Een verblijf op een station hoort, samen met kamperen in de nationale parken, tot de hoogtepunten van Australië. Op Indee Station zijn we duidelijk in een andere klimaatzone: warmer dan in Karijini, en ’s nachts niet meer koud. Vandaag meten we 31 graden in de schaduw, wat hier de normale wintertemperatuur is. Niet zo gek, want we zitten hemelsbreed zo’n vijftig kilometer van Marble Bar, de heetste plaats van Australië.
Het station is groot: het gebied beslaat honderd bij zestig kilometer. Ergens daarin ligt een miniatuuruitvoering van Uluru, rood en volgekliederd met Aboriginal-kunst. De track erheen kunnen we met de auto rijden, op de diepe zandbakken na; het laatste stuk lopen we. Behalve de Aboriginals zijn wij waarschijnlijk de enigen die hier ooit lopen, ook te begrijpen, want in de zomer is het hier met vijftig graden niet te doen.
Dertigduizend jaar in de rots
Langs het pad staat een monument voor een in de jaren zestig neergestort vliegtuig, niet meer op de oorspronkelijke plek, want die is vrijgegeven voor mijnbouw. Prioriteiten. Dan ligt daar de rode rots, als een kleine Uluru in het vlakke land, opgebouwd uit dunne platen die kraken onder onze voeten. De rode kleur verraadt het ijzer. Van boven tot onder zitten er Aboriginal-tekeningen in: voeten, handen, pijlen, insecten, dieren en vormen. Mogelijk zijn ze tot dertigduizend jaar oud. Wat ze betekenen weten we niet. De plek is niet door vandalen aangetast, en we begrijpen goed waarom de Aboriginals de ligging van zulke locaties liever geheimhouden.
De mensen van het station waren ongerust over onze lange afwezigheid; ze zouden ons zijn gaan zoeken als we niet voor de avond terug waren. Het is hier relaxed, met een gratis wasmachine die, anders dan de meeste in Australië, in anderhalf uur echt schoon wast. Vijf wassen hebben we nodig. Een echtpaar laat ons hun laptop gebruiken om foto’s op cd te branden. Voor de tweede avond op rij horen we een uil die klinkt als een koekoek en eruit schijnt te zien als een tak.
Van boven tot onder zitten er Aboriginal-tekeningen in de rots: voeten, handen, pijlen, insecten, mogelijk dertigduizend jaar oud.