Odessa, een stad die alleen maar luiert

Published: Updated: 0 comments

Na zes weken op de fiets is het wennen, die stilte in het appartement. Floor slaapt door in het grote bed, ik schrijf aan de keukentafel met koffie, een glas sap en een gebakken ei. De vuile kleren van weken weken eerst in het bad en gaan daarna in de wasmachine. Pas tegen half elf lopen we naar de bootterminal onderaan de Potemkin-trap, waar Ukrferry zijn kantoor heeft. De boot naar Istanbul gaat niet op zaterdag, dus we boeken voor maandag. Een tweepersoonshut is er niet meer, alleen een vierpersoons, 1300 UAH per persoon. De fietsen mogen mee, al weet niemand precies hoe.

Odessa staat bekend als duur, en in de restaurants in het centrum klopt dat: gemiddeld eten voor een onaangename prijs. In de kelder van het winkelcentrum aan het Hrets’ka-plein zit de oplossing, een soort foodcourt waar het de hele dag druk is en waar we met z’n tweeën voor 80 UAH zowel lunchen als ’s avonds eten.

Mensen kijken als dagbesteding

Mooi is de stad niet bijzonder, wel ontspannen. Brede straten met platanen, bankjes, terrassen, en bewoners die de hele dag lijken te doen wat wij nu ook doen: kijken. De jonge vrouwen flaneren opgedoft en op hoge hakken voorbij, in korte rokjes. De overgang van babe naar baboesjka verloopt hier opvallend abrupt: van slank, modieus en getoupeerd naar een vormloze bloemetjesjurk met roodgeverfd haar en een gebit vol gouden tanden, met weinig ertussenin. De oudere variant is wel zonder uitzondering lief. Vanaf de Prymorsky Boulevard kijken we uit op de industriehaven: kranen, containertreinen met chemische lading, schoorstenen die zwarte rook uitstoten. Voor het eerst in Oekraïne zie ik hier mensen op een bankje een boek lezen.

Wat moet je hier als je uit een verlept dorp tussen Kamjanets-Podilskyj en Odessa komt?

Het verschil met het gebied waar we vandaan fietsten is groot. Daar trouw je als jonge vrouw vrijwel zeker een aankomende alcoholist en is je horizon klein; hier zit iedereen op een terras. Het centrum van Odessa is sowieso een andere wereld dan de rest van het land: schone straten, geen gaten in het wegdek, en opvallend weinig Lada’s tussen de westerse auto’s. Op de boulevard komen we Judy tegen, de Engelse fietsster die we eerder bij Chotyn ontmoetten. Ze is via Moldavië gekomen en zit van hetzelfde uitzicht te genieten. We eten samen en blijven de avond op een terras aan de Deribasivska-straat. Het is prettig om weer eens een echt gesprek te voeren in plaats van met handen en voeten de taalbarrière te bevechten.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie