppen.

Op het strand zijn honderden mensen, misschien wel duizend, bezig met het aan land brengen en verwerken van vis. Het strand is vervuild, de stank aanwezig. Met fietsen en bepakking vallen we op en we worden niet altijd prettig aangekeken. Een paar keer worden we aangesproken op een manier die niet vriendelijk bedoeld is. Reisgidsen presenteren Kafountine als hoogtepunt van de Casamance. Wij begrijpen dat niet goed. We hadden hier willen lunchen, maar we fietsen maar terug naar Abené.

Een verlopen terras

Onderweg stoppen we bij een restaurantje voor iets te drinken. Wat opvalt: oudere, alleenstaande witte mannen met veel aandacht voor jonge lokale meisjes. Het beeld van sekstoerisme dringt zich op. Terug in Abené keert de rust meteen terug. Het dorp is toeristisch maar kleinschalig: geen hoogbouw, geen resorts. Het lokale leven gaat zijn gang. De visserij is de voornaamste inkomstenbron; in de vroege ochtend varen de pirogues, kleine houten vissersbootjes, de zee op. We eten in een lokaal restaurantje rijst met pindasaus, aardappel, pompoen en een stukje kip voor 1.000 CFA-frank, ongeveer anderhalve euro. Daarna lopen we naar het strand voor de zonsondergang.

Een Nederlander zonder vaste herkomst

’s Avonds raken we aan de praat met de Nederlandse eigenaar van een accommodatie in Abené. Hij heeft op Jamaica gewoond, daar gevangengezeten, is het land uitgezet en daarna in meerdere andere landen terechtgekomen. Waar hij precies vandaan komt, lijkt hij zelf ook niet meer goed te weten. Nu heeft hij hier zijn leven opgebouwd.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie