Met de rugzak naar Ankara en Hattusa

Published: Updated: 0 comments

Onze fietsen passen niet in de dolmuş, het deelbusje, dus zijn we voor het eerste stuk aangewezen op onze duim. Op de rustige weg krijgen we al snel een lift in een bestelwagen met open laadbak, die ons hoog boven Amasra afzet; een tweede lift brengt ons naar de otogar, het busstation. Voor vijfentwintig lira per persoon kopen we een kaartje naar Ankara, de fietsen mogen zonder bijbetalen mee. Busreizen gaat hier als in Maleisië: moderne touringcars met beenruimte, en een service van water, koffie, cakejes en citroenwater om je handen en nek te verfrissen. Het landschap wordt kaler en leger, met herders langs de weg, tot we na vier uur de eindeloze flatwijken van Ankara binnenrijden. De otogar telt drie verdiepingen en meer dan honderd perrons.

Een straat vol koelkasten

Onze fietsen mogen niet mee in de metro, dus rijden we zelf zeven kilometer over chaotische boulevards naar de wijk Ulus, één grote overvolle bazaar. De straat waar we een kamer nemen, in een hotel dat tevens hoerenkeet is, wordt volledig in beslag genomen door de handel in witgoed.

De hele stoep ligt vol koelkasten, wasmachines en strijkplanken, die ’s avonds weer de winkeltjes in worden gepropt.

De volgende ochtend gaan de fietsen op transport. Bij DHL in de ambassadewijk is de verzending een uitdaging: een eerste indicatie van zevenhonderdvijftig euro dreigt door het volume op zeventienhonderd uit te komen, tot de vriendelijke man een collega belt en het voor achthonderdvijftig euro rond krijgt. We demonteren de fietsen, alles gaat in plastic en dozen, met heel veel tape. Op de tassenbazaar kopen we twee rugzakken. Het is even slikken, niet om het geld, maar om de omschakeling: na maanden van eigen kracht zijn we weer afhankelijk, weer één van de velen.

Weer achter glas, met een rugzak, in plaats van in de open lucht op eigen kracht.

Vanaf de Byzantijnse citadel kijken we uit over de stad: tegen de hellingen liggen oude, deels ingestorte wijken met rode daken, die in hoog tempo plaatsmaken voor karakterloze flats. Het noordelijke Ulus is chaos en handel, het zuiden is de nieuwe, ruim opgezette regeringsstad met brede lanen en ambassades achter hekken. Verkoeling vinden we in het Gençlik Park, waar ’s avonds grote aantallen Turken samenkomen. Een biertje kan ik vergeten, want het hele familiepark is drooggelegd, maar als de lichten aangaan is het met zijn waterpartijen een lust voor het oog.

Yok problem

Met de rugzak is reizen lichter werk. In de metro ontbreken kaarten en wegwijzers vrijwel, waarschijnlijk bewust, om aanslagen van de nog altijd actieve PKK te bemoeilijken. We kopen een kaartje naar Sungurlu en rijden een bijzonder kaal en leeg landschap in: ruige bergen die afbrokkelen, rotsen zo rood als de Australische outback, zoutmeren, en daartussen vrijwel niets. Met de fiets zouden we hier nooit zijn gekomen, dus het busreizen heeft ook zijn voordeel.

Bij een servicestation worden we afgezet, want we moeten nog verder naar Boğazkale. De taxichauffeur meldt prompt dat er “problems” zijn: “with dolmuş problem, no dolmuş today.”

Yok problem, zeggen wij, en we lopen door langs de taxichauffeur met zijn plotselinge dolmuş-problemen.

Naast ons blijkt een teruggekeerde gastarbeider met een onvervalste Twentse tongval te staan, die ons naar de dolmuşhalte brengt, waar geen enkel probleem is. We moeten alleen wachten tot er genoeg passagiers zijn, en telkens als iedereen zit, moet er nog iemand iets kopen of blijkt er een neef onderweg. Voor drie lira zijn we er. Als de taxichauffeur later een nieuw slachtoffer komt afleveren en ons ziet zitten, lacht hij en schudt ons de hand.

Een lege ruïnestad

Omdat we zijn gewaarschuwd voor toergroepen, willen we Hattusa zien zodra het om acht uur opengaat. We zijn duidelijk in conservatiever gebied beland: meer hoofddoeken, minder vrouwen op straat, kantoren van de islamitische AK-partij. Een oude vrouw die op haar dak zit, drukt ons twee handen rijpe pruimen toe. Hattusa was de hoofdstad van de Hittieten, een florerende stad tussen grofweg 1600 en 1200 voor Christus. Veel is er niet van over: de fundamenten van huizen en talloze tempels, omgeven door een zes kilometer lange muur op een kale heuveltop. Samen met een handvol archeologen zijn we de enige bezoekers.

Een wereldberoemde ruïnestad, en we hebben de zeven kilometer lange wandeling vrijwel voor onszelf.

Van sommige massieve muren is nog goed te zien hoe perfect de stenen in elkaar passen, en de Hittieten waren goed in boogvormige poorten en tunnels van grote, ruwe blokken. Drie kilometer verderop, in Yazılıkaya, staan in twee smalle kloven reliëffiguren die zo uit een “walk like an Egyptian” lijken weggelopen. Bij de reliëfs worden we op de thee gevraagd door drie restaurateurs, een van hen een anti-kapitalist met een Che Guevara-tatoeage en een “Boycott America”-shirt. Verder is er nauwelijks bezoek; de souvenirverkopers die uit basalt prachtige plaketten met hiërogliefen maken, hebben geen klanten, en de hotels staan grotendeels leeg, terwijl het hoogseizoen is. Zelf wijten ze het aan het WK; wij vermoeden eerder de crisis, en dat Turkije allang geen goedkoop land meer is.

Praktische informatie

Bus en otogar: De langeafstandsbus is comfortabel, goedkoop en de ruggengraat van het vervoer. Elke stad van enige omvang heeft een otogar aan de rand; die van Ankara is enorm, met meer dan honderd perrons. Stadsbus en metro nemen vaak geen fietsen mee.

Dolmuş naar Boğazkale: Vanaf Sungurlu rijdt een dolmuş naar Boğazkale (een paar lira), maar pas op voor taxichauffeurs die beweren dat er “geen dolmuş” is. Het busje vertrekt zodra het vol is; reken op wachttijd.

Hattusa bezoeken: Ga vroeg, het terrein opent rond acht uur en de site is uitgestrekt: reken op een wandeling van enkele kilometers over een kale heuvel. Vergeet Yazılıkaya, het rotsheiligdom drie kilometer verderop, niet. Boğazkale ligt afgelegen; overnachten kan er eenvoudig.

Museum als aanvulling: De beste Hettitische vondsten staan niet op de site maar in het Museum van de Anatolische Beschavingen in Ankara. Wie Hattusa bezoekt, doet er goed aan dat museum te combineren.

Let op: prijzen in dit verhaal zijn van 2010 en achterhaald; reken in euro’s.

Laat een bericht achter


Meer inspiratie