Drie foto’s aan de grens

Published: Updated: 0 comments

We blijven nog een nacht. De tuin grenst aan de mangroven; vogels met felle kleuren en voortdurend beweging tussen het groen. Op de kaart zijn er twee routes naar Oussouye. De eerste loopt grotendeels over dezelfde weg terug. De tweede loopt langs de grens met Guinee-Bissau en door het Parc National de la Basse-Casamance. Die klinkt aantrekkelijker, maar er moet ergens een rivier worden overgestoken. Ik stap op de fiets om het te verkennen.

Zes kilometer duwen

Voorbij Kabrousse houdt het asfalt op. De weg verandert eerst in gravel, daarna in mul zand. Zes kilometer lang moet ik stukken duwen; af en toe lukt het een paar meter te fietsen. Op anderhalve kilometer van de rivier keer ik om.

Op de terugweg passeer ik een boer die zware zakken rijst sjouwt. Hij vraagt waarom ik stop terwijl ik zo dichtbij ben. “Je stopt toch niet vlak voor de finish?” Hij loopt deze weg dagelijks. Eerder die ochtend was ik een tiener tegengekomen die het traject elke dag aflegt om naar school te gaan. Met lichte schaamte draai ik om en duw mijn fiets alsnog die laatste anderhalve kilometer door het zand.

De militair had mij wel gezien

De rivier zelf is een anticlimax. Ik maak een foto. Dat had ik beter niet kunnen doen: ik had een militair niet gezien, maar hij mij wel. Ze vragen vrij direct of ik een idioot ben en wat ik hier precies aan het doen ben.

Ze hebben gelijk: ik sta aan de grens met Guinee-Bissau en dit is geen Europa.

Ik verwijder netjes de foto die ze hebben gezien, zonder te laten merken dat ik er nog twee heb. Daarmee is de kous af. Een Senegalees met dezelfde foto’s op zijn telefoon was hier vermoedelijk niet zo snel vanaf geweest.

Achter de hekken van Club Med

Terug in het campement valt opnieuw op hoeveel accommodaties en restaurants hier in buitenlandse handen zijn. In Abené was de eigenaar een Nederlander; hier zitten we bij een Waal. In Cap Skirring is dat geen uitzondering.

Na de lunch brengen we de middag door op het strand, op ligbedden van een duur hotel onder palmbomen. We bestellen drankjes om onze aanwezigheid te legitimeren; niemand lijkt zich af te vragen wat we hier doen. Op het strand wordt gevoetbald, gerend en getraind in het mulle zand. De jongens zijn indrukwekkend fit. Geen wonder dat er oudere witte vrouwen op de ligbedden zitten.

Cap Skirring is toeristisch, maar anders dan verwacht. Geen massatoerisme op straat, geen overvolle terrassen. De grote resorts liggen verscholen achter de begroeiing, met Club Med als bekendste. Dat is er sinds 1973 en daarmee een van de eerste grote resorts van West-Afrika. Van de gasten zie je in het dorp niets: ze komen aan op het vliegveldje verderop en verlaten het terrein nauwelijks. Wat het dorp ervan merkt, zijn de banen. De vakantie zelf is in Europa al betaald, alles inbegrepen, dus in de winkels en restaurants hier komt er niets van terug.

Jeroen Kleiberg

Deze verhalen schrijf ik zelf, onderweg, zonder advertenties en zonder sponsor. Vond je het de moeite waard? Dan mag je me trakteren op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Foto’s uit Senegal

Meer foto’s uit Senegal ›

Waar deze dag ligt

DelenWhatsAppE-mailFacebook

Verder in de serie

Naar het reisoverzicht ›
Aflevering 13 van 35 · Fietsreis door Senegambia37% gelezen van de reeks
Spring naar een andere aflevering
Spring naar een andere reis
Jeroen Kleiberg

Jeroen Kleiberg

I like to explore some more

Nieuwe verhalen in je mail

Eén bericht bij elke nieuwe aflevering, verder niets.

Zonder advertenties

Ik schrijf en fotografeer alles zelf. Vind je het de moeite waard, trakteer me dan op een koffie of een biertje.

Jeroen

via iDEAL, eenmalig





Laat een bericht achter


Meer inspiratie